Stedelijk te groot voor A'dam

Als er één partij in de weg heeft gestaan van een bloeiend Stedelijk Museum, is dat de gemeente. Alleen verzakelijking kan het museum nu nog redden.

De zakelijke kant van een museum leiden is nooit een fort geweest van Rudi Fuchs, directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam sinds 1993. Hij heeft er ook nooit een geheim van gemaakt dat zijn aandacht in de eerste plaats uitgaat naar de kunst zelf, vooral naar de dwarsverbanden en rafelranden van het modernisme, de belangrijkste kunststroming van de 20ste eeuw. Om die reden is hij indertijd ook benoemd door de gemeenteraad.

Dat Fuchs, zoals gisteren bekend werd, voortaan louter als artistiek directeur zal fungeren en dat zakelijk directeur Stevijn van Heusden algemeen directeur wordt, ligt dan ook voor de hand. Het is ook geen stap terug, maar een actie in het belang van het museum. Een woordvoerder zei dat Fuchs zelf om de ruil gevraagd heeft. Dat is begrijpelijk. Want het Stedelijk Museum Amsterdam verkeert in een crisis, om niet te zeggen in doodsnood. En, anders dan wel gesuggereerd wordt, is die crisis niet veroorzaakt door de opeenvolgende directeuren en hun artistieke beleid. Nee, de zakelijke en organisatorische crisis waarin het Stedelijk is beland, is in de eerste plaats veroorzaakt door het gemeentebestuur van Amsterdam. Al meer dan tien jaar houden de lokale politici de directeuren aan het lijntje met loze beloftes.

Het resultaat is een larmoyante stoet uitbreidingsplannen die zijn aangenomen, uitgesteld en afgeblazen. Niet één cent extra is er in het museum geïnvesteerd. De kwestie Audi is het recente dieptepunt van dat gebrek aan daadkracht en visie van het gemeentebestuur. Fuchs had ambitieuze en kostbare uitbreidingsplannen, en de raad zei: zoek maar sponsors. Toen Fuchs, loyaal ambtenaar, conform de afspraak in 1999 zei: ik heb een sponsor die mijn nieuwbouwvleugel wil financieren, auto-importeur Audi, was de raadszaal te klein. De meerderheid van de raad, de machtigste partij van Amsterdam de PvdA voorop, wilde er niets van weten. Geen auto in het museum, was het motto. PvdA-woordvoerder S. Piersma sprak schande van de plannen van Fuchs: het museum moest wachten op geld van de gemeente, die had geld genoeg. En zo strandde opnieuw een plan op de zultkoppigheid van de lokale politici.

Om het Stedelijk zakelijk te versterken werd in 2000 de oud-directeur Kunsten van het ministerie van OCW, Stevijn van Heusden, tot zakelijk directeur benoemd. Hij zette alles snel op een rijtje. Meer dan tien jaar wachten op uitbreiding had ook geleid tot onaanvaardbare verwaarlozing van het bestaande museumgebouw. Er is meer dan 100 miljoen euro voor nieuwbouw en renovatie nodig. De gemeente schrok, en wilde daarvan wel een tiende betalen. Onlangs werd door burgemeester Job Cohen en Cultuurwethouder S. Bruines (D66) nog een wanhopige poging gedaan om bij het rijk een forse bijdrage voor het Stedelijk los te peuteren – tevergeefs.

De hoofdstedelijke wethouder van Financiën G. Dales heeft gisteren gezegd dat er geen spade in de grond gaat voor de financiering van de uitbreiding en renovatie rond is – dus dat duurt nog wel even. Hij zei ook dat hij na de verkiezingen wel wethouder van Cultuur wilde worden, omdat de achtereenvolgende D66-wethouders er niets van gebakken hadden. Amsterdam dreigde ,,een cultuurstad van het tweede garnituur'' te worden.

Als het om het Stedelijk gaat, is Amsterdam al lang van het tweede garnituur: het Stedelijk Museum kan wat betreft acommodatie en voorzieningen niet in de schaduw staan van internationale moderne kunst-musea als de Tate Modern in Londen en het Museum of Modern Art in New York, waarmee het zichzelf graag vergelijkt. In die musea zijn de afgelopen jaren miljoenen aan publiek en privaat geld geïnvesteerd. Het Stedelijk is veel te belangrijk, te groot en te duur voor Amsterdam. Wil het overleven, dan moet het in de eerste plaats een zakelijke strijd voeren, misschien wel vooral tegen de Amsterdamse politici. De beslissing om Fuchs en Van Heusden stuivertje te laten wisselen, is de eerste verstandige politieke beslissing van de Amsterdamse gemeenteraad over het museum in jaren.