Onderwijs al eerder getipt over misbruik

Het ministerie van Onderwijs wist al vanaf mei 2000 van mogelijk misbruik van de bekostigingsregels in het hoger beroepsonderwijs. Daarbij is een andere hogeschool betrokken dan de zes die door minister Hermans zijn aangegeven bij justitie.

Minister Hermans (VVD) heeft steeds gezegd dat hij pas eind 2001 voor het eerst signalen heeft ontvangen uit het onderwijsveld dat er in strijd met regels is gehandeld.

Bestuursvoorzitter N. Verbraak van de Fontys Hogescholen meldde op 29 mei 2000 een geval van dubbele inschrijving van studenten aan de hoogste ambtenaar op het gebied van het hbo, directeur-generaal J. Zuurmond. Verbraak, voorzitter van een van de grootste hogescholen in Nederland, schrijft dat er ,,constructies ontstaan die wij tot voor kort als niet toegestaan beschouwden'. Hij doelt in zijn brief op de samenwerking tussen de christelijke hogeschool Windesheim in Zwolle en het particuliere opleidingsinstituut LOI. Daarbij zou Windesheim door het rijk zijn gesubsidieerd voor studenten die daar geen onderwijs volgen. Van een soortgelijke constructie met Vlaamse studenten aan zes andere hogescholen heeft minister Hermans eergisteren aangifte gedaan bij het openbaar ministerie.

Hogeschool Windesheim besteedt zijn tweedegraads lerarenopleidingen Engels, wiskunde en Nederlands uit aan LOI, dat zogeheten `afstandsonderwijs' aanbiedt. Dat betekent dat de voltijdstudenten thuis studeren en begeleid worden door LOI. Voor studenten aan een particuliere opleiding verstrekt het ministerie geen subsidie. Zij werden echter ook aan hogeschool Windesheim ingeschreven, die voor hen wel rijkssubsidie ontving. Ook kregen zij een diploma van Windesheim. Verbraak vraagt het ministerie in zijn brief of het geoorloofd is studenten ,,via een dubbele inschrijving te doen bekostigen'.

De Kamerleden Eurlings (CDA) en Hamer (PvdA) vinden dat de brief van Verbraak aantoont dat het ministerie te laat is begonnen met een accountantsonderzoek naar fraude in het hbo. ,,De signalen zijn kennelijk niet serieus opgepakt', aldus Eurlings. ,,Het kan zijn dat hij echt niet wist van het bestaan van eerdere signalen, maar zijn ambtenaren hebben kennelijk nogal langzaam gereageerd.'

Hermans is pas aan het onderzoek begonnen toen hij in november 2001 persoonlijk een brief van klokkenluider P. de Jong, oud-faculteitsdirecteur economie van Saxion IJsselland in Deventer, onder ogen kreeg. Het resultaat van dat onderzoek werd gisteren door de minister gepresenteerd. Daaruit blijkt dat de hogescholen van Amsterdam, Utrecht, Alkmaar, Brabant, Groningen en Deventer subsidie aanvroegen voor studenten van hogescholen in Antwerpen en Brussel, die niet of nauwelijks onderwijs kregen.

Twee collegevoorzitters van hogescholen die in het rapport worden genoemd zijn inmiddels opgestapt als bestuurslid van de HBO-raad, de koepelorganisatie van hogescholen. [Vervolg HBO: pagina 3]

HBO

Kritiek uit kamer op onderzoek

[Vervolg van pagina 1] D. Houwen van de Hanzehogeschool Groningen en H. de Greef van de Hogeschool van Utrecht zijn opgestapt, omdat zij naar eigen zeggen de HBO-raad niet met het onderzoek van Justitie willen belasten. Bestuurslid M. Koeman, tevens vice-bestuursvoorzitter van Saxion Hogescholen, zal zich niet opnieuw beschikbaar stellen voor een plaats in het bestuur.

De hogescholen reageren verdeeld op het rapport. De meeste erkennen dat er in het verleden fouten zijn gemaakt, maar benadrukken dat er nooit sprake is van opzet, laat staan fraude. De Hogeschool van Utrecht, die volgens de accountants een grote rol heeft gespeeld in de `Vlaamse constructie', zegt dat de in het rapport gelaakte inschrijving van 804 Belgische studenten ,,niet onrechtmatig' is geweest. Wel geeft de hogeschool toe dat zij ,,alerter' had moeten reageren.

De Hogeschool van Amsterdam zegt dat nog maar de vraag is of de door accountants gesignaleerde misstanden ook echt zijn gepleegd. Voorzitter F. Leijnse van de HBO-raad, waarin de hogescholen verenigd zijn, zegt dat de gesignaleerde misstanden ,,in strijd zijn met de door vereniging zelf gestelde normen'.

De Kamer is kritisch over het onderzoek van minister Hermans. Volgens de meeste partijen is het onderzoek onvolledig, omdat het alleen maar ingaat op de `Vlaamse constructie'. Het gaat om 5.109 Vlaamse studenten, die vaak niet wisten waar zij ingeschreven stonden. Deze `Vlaamse constructie', toegepast door de zes hogescholen, werd begeleid door het particuliere bureau Opleiding en Ontwikkeling bv in Breda, dat circa de helft van de subsidie ontving.

De Tweede Kamer wil snel een spoeddebat over het rapport. Kamerlid Hamer (PvdA): ,,Hermans uit spierballentaal dat hij het hbo keihard gaat aanpakken, maar na maanden onderzoek ligt er nu alleen maar op tafel wat wij al wisten. Zo neemt hij het beeld dat er van alles mis is, niet weg.'

Gerectificeerd

Windesheim

Het artikel Onderwijs al eerder getipt over misbruik (28 februari, pagina 1) meldt dat de hogeschool Windesheim subsidie zou hebben gekregen voor studenten die daar geen onderwijs volgden. Bedoeld is dat zij niet op de hogeschool zelf, maar via het particuliere opleidingsinstituut LOI op afstand onderwijs volgden. De constructie met Vlaamse studenten aan zes andere hogescholen, waarmee een vergelijking wordt gemaakt, betrof studenten die nauwelijks onderwijs volgden bij de hogescholen waar ze stonden ingeschreven.