`Maak schikking met Vos BV ongedaan'

Een Amerikaanse advocaat heeft het Haagse gerechtshof schriftelijk gevraagd de schikking van ruim 200.000 euro met het Alphense bedrijf Vos BV ongedaan te maken. De schikking betrof een glycerineleverantie die in Haïti ten minste zestig kinderen het leven kostte.

Advocaat David Mishael uit Miami, die optreedt namens 59 ouders van overleden Haïtiaanse kinderen, wil ook dat het openbaar ministerie alsnog de mogelijkheid onderzoekt leidinggevenden van Vos BV strafrechtelijk te vervolgen.

De Amerikaanse advocaat verwijst in zijn brief (d.d. 23 februari) onder meer naar recente publicaties in deze krant, waarin documenten over de persoonlijke betrokkenheid van de directie van Vos BV bij de glycerinetransactie werden aangehaald. Het OM had gezegd dat er problemen waren met het bewijzen van het daderschap van natuurlijke personen. Advocaat J. van der Wolf uit Soest, die ook een aantal Haïtiaanse ouders vertegenwoordigt, vroeg het hof al eerder de schikking terug te draaien.

Volgens advocaat Mishael, die in Florida een civiele procedure tegen Vos BV en het Duitse moederbedrijf Helm AG heeft aangespannen, moet het Haagse OM ook de mogelijkheid van een vergoeding voor geleden schade door Vos BV aan de Haïtiaanse ouders onderzoeken. Hij heeft zijn brief gestuurd aan zowel het gerechtshof als het Haagse OM, dat de zaak-Vos behandelde.

Vos BV leverde in 1995 vervuilde glycerine aan Haïti, waar de stof in een koortswerende siroop werd verwerkt. Uit een in opdracht van Vos BV uitgevoerde laboratoriumtest was gebleken dat de glycerine zeer onzuiver was. Toch verkocht het bedrijf de glycerine met een farmaceutische kwalificatie.

De advocaat wijst er in zijn brief op dat het Duitse Helm AG, moederbedrijf van Vos, ,,volgens onder meer informatie van UNICEF en de Wereldgezondheidsorganisatie vaker betrokken is geweest bij de leverantie van medicijnen die niet aan de vereiste standaarden voldoen''. Het openbaar ministerie zou dit volgens de Amerikaanse advocaat bij het onderzoek moeten betrekken.

Mishael beklaagt zich er in zijn brief over dat het Haagse openbaar ministerie nooit contact met hem heeft gezocht en hem ook niet van de voorgenomen schikking met Vos BV op de hoogte heeft gebracht, ofschoon hij zich al in oktober 1997 schriftelijk bij het OM had gemeld. Het Haagse OM gaf eerder toe dat de brief was zoekgeraakt.

Onlangs vroeg het OM aan Mishael om het document met uitgebreide bijlagen opnieuw te sturen, omdat het ,,weer van belang'' kon zijn. Mishael zegt desgevraagd aan dat verzoek te hebben voldaan.