Leden van conventie

De Europese conventie bestaat uit een bont gezelschap van 105 West- en Oost-Europese beroepspolitici. Een selectie.

De Europese regeringsleiders kozen in december in het Belgische Laken een oud-gediende aan het hoofd van de brede maatschappelijke discussie over de toekomst van Europa, de Franse rechts-liberaal Valéry Giscard d'Estaing (76). Hij was niet alleen president in de Vijfde Republiek, maar legde met de Duitse bondskanselier Helmut Schmidt ook de basis voor het Europees Monetair Systeem, voorloper van de Economische en Monetaire Unie.

Giscard krijgt als vice-voorzitters eveneens twee oud-gedienden naast zich: de christen-democraat Jean-Luc Dehaene en de socialist Guiliano Amato, voormalige premiers van België respectievelijk Italië. Dehaene, die als weinig anderen de weg kent in het Europese labyrinth, slijt tegenwoordig zijn dagen als burgemeester van de Brusselse voorstad Vilvoorde. Amato's centrum-linkse coalitie leed vorig jaar een flinke verkiezingsnederlaag tegen centrum rechts, waardoor hij het veld moest ruimen voor Silvio Berlusconi.

Voor het twaalfkoppige presidium rolden vervolgens de regeringsvertegenwoordigers uit de bus van de drie landen die komend anderhalf jaar het roulerend voorzitterschap van de Europese Unie bekleden. Voor Spanje is dat Ana Palacio, tevens (conservatief) lid van het Europees Parlement. Denemarken schoof de liberaal Henning Christopherson naar voren die tussen 1985 en 1995 vice-voorzitter van de Europese Commissie was. En voor Griekenland treedt de socialist Georgios Katiforis aan, net als Palacio ook Europarlementariër en dus in zekere zin ook in een dubbelrol.

Namens het Europees Parlement zitten de Spaanse conservatief Íñigo Méndez de Vigo en de Duitse sociaal-democraat Klaus Hänsch in het presidium. Hänsch was tussen 1994 en 1997 voorzitter van het Europees Parlement en staat te boek als een voorvechter van een Europese grondwet. Zijn Spaanse collega was lid van de Europese conventie die in 2000 het Handvest voor de grondrechten van de EU voorbereidde.

In de conventie zitten twee leden van de Europese Commissie, de Franse neo-gaullist Michel Barnier (Regionaal Beleid) en de Portugese sociaal-democraat António Vitorino (Justitie en Binnenlands Beleid). Ze zitten ook allebei in het presidium. De Britse Labour-parlementariër Gisela Stuart en de voormalige Ierse premier John Bruton, die nu met zijn partij Finne Gael in de oppositie zit, completeren het presidum van de conventie.

Bruton is een van de 14 ex-ministers en ex-premiers onder de leden van de conventie uit EU-lidstaten. De huidige EU-landen schoven samen 6 regerende ministers naar voren. Opvallende namen zijn in dit verband die van de Italiaan Lamberto Dini, minister van Financiën in het eerste kabinet-Berlusconi en na zijn val eind 1994 anderhalf jaar premier van een centrum-linkse coalitie. Hij wordt vergezeld door de huidige vice-premier Gianfranco Fini, voorman van de post-fascistische Nationale Alliantie. Voor Frankrijk doet minister Pierre Moscovici (Europese Zaken) mee. Luxemburg heeft in de christen-democratische oud-premier Jacques Santer, tevens voorzitter van de vorige Europese Commissie, een geduchte participant. Groot-Brittannië doet het met onder-minister voor Europese Zaken, Peter Hain (Labour), als regeringsvertegenwoordiger. Duitsland valt hierbij in `ministerieel' opzicht enigszins uit de toon met hoogleraar Peter Glotz (filosofie en sociologie), sociaal-democraat en vertrouweling van bondskanselier Gerhard Schröder. Denemarken heeft met Peter Skaarup van de rechts-populistische Volkspartij ook een notoire anti-Europeaan naar de conventie afgevaardigd.

Onder de 39 leden van de conventie uit kandidaat-lidstaten van de Europese Unie zijn 9 ministers en 12 ex-ministers. Onder hen de Hongaarse jurist en conservatief János Martonyi, minister van Buitenlandse Zaken sinds juli 1998. Slovenië vaardigt de christen-democraat Lojze Peterle af: eerste premier na de onafhankelijkheid in 1991, en later nog verschillende keren minister van Buitenlandse Zaken.

Estland koos zijn bekendste staatsman, Lennart Meri, president van 1992-2001, en tevens bekend als filmregisseur, schrijver en vertaler van onder anderen Solzjenitsyn, Remarque en Graham Greene. Voor Polen treedt de ex-communist en tegenwoordig sociaal-democraat Józef Oleksy aan. Hij was premier in 1995 en 1996, moest weg na (onbewezen) beschuldigingen van toenmalig president Walesa over samenwerking met de vroegere communistische geheime dienst. En Tsjechië, tenslotte, stuurt de centrum-rechtse Josef Zieleniec naar de conventie, de minister van Buitenlandse Zaken van 1992 tot 1997, die opstapte na conflict met toenmalig premier Klaus.