Een zee van water en altijd dorst

Het inwonertal in de Angolese hoofdstad Luanda is de afgelopen 25 jaar met ruim drie miljoen mensen gegroeid. De waterleiding is echter nooit uitgebreid.

In de zeven jaar dat de Hollanders heersten over de Angolese hoofdstad van 1641 tot 1648 bestond er al een nijpend tekort aan drinkwater in Luanda. Schepen haalden het water van de rivier Bengo wat ook toen al kostbaar was. De Hollandse ingenieur Daniel Boreel maakte een plan voor de aanleg van een kanaal tussen de rivier Kwanza en Luanda dat voor de gestage aanvoer van water moest zorgen. Maar tot uitvoer is het nooit gekomen na de verdrijving door de Portugezen. Ruim drieënhalve eeuw later is het watergebrek in Luanda groter dan ooit. Luanda is de enige hoofdstad ter wereld die uitkijkt over een zee van water en voortdurend dorst.

Luanda is een stad van schillen, met de jaarringen van een boom. De kern bestaat uit de `betonnen stad', die de Angolezen de baixa noemen. Oude koloniale gebouwen, afgewisseld met de hoogbouw uit de jaren zeventig die je ook kunt zien in Lissabon. Daaromheen zijn de nederzettingen geplempt die door niemand zijn gepland. Vanuit het vliegtuig zien ze eruit als printplaten met weerstanden en transistors, mozaïeken van platte conservenblikjes, met golfplaten daken waarop stenen zijn gelegd. Ze heten musseques, naar het rode zand dat de gelegenheidsbouwsels scheidt. Mu is `plaats' in de kusttaal Kimbundu, seke is `zand'.

De burgeroorlog heeft het volk naar de stad gejaagd. Bij de onafhankelijkheid in 1975 was Angola nog een agrarische natie. Niet meer dan twaalf procent van de bevolking leefde destijds in de stad. Inmiddels heeft tweederde van de Angolezen zijn toevlucht gezocht in de agglomeraties. Luanda, dat dorp in 1975 met een half miljoen dorpelingen, is uitgegroeid tot een gezwel met drie, of drieënhalf of vier miljoen cellen. Niemand die het aantal weet.

De watertoevoer in Luanda is in een kwart eeuw nooit vergroot. De infrastructuur is in al die tijd hetzelfde gebleven terwijl de bevolking met een factor zeven groeide. En zelfs dat is een leugen. Want de leidingen zijn niet onderhouden dus ze morsen. Kijk maar naar de waterpoelen aan de rand van de binnenstad.

Water voor 300.000, misschien 350.000 mensen. En dorst voor drie, misschien wel vier miljoen. Die waterscheiding heeft een hele industrie in het leven geroepen: de waterhandel. Truckers putten water uit de rivier Bengo. Dat slijten ze aan naar schatting 10.000 wederverkopers met een ondergrondse tank. En die verkopen het kostelijke vocht weer per emmer van twintig liter. Helemaal onderaan de piramide staan de tieners die plastic zakjes met rivierwater aanbieden aan de passagiers van de minibussen, de kandongeiros. In deze bedrijfstak gaat jaarlijks circa zeventig miljoen dollar om.

Laat dat nou net het bedrag zijn dat nodig is voor de uitbreiding van het waterbedrijf. De Wereldbank en de regering stoeien over die lening al jaren. Maar zolang president José Eduardo dos Santos tot eenderde van de staatsinkomsten buiten de begroting besteedt, houdt de internationale organisatie zich afzijdig. De president heeft juist voor zeventig miljoen dollar een nieuw paleis laten inrichten in Luanda. Droogkloten zeggen dat het lekt als het regent. Aan water geen gebrek.

De kosten van water zijn in de binnenstad eentiende van wat de armen in de buitengebieden moeten betalen. Tot voor kort waren de verschillen nog veel groter. In elk geval op papier. In werkelijkheid heeft het waterbedrijf Empresa Provincial de Água de Luanda (EPAL) geen enkel middel om wanbetalende klanten tot betalen te dwingen. Voor onderhoud heeft de onderneming geen geld, laat staan voor uitbreiding van het watersysteem.

Juanita Bendinha uit de Kassequel do Buraco, de zone van de rode aarde, besteedt een kwart van haar gezinsinkomen aan ongezuiverd water uit de rivier Bengo. Buren snappen niet dat haar vier kinderen er altijd schoon uitzien, terwijl ze dagelijks maar vijftien liter water per gezinslid heeft te besteden. Dat is vijf liter minder dan vluchtelingenkampen als minimum beschouwen. De properheid van Juanita Bendinha heeft twee van haar kinderen niet voor malaria kunnen behoeden. De kans op ziekte is in de buitengebieden twintig tot dertig keer hoger dan in de binnenstad.

Marc Evans van de Canadese organisatie Development Workshop is een zachtmoedige man die door een verzengende gramschap wordt verteerd. Hij kan het niet aanzien dat de binnenstadbewoners hun vierwielaangedreven auto's bijna dagelijks laten wassen. Omdat elke verspilde druppel ten koste gaat van de dorstigen in de buitenwijken. Hij maakt zich woest over de prioriteiten van de regering. Wel straatverlichting laten aanleggen in een wijk die niet eens elektriciteit heeft. Omdat vriendjes aan het project kunnen verdienen. Niet investeren in schoon, betaalbaar water voor het volk.

De Development Workshop (DW) is al meer dan twintig jaar actief in Angola en één van de weinige internationale organisatie die zich aan ontwikkeling van de stedelijke gebieden waagt. De meeste organisaties concentreren zich op noodhulp. Terwijl de Development Workshop, die door Novib en Nederlandse regering wordt gesteund, zich onmodieus richt op reparatie van het bestaande krakkemikkige watersysteem. Weinig spectaculair, maar de druk van het water neemt wel toe en daardoor ook het bereik.

De Development Workshop heeft een aanpak die voor alle partijen voordelig is. De organisatie zorgt voor nieuwe waterpunten die door speciale buurtcomités worden beheerd. Zij zien toe op betaling aan het waterbedrijf dat zo geld voor onderhoud ontvangt. Buurtbewoners zijn de helft goedkoper uit dan bij de waterhandelaren, voor water van hogere kwaliteit.

Maar het leeuwendeel van de bevolking in Luanda heeft nog steeds geen toegang tot schoon water. De oudste Europese stad van Afrika ten zuiden van de Sahara is voor deze bewoners nog even onherbergzaam als drieënhalve eeuw geleden. Een onleefbare metropool.

Dit is de derde aflevering in een korte serie over de vergeten oorlog in Angola. Eerdere verhalen verschenen op 23 en 26 februari en zijn te lezen op www.nrc.nl.