Een grondwet of een total loss

Of het vrijblijvend brainstormen wordt of het ontwerpen van een grondwet – de Europese conventie die vandaag begint is in elk geval uniek in haar opzet.

De conventie over de toekomst van Europa is vanmiddag in Brussel begonnen. Met vertegenwoordigers van regeringen, nationale parlementen, het Europees Parlement en de Europese Commissie gaat de conventie voorstellen maken voor hervormingen van de Europese Unie, mogelijk uitmondend in een Europese grondwet.

De Europese conventie is al vergeleken met de conventie van Philadelphia in 1787 waar de founding fathers de Amerikaanse grondwet opstelden. Er is echter verschil: Amerika was indertijd een land in wording, waarvan de componenten, de koloniën die staten werden, niet fundamenteel van elkaar verschilden. Bovendien kan de Europese conventie slechts voorstellen doen, eventueel de mening van een meerderheid en een minderheid noemen. Uiteindelijk zullen de regeringsleiders in 2004 tijdens een inter-gouvernementele conferentie (IGC) de echte onderhandelingen voeren over een nieuw basisverdrag of grondwet van de EU.

De conventie telt 105 leden: een voorzitter, twee vice-voorzitters, twee Eurocommissarissen, 16 Europarlementariërs en 84 andere beroepspolitici, afkomstig uit de vijftien lidstaten van de Europese Unie en de dertien kandidaat-lidstaten. Van elk land zijn er drie leden: een vertegenwoordiger van de regering en twee vertegenwoordigers van het parlement. De laatsten doen op persoonlijke titel mee, maar worden wel geacht nauw contact te houden met hun `achterban'. De conventie telt 89 mannen en 16 vrouwen. Ze komen in beginsel ongeveer eens in de drie weken plenair bijeen. Daarnaast zullen wellicht werkgroepen voor deelkwesties worden gevormd.

De kandidaat-lidstaten hebben gelijke rechten als de lidstaten, maar kunnen consensus binnen de conventie niet tegenhouden. Eigenlijk hebben ze geen stemrecht, maar de conventie wordt geacht niet over voorstellen te stemmen. In de IGC van 2004 zullen de regeringsleiders meedoen van waarschijnlijk tien kandidaat-lidstaten die begin volgend jaar een verdrag voor toetreding tot de EU ondertekenen. Vermoedelijk hebben zij dan ook nog geen stemrecht, omdat de toetredingsverdragen nog niet door alle Europese parlementen geratificeerd zullen zijn. Maar ze zullen wel groot politiek gewicht in de schaal leggen.

De conventie duurt waarschijnlijk ruim een jaar. Het is niet zeker of alle vertegenwoordigers van regeringen die hele periode zullen uitzitten. In zes lidstaten, waaronder Nederland, zijn dit jaar verkiezingen. De kans bestaat dat nieuwe regeringen een nieuwe vertegenwoordiger in de conventie willen.

De Europese regeringsleiders hebben vorig jaar december 54 vragen voor de conventie geformuleerd. Die kunnen verdeeld worden in zes groepen: het doel van de Europese integratie, de waarden die voor Europa van belang zijn, de afbakening van bevoegdheden tussen Brussel en lidstaten, de afstand tot de burgers, de rol op het wereldtoneel, en de hervorming van de Europese instellingen.

De regeringsleiders hebben vorig jaar besloten tot de conventie omdat zij er zelf tot twee keer toe niet in slaagden het eens te worden over hervormingen van de Europese instellingen. De hervormingen zijn noodzakelijk omdat de EU met de huidige instellingen na uitbreiding in Oost-Europa onbestuurbaar dreigt te worden. In Amsterdam (1997) en in Nice (2000) kwamen de regeringsleiders van de huidige vijftien lidstaten er niet uit. Omdat het proces van uitbreiding van de EU nu vergevorderd is, moet in de conventie en in de IGC nu sámen met de kandidaat-landen over de EU van de toekomst worden onderhandeld.

Kernpunt van de meningsverschillen is de vraag of de nadruk moet komen bij samenwerking tussen regeringen, waarbij de regeringsleiders in de Europese Raad grote macht krijgen, of bij de supranationale samenwerking, met een belangrijke rol voor de Commissie. Daarbij speelt ook de kwestie of de grote lidstaten meer te zeggen moeten krijgen of dat alle landen gelijk blijven onder toezicht van de Europese Commissie als hoedster van de verdragen.

De conventie kost dit jaar ongeveer 35 miljoen euro, inclusief de onkostenvergoedingen van Giscard, Amato en Dehaene. Giscard heeft afgezien van zijn gevraagde 20.000 euro per maand en neemt genoegen met 1.000 euro per in Brussel doorgebrachte dag.