Donker

Het huis staat een beetje verscholen aan de bosrand. Wie er 'savonds langsloopt wordt in een hel wit licht gezet. Ik loop er vaak langs.

Deze keer hoor ik na een meter of dertig een stem achter mijn rug: `Marcel! Marcel!' Net voor ik uit het zicht zal verdwijnen, draai ik me om en zie een buikige man op de stoep staan. Zijn woeste grijze baard wappert in de wind. Hij heeft zijn handen aan zijn mond gezet en roept: `Marcel! Waarom kom je nooit meer eens binnen?!'

Ook ik zet mijn handen aan mijn mond en schreeuw tegen de storm in: `Ik bén Marcel niet!'

Het lijkt lang te duren voor mijn mededeling hem bereikt heeft. Even aarzelt hij. Dan draait hij zich om en loopt met gebogen rug terug het tuinpad op. Pas nu zie ik dat hij geen schoenen aanheeft. Opeens gaat het licht uit en is het weer donker. Heel donker.