Dochter EIB aan de Middellandse Zee

De Europese Investeringsbank (EIB) moet een aparte dochterbank krijgen voor het Middellandse-Zeegebied. Dit heeft de Europese Commissie gisteren voorgesteld. De op te richten Euro-Mediterranean Bank (EMB), waarover de EU-ministers van Financiën nog moeten beslissen, moet de economische ontwikkeling bevorderen in de landen rond de Middellandse Zee. De Europese Unie wil vooral sinds de aanslagen van 11 september meer prioriteit geven aan dit gebied. De EU-top in Laken had eind vorig jaar om een bank voor de regio gevraagd. ,,De EMB moet het partnerschap met de mediterrane landen actief versterken'', aldus de verklaring van de Europese Commissie. De EU-top van Barcelona zal zich in maart verder over het onderwerp buigen. In de EMB zouden ook de partnerlanden Marokko, Algerije, Tunesië, Egypte, Israël, de Palestijnse Autoriteit, Syrië, Jordanië, Libanon, Turkije, Cyprus en Malta moeten kunnen participeren.

De EIB blijft meerderheidsaandeelhouder van de op te richten dochterbank. Eerder had voorzitter Prodi van de Europese Commissie nog gesuggereerd een geheel aparte investeringsbank op te richten.

De EMB moet naast de financiering van infrastructuur vooral de ontwikkeling van de particuliere sector (o.a. privatiseringsprojecten) stimuleren. De EIB leent nu al jaarlijks ruim 700 miljoen euro aan landen in het Middellandse-Zeegebied.

Door als dochterbedrijf te opereren kan de EMB profiteren van de goede kredietstatus van de EIB. Ook kan vooral in de aanloopfase geld worden bespaard door gebruik van de expertise en adminstratieve capaciteit van de EIB.