Derde front

Het derde front is geopend. Na Afghanistan en de Filippijnen gaan de Verenigde Staten nu in Georgië de strijd aan met het terrorisme. Kortom, het derde front bevindt zich letterlijk aan de grens van Rusland.

De eerste tien gevechtshelikopters zijn al naar de republiek in de Kaukasus gestuurd. Tweehonderd militaire adviseurs zullen volgen. Volgens president Sjevardnadze van Georgië zullen die niet deelnemen aan gevechtsacties tegen terroristen die zich in de bergen van de Kaukasische republiek schuilhouden. Het gaat slechts om training en consultaties.

Deze Amerikaanse steun is een succes voor Sjevardnadze. Begin oktober was de Georgische president in de VS en sprak daar onder meer met president Bush. ,,We hebben de Amerikanen gecontracteerd'', liet Sjevardnadze zich daarna ontvallen. Nu blijkt dat hij niet blufte. Sjevardnadze heeft een belangrijke bondgenoot verworven, niet alleen voor zijn pogingen om het eigen land onder controle te krijgen, maar ook tegen `hoofdvijand' Rusland.

De Amerikaanse beslissing Georgië te hulp te schieten is zeer vergaand en allerminst van gevaar ontbloot. Dat zich in Georgië terroristen bevinden, staat zo goed als vast. Dat deze banden onderhouden met Al-Qaeda is waarschijnlijk. Maar de VS steken zich willens en wetens in een zeer gecompliceerd wespennest.

Formeel gaat het slechts om pacificatie van de Pankisi-vallei, een bergachtig gebied langs de grens met Tsjetsjenië. De vallei fungeert als pleisterplaats voor circa achtduizend vluchtelingen en als uitvalsbasis voor naar schatting anderhalfduizend rebellen die op krachten willen komen of zich moeten hergroeperen in hun bijna acht jaar durende oorlog tegen Rusland. Georgië zelf is niet in staat de grens met Tsjetsjenië te sluiten. Dat is Moskou een doorn in het oog, al zijn de Russen evenmin in staat Tsjetsjenië af te grendelen. Vorig najaar hebben Russische helikopters in Georgië bombardementen uitgevoerd, in de hoop dat deze methode wel resultaat zou opleveren.

De kans is reëel dat de halve Kaukasus straks operationeel gebied van het derde front wordt. Georgië is namelijk het kristallisatiepunt van een groot aantal belangenconflicten die de olierijke Kaukasus destabiliseren. Als zwakste schakel in de regio is Georgië, dat niet beschikt over natuurlijke hulpbronnen maar wel over transithavens aan de Zwarte Zee, al tien jaar lang in de greep van geweld dat mede door de buurlanden wordt aangewakkerd. Twee deelrepublieken (Zuid-Ossetië en het islamitische Abchazië) hebben zich met Russische steun afgescheiden: het voortdurende onvermogen deze gebieden te heroveren heeft Sjevardnadze en zijn corrupte regering verzwakt.

De Amerikaanse hulp biedt Sjevardnadze niet alleen de kans op te treden tegen de rebellen in de Pankisi-vallei, maar geeft hem ook armslag om de oorlog tegen met name de Abchazen te intensiveren en zich zo te ontworstelen aan de Russische pressie.

Volgens het Pentagon zijn de grenzen van de interventie scherp afgebakend en is ze dus niet bedreigend voor `bondgenoot' Rusland. Maar Sjevardnadze heeft ongetwijfeld andere en vooral weidsere plannen. Het zal het uiterste van de VS vergen om het welhaast heilige conflict tussen Georgië en Rusland enigszins te kanaliseren en er niet in betrokken te raken. Escalatie van de spanningen in kruitvat Kaukasus is een serieus gevaar.