Adviseur Hoge Raad wil alsnog proces Mink K.

De hoogste juridische adviseur van de Hoge Raad vindt dat er een nieuw strafproces moet komen tegen Mink K. naar aanleiding van een enorme wapenvondst in Amsterdam in 1999. Dit heeft de advocaat-generaal bij het hoogste rechtscollege, F.J.M. Machielse, deze week schriftelijk geadviseerd.

De 40-jarige Mink K., die een straf uitzit wegens drugshandel, geldt als een van de meest invloedrijke vertegenwoordigers van de Nederlandse onderwereld. Na een incidentrijk en gedeeltelijk geheim proces bepaalde het Amsterdamse gerechtshof vorig jaar dat justitie Mink K. niet langer mocht vervolgen wegens betrokkenheid bij wapenhandel. Het openbaar ministerie moest hem van het hof met rust laten omdat het de schuld van justitie was dat publiek was geworden dat wapenexpert Mink K. tevens informant was van het opsporingsapparaat.

In een nog vertrouwelijk advies concludeert advocaat-generaal Machielse dat de Hoge Raad de ,,controversiële uitspraak'' van het Amsterdamse hof om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren moet vernietigen. Machielse spreekt van een onbegrijpelijk arrest en vindt dat de strafzaak ,,in de luwte van een ander hof'' bij voorkeur Den Haag moet worden overgedaan.

Mink K. kreeg in 1999 landelijke bekendheid toen hij in een rapport van de Kamercommissie Kalsbeek die de erfenis van de IRT-affaire had onderzocht weinig omfloerst werd aangeduid als `topcrimineel'. Een officier van justitie de Amsterdamse magistraat Fred Teeven had ,,vergaande afspraken'' met hem gemaakt om informatie over corrupte opsporingsambtenaren te verkrijgen. Mink K. zou ook een hoofdrol hebben gespeeld bij de import van 15.000 kilo cocaïne.

Kort na verschijning van dit rapport werd Mink opgepakt na de vondst van wapens granaatwerpers, schietparaplu's en automatische geweren in een Amsterdams appartement. Zijn vingerafdrukken waren erbij gevonden. De rechtbank veroordeelde hem voor wapenbezit tot 3,5 jaar cel. In hoger beroep verklaarde het hof het OM evenwel niet-ontvankelijk. De raadsheren deelden de mening van de advocaten van Mink, die tijdens het proces een motorhelm droeg, dat diens leven in gevaar was gebracht door het uitlekken van zijn informantenstatus.

In het advies van 26 februari noemt advocaat-generaal Machielse die redenering onzinnig. Het is namelijk niet de schuld van justitie dat de Kamercommissie-Kalsbeek haar bevindingen destijds weinig subtiel publiek maakte. Justitie heeft volgens hem eenvoudigweg aan haar constitutionele plichten voldaan. [Vervolg MINK K.: pagina 3]

MINK K.

'Uitlekken bij proces kan justitie niet worden verweten'

[Vervolg van pagina 1]Dat deed justitie volgens Machielse door een onderzoekscommissie van de Tweede Kamer en de BVD te informeren over de overeenkomst die in 1998 door het OM met Mink K. was gesloten.

Volgens Machielse kan justitie ook niet worden verweten dat tijdens het strafproces tegen Mink een deel van de geheime behandeling uitlekte doordat een geluidsverbinding tussen rechtszaal en perskamer was blijven aanstaan. De advocaat-generaal wijst er bovendien op dat de overeenkomst die justitie had met Mink om te praten over corruptie betrekking had op oude strafbare feiten. De wapenvondst waar Mink voor terechtstaat dateert van na het verschijnen van het rapport van de commissie-Kalsbeek.

Het Amsterdamse hof heeft volgens Machielse ook gehandeld in strijd met de Grondwet. Ze hebben een gedeelte van hun uitspraak geheimgehouden en niet zoals constitutioneel voorgeschreven volledig in het openbaar voorgelezen.

In een ruime meerderheid van de gevallen volgt de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal. Het hoogste rechtscollege doet naar verwachting over zes weken uitspraak. Omdat het Amsterdamse hof geen inhoudelijk oordeel over de verweten strafbare gedragingen heeft gedaan het hof verklaarde justitie niet-ontvankelijk in de vervolging kan normaal gesproken worden terugverwezen naar hetzelfde hof. Die buigt zich dan over de vraag of er wettig en overtuigend bewijs is.

In deze zaak – die ,,zeer grote aandacht'' heeft getrokken – vindt de advocaat-generaal dat er toch een hof in een ander ressort moet oordelen. De raadsheren in Amsterdam hebben immers laten doorschemeren dat ze Mink niet schuldig achten aan wapenhandel. Door die houding heeft het Amsterdamse hof ,,een voorschot'' genomen op zijn oordeel en blijk gegeven van ,,een zekere preoccupatie''. Machielse beveelt daarom aan dat het Haagse hof Mink K. opnieuw berecht.

Bij het openbaar ministerie, waar vorig jaar met nauwelijks verholen ontsteltenis werd gereageerd op het Amsterdamse arrest, is men zeer verheugd met het naderende vooruitzicht om Mink K. alsnog te kunnen vervolgen wegens wapenhandel. De advocaat van Mink, P. Bakker Schut, heeft altijd betoogd dat zijn cliënt niets met wapenhandel te maken had. Hij zou slachtoffer zijn van een complot van de BVD.