Aanleg Markerwaard is urgenter dan ooit

De voordelen van de aanleg van de Markerwaard overtreffen ruimschoots de nadelen. Heel Nederland zou er wel bij varen, meent Leo Q. Onderwater.

In het themakatern `Flevoland' van 16 februari is de discussie over de inpoldering van het Markermeer vanaf begin jaren zeventig door Rieneke van Tongeren nog eens beknopt weergegeven. Het kabinet heeft in januari door het besluit om tot 2030 niet tot de aanleg van de Markerwaard over te gaan, de discussie hierover geenszins kunnen smoren. De enorme ruimtebehoefte in met name de Randstad zal de discussie over de Markerwaard blijven aanzwengelen.

Als er ooit in de Nederlandse geschiedenis de noodzaak is geweest voor de aanwinning van land voor wonen, werken, recreëren en mobiliteit, dan is het nu. Landaanwinning kan de overvolle Randstad ontlasten. Bovendien kan de Markerwaard ruimte bieden voor allerlei functies en bebouwingen die niet in het rivierenlandschap thuishoren. Herstructurering van gebieden rondom de grote rivieren is op korte termijn noodzakelijk, omdat die in geval van nood als inundatiegebieden moeten kunnen fungeren. Land zal moeten worden teruggegeven in het kader van een meer natuurlijke bedding van de rivier.

Oorspronkelijk was drooglegging van de Markerwaard voorzien in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Maar eind jaren zeventig waren er onvoldoende goede argumenten om dat besluit door te zetten. De tegenstand was groot, omdat de bevolking niet meer groeide. Bovendien was er geen nijpend gebrek aan bedrijventerreinen; Nederland zat economisch gezien in een diep dal. Werd de Noord-Oostpolder nog aangelegd om de boerenbelangen te dienen, met de drooglegging van Oostelijk en Zuidelijk Flevoland werd voornamelijk voorzien in de aanleg van nieuwe steden, recreatiegebieden en bedrijventerreinen. Daarbij kregen de milieubeweging en natuurliefhebbers de Oostvaardersplassen (natuurreservaat) en het Holsterwold als een geschenk in de schoot geworpen.

Inmiddels is de bevolking in twintig jaar gegroeid met 2 miljoen tot 16 miljoen inwoners.

Recente berekeningen van het Centraal Planbureau wijzen er op dat de bevolking van Nederland de komende dertig jaar zal groeien tot 18 miljoen inwoners. Met name de steden in de Randstad zullen de bevolkingsdruk moeten opvangen. Daarnaast eisen deze steden ruimte op voor bedrijventerreinen buiten hun eigen gemeentegrenzen.

Vooral de noordvleugel van de Randstad (Amsterdam en Utrecht) blijkt nogal te hebben geprofiteerd van de economische groei van de afgelopen jaren. De behoefte aan woningbouwlocaties in dit deel van de Randstad is eveneens aanzienlijk. In de periode van 2010 tot 2030 moeten in deze regio 190.000 woningen worden gebouwd. Er zal een totale ruimtebehoefte ontstaan van minimaal 40.000 ha voor woningbouw, bedrijventerreinen, infrastructuur en recreatiegebieden. Hiervoor zal een belangrijk deel van het Groene Hart moeten wijken, terwijl de ecologische motieven om weilanden en landbouwgronden te sparen niet uit het oog mogen worden verloren.

Vorig najaar heeft minister Pronk het Groene Hart al kleiner gemaakt door de Bloemendalerpolder (tussen Muiden en Weesp), de Zuidplas (tussen Gouda en Nieuwerkerk aan de IJssel) en Rijnenburg bij Utrecht te bestemmen voor woningbouw. Wordt het Groene Hart door deze ontwikkelingen – samen met de al in uitvoering zijnde Vinex-locaties – aan de randen aangevreten, met de uitbreidingen van steden als Zoetermeer, Alphen aan de Rijn, Leiden en Gouda eet het Groene Hart zichzelf ook van binnen uit op.

Sparen van het Groene Hart is slechts mogelijk door een noordelijke uitloop van de Randstad richting Markerwaard. De Markerwaard kan ruimte bieden aan een stad met maximaal 150.000 inwoners in de directe nabijheid van Almere, en een stad van 100.000 inwoners in de bocht van de Hoornsche Hop tegenover Hoorn.

Bedrijventerreinen, waarvoor in de Randstad eveneens onvoldoende ruimte is, kunnen de plaatselijke bevolking werkgelegenheid bieden. De Markerwaard biedt bij uitstek mogelijkheden voor natuurbouw, bosbouw, (glas-)tuinbouw en zelfs bollenteelt. Een gunstige bijkomstigheid van de aanleg van de Markerwaard is dat de waterhuishoudkundige toestand van het huidige Markermeer aanmerkelijk wordt verbeterd door een vermindering van de aanvoer van vuilwaterstromen.

Door inpoldering zullen de bestaande dijken om de Markerwaard minder zwaar worden belast door geringere opwaaiing en minder hoge golven. Deze dijken behoeven derhalve geen aanpassing dan wel grootschalig onderhoud, zodat ze – wegens de cultuurhistorische waarde – hun karakter kunnen blijven behouden. De voordelen van inpoldering overtreffen verre de nadelen.

Het recente kabinetsbesluit tegen de aanleg van de Markerwaard is niet genomen op basis van een rationele analyse, maar slechts op grond van het – ten onrechte – vermeende ecologische karakter van een monofunctionele waterplas van 60.000 ha., die zich bij gelegenheid laat gelden als een onvoorspelbare gevarenbron.

Ir. Leo Q. Onderwater is architect in Den Haag.