Wie kaatst...

Het kadaster vormt de inzet van een hoogoplopend conflict tussen Nederland en Marokko over de export van sociale uitkeringen. Minister Vermeend (Sociale Zaken) wil ter plekke in het kadaster kunnen nagaan of uitkeringstrekkers geen eigen huis hebben. Dat gebeurt in Nederland immers ook. Marokko vindt dat Nederland genoegen moet nemen met een verklaring van de Marokkaanse fiscale autoriteiten dat de betrokkene niet belastingplichtig is. Daaruit zou blijken dat hij niet beschikt over onroerend goed.

Waarom iemand uitgerekend over kadastercontroles moeilijk moet doen, valt niet goed in te zien. Sinds de Franse tijd is een kadaster een openbaar register; daarin zouden Marokko en Nederland beide met een erfenis van een Frans juridisch stelsel elkaar toch moeten kunnen vinden. Er zit natuurlijk wel wat meer vast aan de controles (bevolkingsregister, fiscus, onderwijsinstellingen), maar juist van regeringen onder elkaar zou men verwachten dat zij ook daar begrip voor opbrengen. Er zijn trouwens verschillende verdragen over de export van uitkeringen getekend, inclusief een administratief akkoord. Maar Marokko heeft in januari laten weten dat Nederland het zal moeten stellen met de ,,verklaring van niet-belastingplichtigheid''.

Nederland heeft driemaal vergeefs een diplomatieke missie gestuurd. Vermeend slaat nu terug met het stopzetten van kinderbijslag. Dat kan alleen voor nieuwe gevallen (kinderen die na 1 juli worden geboren), maar als dat niet helpt, zal ook de export van andere uitkeringen geleidelijk worden beëindigd. De uiterste consequentie is dat het zogeheten `moederverdrag' uit 1972 wordt opgezegd. Formeel kan dat in een halfjaar bekeken zijn. Dan is het uit met de export.

Maar de goeden moeten dan wel onder de kwaden lijden. Dat is niet direct bevorderlijk voor het remigratiebeleid, en het gaat vaak om zuur verdiende individuele rechten. De export van uitkeringen is echter meer dan een individuele aangelegenheid. Bij grensoverschrijdend rechtsverkeer, van welke aard ook, zijn onherroepelijk de betrekkingen tussen staten in het geding. Daarin doet het beginsel van soevereiniteit nog steeds opgeld, zoals Marokko duidelijk laat merken.

Maar dan moet Marokko wel beseffen dat soevereine betrekkingen het niet kunnen stellen zonder de `comitas gentium', de hoffelijkheid die tussen staten in acht genomen hoort te worden. Dat is een oude term die echter nog steeds de bron is van wederkerigheid als internationaal reguleringsmechanisme. Beter gezegd: wie kaatst, moet de bal verwachten.