Wat nu met de Grote Markt?

Ruimtelijke ordening is in veel gemeenten een belangrijk thema in de verkiezingscampagnes. In Groningen worstelt de politiek al jaren met het opknappen van de Grote Markt.

Een kaal plein, geen boom, geen bankje en een onaantrekkelijke oost- en noordzijde. Politiek Groningen is het al jaren over één ding eens: de Grote Markt, het historische plein in de binnenstad, moet opgeknapt worden. Maar wat moet er dan gebeuren? De PvdA denkt aan een museum of een theater en het ondergronds wegwerken van een bestaande, bovengrondse parkeergarage. De VVD pleit voor een ,,grootschalige aanpak'' met een parkeergarage onder het water van de zogenoemde diepenring.

Net als bij de verkiezingen van 1998 concentreert de discussie zich op wel of geen parkeergarage. Dat is vreemd, vindt fractievoorzitter Karin Dekker van GroenLinks. ,,De stadjers willen er geen parkeergarage bij in de binnenstad. Onlangs bleek uit een enquête van het Nieuwsblad van het Noorden dat 54 procent van hen tegen is.'' Groningen liep in de jaren zeventig voorop met het weren van de auto uit de binnenstad. ,,De Groningers zijn gaan houden van een autoluwe binnenstad'', weet Dekker.

Vier jaar geleden speelde het opknappen van de Grote Markt nog niet echt een rol in de verkiezingscampagnes. Maar anderhalf jaar later zorgde het onderwerp voor des te meer tumult, toen de gemeente haar plannen presenteerde. Deze omvatten een vernieuwing van de `versleten' noordzijde van de Grote Markt (kosten 250 miljoen gulden) en een ondergrondse parkeergarage (door tegenstanders `koopgoot' genoemd) met nieuwe winkels en horecavoorzieningen. De upgrading moest de aantrekkingskracht van de Martinistad als koopcentrum vergroten.

Een raadsbrede meerderheid (29 stemmen voor en tien stemmen van Student en Stad, SP en GroenLinks tegen) nam het plan van architect Jo Coenen aan. Vier jaar later is alles echter nog bij het oude. De voorstanders stapelden argument op argument. Dat een revitalisering van de noordkant van de markt nodig was en dat de middenstand een impuls nodig had. Dat de investeerders alleen toehapten wanneer er een grote ondergrondse parkeergarage werd gebouwd (met een transparant en groen ondergronds winkelcentrum). Maar het beeld van een scheve, weggezakte Martinitoren en een gapend groot gat in de Grote Markt had zich vastgezet in de hoofden van veel `stadjers'. Ruim 80 procent stemde het plan vorig jaar februari bij een referendum weg.

De collegepartijen leden een pijnlijke nederlaag, geeft PvdA-fractievoorzitter Marjo van Dijken nu toe. ,,Achteraf hebben we de emoties van veel Groningers verkeerd ingeschat. De tegenstanders voerden een zeer sterke campagne.''

In de stad heerste een sfeer van: als je de zittende macht een tik om de oren wilt geven, moet je het nu doen. Karin Dekker van GroenLinks spreekt liever van een ,,knock-out''. Ze verbaast zich erover dat verantwoordelijk PvdA-wethouder Willem Smink niet aftrad.

CDA-fractievoorzitter Martine Visser denkt dat de Groningers zich overvallen voelden door een ,,kant-en-klaar-plan''. ,,Er zat te veel tijd, anderhalf jaar, tussen het idee van een opknapbeurt en een concreet plan.''

De meeste partijen willen nog steeds een `impuls' voor de Markt. VVD-fractievoorzitter Remco Kouwenhoven vindt een ondergrondse parkeergarage nog steeds een voorwaarde voor een grootschalige aanpak. ,,Maar niet onder de Grote Markt. We leven in een democratie en een meerderheid heeft zich daartegen uitgesproken.'' Hij denkt aan een plek onder het water van de `diepenring' die de binnenstad omsluit. Of aan het ondergronds maken van de bovengrondse parkeergarage aan de Naberpassage aan de rand van de Markt. Een parkeergarage is een voorwaarde, vindt hij, omdat de binnenstad van Groningen in zijn ogen bereikbaar moet blijven.

Dekker vindt dat ook. ,,Maar alléén voor mensen die van een auto afhankelijk zijn.'' Ze wijst op de lightrail die in 2007 in Groningen moet rijden. ,,Die doet de Grote Markt ook aan.''

Het afgelopen halfjaar praatten verschillende groeperingen in het Grote Markt Forum over de toekomst van het stadsplein. Overeenstemming is er nog niet, zo blijkt nu weer bij de verkiezingen.