VS meten bij broeikasplan met twee maten

Morgen stemt de Tweede Kamer over het Kyoto-protocol. De VS staan aan de zijlijn met eigen plannen. Hoe verhouden die zich tot Kyoto?

Twee weken geleden presenteerde de Amerikaanse regering haar plannen voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, het alternatief voor het zogeheten Kyoto-protocol dat in 1997 met steun van de VS werd ondertekend. In dit protocol, dat president Bush al vlak na zijn aantreden dood verklaarde, verplichtten de VS zich destijds om hun uitstoot met zeven procent te laten dalen, ten opzichte van ijkjaar 1990.

Kern van het nieuwe Amerikaanse beleid is dat milieumaatregelen worden bekostigd uit een ongeremde economische groei. Verder is het woord verplichting uit de voorstellen verdwenen. Het bedrijfsleven zal nergens toe worden gedwongen. Alle inspanning is vrijwillig.

In de plannen die op 14 februari werden gepresenteerd is een geheel nieuwe maatstaf voor de broeikasinspanning geïntroduceerd: de CO2-intensiteit. Dat is de uitstoot aan alle broeikasgassen (omgerekend naar CO2) gedeeld door het bruto binnenlands product (BBP). De regering-Bush streeft ernaar de broeikasintensiteit de komende tien jaar met 18 procent te laten dalen. Nu is het 183 ton CO2 per miljoen dollar BBP, over tien jaar moet het 151 ton per miljoen dollar zijn. Om de reikwijdte van het begrip `broeikasgas-intensiteit' aan te geven wordt voorgerekend dat de Amerikaanse uitstoot in 2012 een miljoen ton CO2 lager zou zijn en dat dit overeenkwam met een vermindering van 4,5 procent.

De rest van de wereld heeft voornamelijk koel gereageerd op de Amerikaanse plannen. De Nederlandse minister van Milieu Jan Pronk, die de onderhandelingen over de precieze invulling van de afspraken van Kyoto leidde, liet op de radio weten de Amerikaanse maatregelen onvoldoende te vinden. Hij begreep dat het plan van Bush toestond dat de Amerikaanse CO2-uitstoot de komende tien jaar nog verder zou groeien.

Een analyse van de milieuorganisatie Greenpeace laat zien dat dit inderdaad het geval is. De berekeningen van Greenpeace zijn gebaseerd op analyses en prognoses van de Amerikaanse regering. Greenpeace laat zien dat de uitstoot in 2012 wel eens 36 procent hoger kan zijn dan het aanvankelijke Amerikaanse Kyoto-doel.

De schatting van Greenpeace komt redelijk overeen met de waarde die dr. R.G. Prinn, wetenschapper aan het Massachusetts Institute of Technology, gisteren noemde in de New York Times. Prinn verwacht dat de CO2-uitstoot tussen 2002 en 2012 met 14 procent zal stijgen. (Op dit moment ligt de Amerikaanse uitstoot al zo'n 13 procent boven de waarde van 1990).

De nieuwe maatstaf die Bush hanteert is bedrieglijk. Door de uitstoot te relateren aan het bruto binnenlands product wordt niet direct zichtbaar hoe de CO2-uitstoot zich in absolute zin ontwikkelt. Zo kan die uitstoot in feite ongebreideld doorgaan als de Amerikaanse economie jaarlijks met precies 2 procent groeit, om toch het door Bush gestelde doel van 18 procent intensiteitsvermindering te halen. Omdat een grotere economische groei dan 2 procent aannemelijk is (de laatste jaren was hij ongeveer 3 procent) mag de CO2-uitstoot dus in feite flink groeien.

Een ander probleem met de voorstellen van de Amerikaanse regering is, dat er niet bij is gezegd dat de Amerikaanse CO2-intensiteit al heel lang daalt – de laatste tien jaar volgens Greenpeace gemiddeld met 16,5 procent, de laatste vijf jaar nog veel sneller, met een waarde die voor een heel decennium op ruim 25 procent zou uitkomen. Zo bezien betekenen de Amerikaanse voornemens dus een afzwakking van de ontwikkeling die op gang was gebracht.

Ook is het niet correct te zeggen dat de Amerikaanse uitstoot in 2012 ongeveer 100 miljoen ton `lager' zal uitkomen, zonder aan te geven wat de referentie is. Lager dan wàt? Niet de huidige uitstoot, laat staan de uitstoot van 1990 (die in het Kyoto-protocol wordt gehanteerd), maar de uitstoot zoals die zou kunnen zijn bij ongewijzigd beleid.

Volgens Bush is het resultaat van zijn voorstellen vergelijkbaar met de inspanning van de landen die Kyoto wel willen ratificeren. Die landen (vooral de Europese Unie, Rusland, Japan, Canada, Polen en Australië) verplichten zich volgens `Kyoto' gezamenlijk tot een vermindering van de uitstoot met zo'n 4 procent ten opzichte van 1990 (toen de VS nog meededen was dit ruim 5 procent).

De Amerikanen zeggen dat hun uitstoot in 2012 met het nieuwe beleid 4,5 procent lager zal uitkomen dan bij ongewijzigd beleid. Dat is, concluderen ze, min of meer `vergelijkbaar' met het gemiddelde van de Kyoto-landen. Maar de 4 procent van de Kyoto-landen is gerelateerd aan de uitstoot in 1990, en is daarmee onvergelijkbaar veel zwaarder. Het plan van Bush beschrijft een vrijwillige inspanning die een relatief effect heeft. In het Kyoto-protocol gaat het om absolute emissievermindering waartoe men zich verplicht.

Bush belooft na 2012 stringenter beleid als `sound science', gedegen wetenschappelijk onderzoek, daar de noodzaak van aantoont. Dat lijkt een verhuld afscheid van het voorzorgsprincipe uit het VN-raamverdrag tegen klimaatverandering van 1992. Gebrek aan volledige wetenschappelijke zekerheid mag niet worden gebruikt om maatregelen uit te stellen, staat daar. Dit verdrag is ook door de VS geratificeerd.