Uitlevering loopt niet altijd soepel

Aan de VS uitgeleverde Nederlanders zouden na een veroordeling hun straf mogen uitzitten in Nederland. De vraag is of dat in de praktijk gebeurt.

Het 31-jarige oud-model B.E. kreeg telefonisch het verzoek van de politie om langs te komen voor een gesprek. Nietsvermoedend ging ze naar het bureau 's-Gravensandeplein in Amsterdam. ,,Ze had niet eens een tandenborstel bij zich'', zegt haar advocaat G.Meijer.

E. is een van de twee vrouwen die vorige week door de Amsterdamse politie, op verzoek van de VS, is aangehouden. Ze wordt verdacht van betrokkenheid bij de smokkel van xtc naar de VS. Ze zegt onschuldig te zijn.

Meijer noemt zijn cliënt een echte ,,partyanimal''. De vrouw heeft onlangs rondgereisd in de VS en daar een aantal housefeesten bezocht. Ze zegt dat zij de andere aangehouden vrouw, H.H., toevallig in het vliegtuig is tegengekomen. Nu dreigt ze uitgeleverd te worden aan de VS en de vraag is of ze na een eventuele veroordeling haar straf in Nederland mag uitzitten.

Meijer beziet het Amerikaanse uitleveringsverzoek met wantrouwen. Zijn collega Staehle noemt de Amerikaanse toezeggingen over het uitleveringsverdrag met Nederland, ,,boterzacht''. Een cliënt van hem, P.S., is net op verzoek van de Amerikanen door Nederland uitgeleverd wegens verdenking van xtc-smokkel. Ook een diskjockey uit Zwolle zit, verdacht van smokkel, in de VS gedetineerd.

De Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafuitwisseling (WOTS) regelt de overname van in het buitenland uitgesproken vonnissen. Een woordvoerder van het ministerie van Justitie laat weten dat ,,de welwillendheid van de VS om verzoeken tot overbrenging in overweging te nemen, voor Nederland voldoende waarborg is om uitlevering van Nederlandse onderdanen ten behoeve van strafvervolging te kunnen toestaan''. De ervaring leert echter dat `het buitenland' slechts schoorvoetend Nederlandse gedetineerden overdraagt.

Eind januari deed de rechtbank van Amsterdam uitspraak in de zaak van een Nederlander die door Frankrijk na een veroordeling was overgedragen aan Nederland. De 55-jarige man was in september 2000 door het Tribunal Correctionel van Châlons-en-Champagne veroordeeld tot acht jaar cel wegens smokkel van ruim veertig kilo heroïne. De Nederlandse rechtbank die de Franse straf omzette naar Nederlandse maatstaven (de zogeheten exequator-procedure) stelt in het vonnis vast dat de man, na in september te zijn veroordeeld, nog vijftien maanden moest wachten voordat hij aan Nederland werd overgedragen. De reden daarvoor was dat hem in Frankrijk nog een boete was opgelegd die hij eerst moest betalen. De Nederlandse rechtbank oordeelt dat de terugkeer van de man ,,onbegrijpelijk lang'' heeft geduurd en zette de straf om in vier jaar. De advocaat van de man, V.Koppe, noemt de uitvoering van de WOTS ,,een ramp''. Maar Frankrijk levert tenminste uit, al is het schoorvoetend, en gaat akkoord met de exequator-procedure: Koppe: ,,De VS hebben die toezegging om de straf te laten omzetten naar Nederlandse maatstaven alleen in heel algemene zin gegeven.'' Wel hebben de VS in het verleden twee keer een Nederlander aan Nederland overgedragen na een veroordeling.

Meijer: ,,Lees goed wat er in de verdragsomschrijving staat: `De regering van de Verenigde Staten van Amerika heeft geen bezwaar, in principe, om Nederlandse onderdanen over te dragen aan het Koninkrijk der Nederlanden'.'' `In principe' betekent dat volgens Meijer dat de VS naar bevind van zaken voorbehoud kunnen maken. In 1991 bekrachtigde de VS het verdrag van 21 maart 1983 over de overdracht van gevonniste personen. Zij stipuleerde daarbij uitdrukkelijk dat ,,The Kingdom of the Netherlands will not require additional assurances on this point in individual cases.'' Vrij vertaald: Nederland mag in individuele zaken geen extra garanties vragen voor het uitvoeren van de exequator-procedure.

Een mogelijke barrière voor het repatriëren van veroordeelden kan de automatische verbeurdverklaring zijn die in de VS gebruikelijk is bij drugsdelicten. Wie wordt veroordeeld voor drugssmokkel, verbeurt goederen en vermogen van ten minste één miljoen US dollar, blijkt uit een bij het dossier van Petrus gevoegd stuk van de officier van justitie van het oostelijke district van New York, Loretta E. Lynch. Deze automatische verbeurdverklaring is gebaseerd op de gedachte dat het aan de verdachte is om te bewijzen dat hij zijn bezittingen niet verkregen heeft met de drugshandel waarvoor hij veroordeeld is. De VS kunnen weigeren mensen uit te leveren als het geld nog niet is betaald.

Amerika kent `plea bargaining', het bepleiten van strafvermindering in ruil voor een schuldbekentenis. Wanneer de verbeurdverklaring onderdeel uitmaakt van de strafmaat is bij een plea agreement ook de hoogte van de verbeurdverklaring onderhandelbaar. Zeker is dat Nederland wel een in het buitenland uitgesproken straf overneemt, maar geen geldstraffen. Wat dat inhoudt voor de VS weet Justitie niet. ,,Wij hebben nog geen ervaring met onderhandelingen over die verbeurdverklaring'', zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie.

Gisteren heeft de Hoge Raad het cassatieverzoek van de van drugshandel verdachte G.E. afgewezen. Hij mag aan de VS worden uitgeleverd.