Schrille stoten en flemend gefluister

,,Sidderen van energie of geluidloos tegenover de leegte dan zijn we componisten'' stelt Wolfgang Rihm (1952), expressionist par excellence. Het Arditti Kwartet speelde bij zijn 50ste verjaardag de kwartetten 3, 6 en 8 in het Amsterdamse Concertgebouw in de serie `Een eeuw strijkkwartet 1900-2000'. Rihm onderhoudt een speciale band met het genre, hij begon ermee op 14-jarige leeftijd en heeft er inmiddels twaalf geschreven. Vooral overtuigend is deze componist in liedkunst of instrumentale muziek met toegevoegde theatrale actie, meestal opgezet in uitersten van genadeloos geweld en dichtgeslagen onmacht. De latere kwartetten tonen één grote jachtige spanningsboog, doorsneden door ijzige momenten van stilstand.

Die sfeer is vergelijkbaar met die van Schönbergs Tweede strijkkwartet waarin de tonaliteit desintegreert en een instrumentaal O du lieber Augustin, alles ist hin plaatsmaakt voor een gezongen Ich fühle Luft von anderem Planeten. Ook Schönbergs verstrengeling van autobiografische met compositorische elementen lijkt Rihm aan te spreken. Het is alsof hij de daaropvolgende ontwikkeling van dodekafonie, serialiteit en post-serialiteit negeert om een nieuw vertrekpunt te vinden bij Schönbergs vroege atonaliteit. Niet om een antwoord te formuleren maar om vragen nog schrijnender uit te vergroten in een verkrampt `Alles ist hin'.

De toegevoegde theatrale actie kan benauwende vormen aannemen. Zo wordt in het Achtste Kwartet uit 1987/88 op het podium muziekpapier geranseld, verfrommeld en verscheurd. Speels is dat niet, eerder een daad van razernij en radeloosheid in meest directe zin waarin alleen nog maar het moment zelf telt.

Zoals Schönberg in één grote driftbui de muziek noteerde, zo ook borrelen hier ongevormd en direct atavistische Triebkräfte diep vanuit het onderbewuste naar boven. Het Derde kwartet `In Innersten' heeft een opmerkelijk zij het in schemerige flarden gehuld lyrisch deel omringd door flemende fluisterscènes doorsneden door schrille stoten als van een slecht gesmeerde cirkelzaag. Onhandig is de miniatureske vorm. Pas later begreep de componist dat zijn felle gestiek een ruimte tot ontplooiing nodig heeft.

Dat Achtste kwartet is voorbeeldig van vorm, het Zesde (1984) duurt te lang. Te vaak wordt de wilde jacht onderbroken door ijzige interpolaties en spanning in de rusten, Rihm geselt de stilte! Aan de Arditti's bleek dit allemaal zeer besteed. Waar Rihm de uiterste grenzen verkent zijn ze op hun best fluisterend en schreeuwend spatgelijk.

Concert: Arditti Kwartet, werken van Wolfgang Rihm. Gehoord: 26/2 Concertgebouw Amsterdam. Opname VPRO voor latere uitzending op Radio 4.