Reggae met heftige digitale ritmes

Na de dood van Bob Marley, de eerste grote reggaester, leek het er even op dat Black Uhuru diens plaats in zou nemen. Hoewel het trio begin jaren tachtig veel eer inlegde met militante en experimentele reggae, vormgegeven met het producerswerk van Robbie Shakespeare en Sly Dunbar, werd het hem niet.

Na de relatieve gloriejaren verliet zanger Michael Rose de groep. Tegenwoordig maakt Rose alleraardigste platen voor een beperkte markt, zoals het recente Never Give It Up waarop zijn ietwat klaaglijke, bezwerende stem uitstekend past op eigentijdse digitale ritmes. Live grijpt ook hij terug naar het repertoire van zijn vroegere groep. Vooral in de eerste helft leek het alsof hij de fraaie overzichts-cd van Black Uhuru, Liberation, nog eens dunnetjes overdeed. Nu schreef Rose destijds vrijwel alle nummers, die bovendien zo'n twintig jaar later nog altijd overeind staan. De begeleidingsband, die zwaar op de elektronische inbreng van twee toetsenmannen leunde, hield het tempo er stevig in, hetgeen doet vermoeden dat de kalmerende, door Rose in `Sinsemilla' bezongen marihuana op Jamaica verdrongen is door heftiger genotmiddelen. `Sponji Reggae' werd bijna vermalen in de ritmemachinerie, maar elders bleek de dreunende aanpak niet zonder effect. Ernstiger was dat Rose niet goed bij stem was, zodat de vroegere Charismatische aantrekkingskracht van zijn zang, alsof hij zijn gehoor voorging naar het beloofde land, slechts bij vlagen schitterde. Marcus Garvey en zijn schip Black Star Liner, die de Jamaicaanse rasta's terug naar Afrika hadden moeten voeren, mogen dan bij de jeugd bijna vergeten zijn, zoals Rose klaaglijk opmerkte, hij kreeg het in de tweede helft steeds beter naar zijn zin. Waarmee zijn carrière misschien niet gered werd, maar het concert op het nippertje wel.

Concert: Michael Rose. Gehoord: 26/2, Oosterpoort Groningen. Herhaling 27/2 Paradiso Amsterdam, 28/2 LVC Leiden, 1/3 Effenaar Eindhoven.