Randstad moet doen `waar het goed in is'

Uitzendbureau Randstad heeft een slecht jaar achter de rug en verwacht in 2002 weinig verbetering. Het management wil zich nu weer meer toeleggen op de kerntaak van het bedrijf: uitzenden.

De nieuwe bestuursvoorzitter van Randstad had het tijdens zijn eerste presentatie gisteren niet gemakkelijk. De resultaten over het afgelopen jaar waren teleurstellend. De verwachtingen voor het komende jaar ook. Voorlopig wijst niets er nog op dat de economie zal aantrekken en bedrijven weer volop personeel nodig zullen hebben.

De boodschap van Cleem Farla, de opvolger van Hans Zwarts: Randstad moet vooral blijven doen waar het goed in is, en dat is uitzenden. Onroerend goed, waaronder het tweede hoofdkantoor dat het Diemense bedrijf naast het huidige kantoor liet bouwen, wordt verhuurd of op den duur verkocht.

Het aantal merken dat Randstad in het buitenland voert wordt teruggebracht tot twee: Randstad en Yacht; de laatste voor het gespecialiseerde uitzendpersoneel. Farla snijdt ook een managementlaag uit de organisatie, waardoor de vestigingen in de verschillende landen direct aan de raad van bestuur rapporteren.

Farla brengt Randstad terug tot de oorspronkelijke proporties, om zodra de economie aantrekt weer als eerste de bedrijven op hun wenken te kunnen bedienen met tijdelijk personeel. Randstad sneed daarom het afgelopen jaar in personeel en vestigingen, met name in Duitsland en de Verenigde Staten, maar liet het kantorennetwerk nog ruim overeind.

Als de economie aantrekt zijn uitzenders vaak de eerste die daarvan profiteren. Als je dan nog je kantoren moet gaan bouwen ben je te laat, is de redenering om 25 procent rek in de vestigingen te laten. Tot die tijd moet er binnen de organisatie nog beter dan voorheen op iedere euro gepast worden. Administratiesystemen en trainingen in de verschillende landen worden gestandaardiseerd. De overheadkosten moeten worden teruggedrongen.

Farla is in alle opzichten de tegenpool van Zwarts. De huidige voorzitter van de Kamer van Koophandel van Amsterdam werd door oprichter, commissaris en grootaandeelhouder F. Goldschmeding binnengehaald en voerde een agressief overnamebeleid in de Verenigde Staten en Duitsland. Daarnaast groeide het bedrijf hard in onder meer Italië en Spanje. Té hard volgens Goldschmeding die in zijn opvolger publiekelijk afviel.

Farla daarentegen groeide op binnen Goldschmedings Randstad en ontpopte zich gisteren als zijn protégé. Zoek de verschillen maar. Goldschmeding zei in september in deze krant dat uitzenders terug moeten naar hun kerntaak. In tijden van `piek en ziek' moeten ze tijdelijk personeel kunnen leveren, zonder flauwekul. Een uitzendbureau moet volgens hem geen managementbureau worden. ,,Zwarts heeft te veel tegelijk gewild'', zei Goldschmeding over zijn kroonprins.

Farla noemde gisteren geen namen. Wel zei hij over de technologische investeringen dat ,,initiatieven wel eens anders uitpakken dan je denkt.'' Dat het afgelopen jaar de kosten ,,veel te hoog zijn geweest'' en dat het bedrijf de integratie van de overgenomen bedrijven ,,te lang'' heeft laten duren. Volgens Farla heeft Randstad bovendien de afgelopen tijd ,,te vaak concepten in de markt gezet zonder dat daar een succesbasis voor is geweest.'' Hij doelde daarmee op de inmiddels ter ziele gegane internetactiviteiten Newmonday en Hedson. Vanaf nu zullen volgens Farla uitsluitend nog nieuwe plannen worden gelanceerd als deze binnen korte tijd wat opleveren.

Randstad gaat zich ook meer richten op gespecialiseerd personeel, omdat dat wat minder aan conjunctuurschommelingen onderhevig is. Hoe slecht het ook gaat met de economie, aan gespecialiseerd personeel blijft behoefte.

,,Het was geen gelukkig jaar'', zei Farla. ,,Het resultaat was ook niet goed, maar we zijn nu klaar voor herstel.'' Maar wanneer dat herstel gaat komen voor Randstad, daar kon hij niets over zeggen. In ieder geval niet in het eerste kwartaal van dit jaar dat volgens het bedrijf waarschijnlijk nog verliesgevend zal zijn. Enkele analisten verwachten dat ook het kwartaal daarop nog geen of weinig winst zal worden gemaakt.

Of Farla het beter gaat doen dan zijn voorganger valt nog te bezien. Veel daadkracht toonde de nieuwe bestuursvoorzitter van Randstad niet. Farla wil de opbrengsten terugbrengen naar ,,historische proporties''. Hij wil ieder jaar een groei van het bedrijfsresultaat zien van 5 à 6 procent. Dat baseert hij op een jaarlijkse marktgroei van 8 tot 12 procent, ,,die, zoals u begrijpt, het eerste jaar niet gehaald zal worden'', voegde Farla daar zelf op voorhand aan toe.