Raad wil herziening cultuurlijst

De Raad voor Cultuur wil 17 voorwerpen afvoeren van de lijst van beschermd cultuurbezit. Dit staat in een advies van de Raad aan staatssecretaris van Cultuur, R. van der Ploeg.

De lijst van beschermd cultuurbezit werd opgesteld in 1985 toen de Wet tot behoud van cultuurbezit in werking trad. Op de lijst staan in totaal zo'n 200 voorwerpen en verzamelingen, variërend van kunstwerken tot handschriften en wetenschappelijke apparaten. De voorwerpen mogen ons land niet verlaten omdat ze een `bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis' hebben en daarom `onmisbaar en onvervangbaar' zijn voor ons land. De voorwerpen zijn allemaal in bezit van kerken, stichtingen of particulieren en dus niet van de overheid of van musea.

Onder de 17 voorwerpen die volgens de Raad voor Cultuur van de lijst geschrapt moeten, bevinden zich drie tekeningen van Rembrandt die niet op de lijst thuishoren omdat ze in bezit zijn van musea. Twee schilderijen van Pieter Saenredam en een doek van Emanuel de Witte worden afgevoerd omdat het werk van deze schilders volgens de Raad voor Cultuur in de Nederlandse musea al goed vertegenwoordigd is. Verder worden onder meer vier zestiende-eeuwse beelden afgevoerd, een muziek-handschrift, enkele meubels, apparaten en een collectie fossielen. Verschillende van deze voorwerpen zijn inmiddels door aankoop of schenking overgedragen aan musea en horen niet meer op de lijst. Dit geldt ook voor de tekening De Sphinx van Jan Toorop.

Het is de eerste keer dat de lijst van beschermd cultuurbezit geheel werd herzien en `geactualiseerd'. De Raad stelt in haar advies dat het onmogelijk is om al het particuliere kunstbezit in Nederland te overzien. Daarom is bij het toevoegen van nieuwe voorwerpen aan de lijst een zekere mate van toeval onvermijdelijk. Toch zal de Raad voor Cultuur in een volgend advies met voorstellen komen voor een uitbreiding van de lijst.