Plan: nationale recherche voor zware misdaad

De zeven kernteams van recherche voor bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit worden omgevormd tot een landelijk georganiseerde recherche.

Een nog te vormen landelijke driehoek van justitie, korpsleiding en korpsbeheerders onder voorzitterschap van het openbaar ministerie krijgt de zeggenschap over de prioriteiten van die recherche-eenheid.

Dat schrijven de ministers de Vries (Binnenlandse Zaken) en Korthals (Justitie) in de nota `Landelijke en bovenregionale recherche' die vanmiddag naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Om beter uitvoering te geven aan uitvoering van internationale rechtshulpverzoeken wordt de opsporingscapaciteit bij de kernteams versterkt, zo schrijven de ministers. Anders dan nu het geval is, kan die driehoek dwingende richtlijnen opleggen aan regiokorpsen waar die kernteams onder vallen.

Ook krijgt de landelijke driehoek de bevoegdheid om tussen de kernteams te schuiven met capaciteit als onderzoeksprioriteiten dat noodzakelijk maken. De landelijke driehoek krijgt de verantwoordelijkheid ,,voor opsporing in het gehele landelijke domein. (..) De regionale driehoeken voeren besluiten van de landelijke driehoek uit. Die besluiten zijn afdwingbaar.''

Voor de bestrijding van de bovenregionale criminaliteit wordt een zestal rechercheteams geformeerd waarbij de huidige bovenregionale rechercheteams en de interregionale fraudeteams worden samengevoegd. Zij worden aangestuurd door een tweede driehoek waarin twee hoofdofficieren, twee korpsbeheerders en twee korpschefs zitting hebben. Drie vertegenwoordigers van die driehoek hebben tevens zitting in de landelijke driehoek om de afstemming tussen beide rechercheapparaten te waarborgen.

Op regionaal niveau moeten de grote politiekorpsen recherchecapaciteit ten dienste stellen aan regiokorpsen van beperkte schaalgrootte. De regionale recherche moet de bestrijding van zware en georganiseerde criminaliteit in haar gebied zelf afhandelen. Daarvoor stelt het kabinet versterking beschikbaar, ,,zowel in kwalitatief als in kwantitatief opzicht'', zo staat in de nota.

PvdA-woordvoerder P. van Heemst ondersteunt het besluit van beide ministers om het openbaar ministerie een leidende rol te geven bij de aansturing van de landelijk opererende rechercheteams. Maar de nota geeft volgens Van Heemst geen antwoord op de vraag hoe de samenwerking met de tweede driehoek voor bovenregionale criminaliteit gestalte gaat krijgen. ,,Het openbaar ministerie moet sneller reageren als misdaadontwikkelingen dat noodzakelijk maken. Tegelijkertijd geeft de nota geen antwoord op de vraag of het rechercheapparaat als geheel beter gaat presteren of dat het oplospercentage van misdrijven nu substantieel wordt verhoogd.''