Jochem!

,,Ik mag hopen dat er meer mensen komen'', zei een man van SBS-nieuws gisteravond bezorgd, terwijl hij zijn blik over het pleintje achter het Utrechtse stadhuis liet dwalen. Over twintig minuten zou Jochem Uytdehaage, de Olympische schaatskampioen, hier worden gehuldigd en het pleintje was nog akelig leeg. Op het podium van de feesttent probeerde de zanger `Ome Cor' vergeefs de stemming erin te brengen met de liedtekst: ,,Hij is een dolle Casanova, oe! ah!, hij denkt alleen aan seks, hij is een dolle Casanova, oe! oe! en ik sta perplex!''

Achter een raam van het stadhuis hing weliswaar een spandoek met de tekst `Jochem, Utrecht is trots op je!', maar waar bleef Utrecht? Tegen half zeven, toen Uytdehaage per Rolls Royce arriveerde, stonden er hooguit 200 Utrechters op hem te wachten waarmee het pleintje voor niet meer dan een kwart was gevuld.

De tv-kijkers zullen daar thuis niets van hebben gemerkt. De Utrechters onder hen zullen misschien zelfs met enige spijt naar de tv-flitsen hebben gekeken. Waren ze toch maar gegaan, het leek wel gezellig daar in de Korte Minrebroederstraat!

Maar bij de tv houden ze nu eenmaal meer van fictie dan van non-fictie, en dus zijn ze in zo'n situatie geneigd de werkelijkheid een handje te helpen. Stevig inzoomen op de voorste, hossende rijen, beelden van uitgelaten mensen op het podium, en het tv-kostje is weer gekocht. Nederland denkt nu dat heel Utrecht was uitgelopen voor Jochem Uytdehaage, dat de mensen bij duizenden langs de weg stonden, dat men uit ramen hing en op daken stond, dat de arme jongen daar achter het stadhuis bijna in de verdrukking kwam.

Maar zo was het niet. Het centrum was verlaten toen Uytdehaage een uurtje later in zijn Rolls Royce vertrok. Behalve die 200 mensen had niemand naar hem omgekeken. Eigenaardig. En interessant. Want het is wel eens anders geweest.

De sprekers op het podium, onder wie burgemeester Brouwer, noemden Uytdehaage terecht de grootste Utrechtse sporter na Anton Geesink die in 1964 olympisch goud won. Het Utrechts Nieuwsblad bracht een fotoreportage van de huldigingen van destijds. Een held werd binnengehaald. Een rijtoer door de stad, een indrukwekkende huldiging ten stadhuize. Het deed denken aan de beelden van Fanny Blankers-Koen toen zij in 1948 na haar olympische triomfen in Amsterdam terugkeerde.

Het waren jaren waarin de tv niet, of nog veel minder, regeerde. Je zag wat zwart-wit beelden in het bioscoopjournaal of op tv lang nadat het allemaal gebeurd was. Je fantasie moest het werk doen. En die fantasie wilde naderhand ook wel eens beloond worden met de fysieke aanwezigheid van de sporthelden. Nu volgen drie miljoen kijkers de tv-uitzendingen vanuit Salt Lake City, maar als Jochem Uytdehaage langs cafetaria Ploff in de Schoutenstraat rijdt, kijken ze daar nauwelijks van hun broodje Ploff op. Uytdehaage? Dat weten ze nu wel.

Gelukkig zal Jochem er zelf weinig van hebben gemerkt. Die hossende mensen met hun hoge mutsen, uitgereikt door Heineken, vlak voor het podium, benamen niet alleen de tv-kijkers thuis, maar ook hém het zicht op de werkelijkheid. ,,Zóveel mensen gaaf!'', riep hij blij. Laten we het daar maar op houden.