`Ik heb niet gelogen. Ik heb niet misleid'

Bij de hoorzittingen over de ineenstorting van de Amerikaanse energiehandelaar Enron zijn gisteren voor de tweede keer voormalig topman Jeffrey Skilling en klokkenluider Sherron Watkins ondervraagd.

,,Ik heb niet gelogen voor het Congres. Ik heb Kenneth Lay nooit misleid.'' Jeffrey Skilling, voormalig tweede man van de bankroete energiereus Enron, is uitdagend consequent. Hij weet nog steeds van geen kwaad. Hij heeft noch de volksvertegenwoordiging noch zijn baas om de tuin geleid.

Skilling verscheen voor de tweede keer voor het Congres. Gisteren voor de Senaatscommissie voor Handel, ruim twee weken geleden voor het Huis van Afgevaardigden. En nu in gezelschap van een andere sterattractie, Sherron Watkins, die in een eerdere hoorzitting duidelijk maakte dat zij Skilling beschouwt als de gevaarlijkste en de onbetrouwbaarste van alle Enron-toplieden.

Watkins is nog steeds een vice-president van Enron. Maar zij behoorde niet tot het groepje dat een blijfbonus van 1,5 miljoen dollar kreeg aangeboden toen het bedrijf op instorten stond. Zij staat bekend als klokkenluider sinds zij in augustus 2001 topman Kenneth Lay waarschuwde dat de financiële constructies waar Enrons verliezen in waren geparkeerd, het voortbestaan bedreigden van wat toen nog werd aangezien voor het zevende bedrijf van de Verenigde Staten.

Tijdens haar vorige optreden voor het Congres verweet Watkins vooral Skilling en financieel brein Andrew Fastow dat zij Lay hadden bedrogen. Gisteren corrigeerde de duidelijk in haar rol gegroeide accountant, die inmiddels een boekencontract voor een half miljoen dollar zou hebben afgesloten, die indruk. Nu kreeg ook Lay zijn deel van de ongezouten kritiek.

Watkins: ,,Ik was zwaar gefrustreerd door de reactie van het bedrijf op mijn waarschuwingen. Ik verwachtte dat Lay maatregelen zou nemen, maar het rappoort dat hij liet opstellen was opzettelijk verwaterd.'' Later schetste de onverschrokken `vice-president development' hoe Enron in de herfst een kleine periode had gehad om zich te redden. ,,Maar wij lieten die kans lopen door het gebrek aan actie van de heer Lay. Hij zag niet of wilde niet toegeven dat wij met onze cijfers hadden geknoeid.''

Skilling sprak enige malen de beschuldigingen van Watkins tegen, maar hij viel vooral de behandeling aan die hem ten deel was gevallen in het Congres. Na zijn eerste getuigenis viel meer dan eens het woord meineed. Niemand kon geloven dat hij als dagelijkse baas van het bedrijf geen weet had gehad van de dubieuze constructies die de beurskoers kunstmatig hoog hadden gehouden. Dat was wel wat hij destijds volhield. En gisteren weer.

Hij klaagde erover dat de hele Enron-directie door Congresleden was uitgemaakt voor een stel straatventers en criminelen. ,,De grootst mogelijke onzin is ons naar het hoofd geslingerd, zonder een begin van bewijs'', zei Skilling. ,,Deze onwaarheden verwoesten mensenlevens en dienen geen enkel doel. Het zou een kwestie van normaal fatsoen zijn als werd uitgegaan van onze onschuld tot het tegendeel is bewezen.''

Het leek meer goedgebekt dan effectief. Ook in het vervolg van de zitting, die vijfenhalf uur duurde, koos Skilling bijna zonder uitzondering voor de aanval. Zelden voor emotie of humor. De dunne plekken in zijn strategie werden zichtbaar toen de ook getuigende Jeffrey McMahon, die nu Enrons `president and chief operating officer' is, in herinnering bracht dat hij Skilling al in maart 2000 had gewezen op grote problemen in de financiële verslaglegging.

Skilling herinnerde zich dat gesprek alleen als een verzoek om salarisverhoging. Bij herhaling ging hij niet in op het volgens McMahon centrale thema, de aanvechtbare papieren dochterondernemingen van Enron. Commissievoorzitter senator Byron Dorgon (Democraat, North Dakota) noemde Skillings verklaringen ,,ongeloofwaardig''. Hij wees er op dat Skilling nog zat op de 66 miljoen dollar die hij incasseerde door aandelen Enron te verkopen tussen februari 1999 en juni 2001, terwijl de meeste gepensioneerden van Enron nu niets meer hebben.

Wilde hij de gedupeerden niet laten delen in zijn spaarpot, vroeg Dorgon. Skilling antwoordde dat hij daar niet vrij in was. Hij verwachtte zich de komende vijf à tien jaar te moeten verdedigen tegen 36 afzonderlijke rechtszaken tegen hem persoonlijk. Hij betwijfelde of hij na afloop nog iets over zou hebben.

Dorgon schetste Skilling als de kapitein van de Titanic, die zijn officieren een bonus gaf, daarna in de reddingsboot stapte en de passagiers verzekerde dat alles in orde was. Waarop Skilling kaatste: ,,Dat is een slechte vergelijking. Ik ben in Ierland van boord gegaan''. Hij nam in augustus 2001 plotseling ontslag als CEO, terwijl Enron pas in oktober wankelde en 2 december surseance van betaling aanvroeg.

De aanvallende tactiek van Skilling leek niet opgewassen tegen de even sobere als harde constateringen van Sherron Watkins. Bijvoorbeeld toen zij afrekende met Skillings stelling dat hij niet had geweten dat financieel directeur Fastow ook persoonlijk (voor 30 miljoen dollar) had geprofiteerd van de financiële vehikels die hij had opgezet.

Watkins: ,,Fastow kon niet met zijn hand in Enrons koektrommel zonder expliciete of impliciete instemming van Skilling. Ik kijk meer naar de daden van de heer Skilling dan dat ik luister naar wat hij zegt. Hij zegt dat hij de door McMahon gesignaleerde problemen oploste. Daar blijkt niets van. Hij liet de vossen de kippenren binnen.''

Volgens een reportage in het tijdschrift Vanity Fair van deze week hebben accountants Enron al in 1987 gewaarschuwd dat het bedrijf grenzen overschreed bij zijn pogingen de behaalde winst te gunstig voor te stellen. Ook toen had Kenneth Lay niets gedaan, behalve berekenen wat welke remedie hem en zijn directe omgeving zou kosten.

De staat Californië diende maandag een formeel verzoek in bij de FERC, de toezichthouder voor de energiemarkt, om elektriciteitscontracten ter waarde van 45 miljard dollar te annuleren. De staat sloot die langetermijncontracten vorig jaar toen er een elektriciteitstekort leek te zijn en de prijzen omhoog schoten. Mede door de aanbodmanipulaties van Enron, volgens de staat.