Idylles en geheimen

Veel van de boeken van Stephen King zonder griezelthema gaan over volwassen mannen die zich hun jeugd in een idyllische omgeving herinneren, en het ontwaken uit de ongerepte staat door de ontdekking van een gruwelijk geheim. De scenariobewerking door William Goldman van Kings in 1999 gepubliceerde Hearts in Atlantis doet sterk denken aan het prototype van deze King-film, Stand By Me (Rob Reiner, 1986). Dit keer gaan we terug naar 1960, als Nixon het opneemt tegen Kennedy.

De handeling wordt in gang gezet doordat een vijftiger (David Morse) een honkbalhandschoen over de post krijgt, en nog net op tijd arriveert voor de begrafenis van de voormalige eigenaar, een jeugdvriend. Toch eens kijken bij het oude huis, en ja hoor, daar zitten we al midden in de flashback die de rest van de film zal beslaan. De bokshandschoen speelt nauwelijks meer een rol, daarentegen is er wel een harteloze alleenstaande moeder (Hope Davis) en vooral een intrigerende surrogaatvader (Anthony Hopkins speelt die rol met de van hem bekende superieure nonchalance), die zo veel boeken heeft gelezen dat hij daar erg mooi over kan vertellen. Totdat er op een dag een mysterieuze auto stopt...

Het is allemaal al zo vaak eerder en beter gedaan dan in Hearts of Atlantis, de tweede Amerikaanse film van Australisch regisseur Scott Hicks (Shine), die na Snow Falling on Cedars opnieuw zijn gebrek aan originaliteit en overmaat aan sentimentaliteit bewijst.

Hearts in Atlantis. Regie: Scott Hicks. Met: Anthony Hopkins, Anton Yelchin, Hope Davis, David Morse. In 10 bioscopen.