Enron en de kunst van het shredden

Ex-werknemers van Enron exposeren in Houston hun waardeloos geworden blijken van waardering door het failliete bedrijf.

Een fijn glazen koepeltje beschermt het plukje papiersnippers tegen vergetelheid. Het zijn restanten van Enron-documenten, door een ex-werknemer opgevangen bij de shredder en beschikbaar gesteld voor een kleine tentoonstelling. Het kunstwerk heeft een titel: `No Shred of Evidence, 1995'.

Ex-werknemers van de ingestorte energiereus uit Houston hebben hun memorabilia uit een tijdperk van onbeperkte groei bij elkaar gebracht. Tegen de wanden van een koffiebar in de hal van het Allen Centre, een groot kantoorgebouw, niet ver van Enrons hoofdkwartier, pronkt het bitterkomische bewijs van al die jaren grenzeloos zelfrespect. `Enron, a term of Art, 1995-2001' heet de tentoonstelling, ingericht door een werkneemster, die in maart 2001 wegging bij het bedrijf dat toen al met hoge snelheid op de zon afvloog. Zij komt even kijken naar het bezoek, maar wil haar naam niet vermeld zien in de krant omdat haar nieuwe werkgever daar geen prijs op stelt. Zij erkent dat de samenstellers een zeker genoegen ontleenden aan het bundelen van hun waardeloos geworden bewijzen van waardering door de gevallen beurslieveling.

In alle eenvoud spreekt het ingelijste Enron Jaarverslag 2000 boekdelen. Met een verwijzing naar de voormalige topman Jeffrey Skilling, die gisteren voor de tweede keer voor het Amerikaanse Congres getuigde, heet deze inzending `It takes a Skill(ing) to decipher'. Op het verslag zitten een gele markeerpen en een rekenmachientje met Enron-logo geplakt. Ook de ingelijste Code of Ethics mag er wezen. `Res ipsa loquitur', de zaak spreekt voor zichzelf, is de titel.

Steeds meer verhalen komen nu naar buiten over alle Porsches en Ferrari's in de parkeergarage van Enron, volgens kenners de meest primaire vertaling van de bonussen die jaarlijks werden uitbetaald bovenop de forse salarissen. De memorabilia op de koffiekraam drukken met ingehouden woede uit hoe eindeloos het virtuele energiebedrijf ook middelbare en lagere werknemers trachtte te paaien met in glas gevangen oorkondes en verklaringen. Die kostten niets en bleken ook niets waard.

Op de uiterste hoek van het bouwwerkje hangt een veelkleurige surfplank, een attentie voor de werknemers van Enron Energy Services die dringend voor werkoverleg naar de Nevis Eilanden moesten in 2000. Ter gelegenheid van het tekenen in '99 van een pijplijncontract ter waarde van 2,6 miljard dollar werd een zwaar verzilverde schroef uitgegeven `Bolt before being screwed', luidt het daaraan ontleende advies nu.

De twee meest glimmende torens in het centrum van Houston zijn pregnante herinneringen aan het enronisme van de late jaren '90. Er pal naast staat iel en broos een oud baptistenkerkje met een spandoek op de kleine toren: `Jesus Saves'. Voor de berooide gepensioneerden. Tegenover de koffiewinkel zit in een muur van het naburige Allen Centre een geldautomaat van de Enron Federal Credit Union. Er komt geld uit, voor wie nog enig tegoed heeft.

Ook buiten het zakendistrict levert de herinnering aan Enron gemengde gevoelens op. Een nog onbekend aantal universitaire leerstoelen is ingesteld met geld van Enron. Ze dragen de naam van het bedrijf of zijn afgetreden topman. Zo is Keith Poole `Kenneth L. Lay hoogleraar politieke wetenschappen' aan de universiteit van Houston. Bij de universiteit van Missouri is de Kenneth Lay-leerstoel in internationale economie al een tijdje vacant. Aan de betaling ligt het niet: 180.000 dollar plus medewerkers en reiskosten, internationale wel te verstaan.

hoorzitting: pagina 15