De toekomst van de ruzie

De transatlantische discussie heeft het stadium van het gewone schelden bereikt. Als `de' Amerikanen de indruk krijgen dat ze door `de' Europeanen domme cowboys worden gevonden, staan ze niet met hun mond vol tanden. Europeanen zijn ,,laf, lui en zelfgenoegzaam'', schrijft R.James Woolsey in deze krant van 24 februari. Een zootje rooie rakkers, dat op staatskosten aan het strand ligt te bakken terwijl die cowboys het vuile werk opknappen. Enzovoort.

Je moet ver teruggegaan in de Koude Oorlog om zo'n karikatuur te vinden. Als je niet beter wist, zou je kunnen denken dat dit verhaal is geschreven door het bureau voor strategische leugens dat het Pentagon wilde oprichten. Of door het propagandaministerie van Al-Qaeda, dat de ruzies in het Westen wil bevorderen. Maar Woolsey is van 1993 tot 1995 directeur van de CIA geweest, niet lang geleden topambtenaar geweest, de hoogste 007, zou je kunnen zeggen. En het is goed dat zijn verhaal in de krant staat, want hij vertegenwoordigt een mening die sinds elf september in zijn land niet uitzonderlijk is.

Wat te doen (om Lenin te citeren)? Terugschelden? Tegenspreken? Ons verdiepen in zelfkritiek? Uitleggen dat het ingewikkelder is dan de vroegere directeur van de geheime dienst denkt? Verklaren dat dit recht voor z'n raap oud nieuws is? Alles wat de ruzie aanwakkert, is dom. Boos maar beleefd tegenspreken helpt niet. Zelfkritiek hebben we genoeg, al heeft die niet het effect dat de geachte opponent verlangt. Blijft over de uitleg dat het ingewikkelder is.

Het fundamentele conflict is begonnen toen de Amerikaanse regering de gevangengenomen strijders van de Talibaan naar Guantánamo overbracht, het oorlogsrecht niet op hen van toepassing achtte en bekendmaakte dat ze door geheime tribunalen zouden worden berecht. Stormen van kritiek, maar niet alleen uit Europa. Het felst verzette zich William Safire, de zeer conservatieve columnist van The New York Times tegen wat hij de kangaroo courts noemde. Veel meer Amerikanen vonden dat de president en in dit geval zijn minister van Justitie Ashcroft hier een grote vergissing hadden gemaakt. Vooral dankzij de binnenlandse kritiek zijn de plannen inmiddels ingetrokken.

Toen kwam de State of the Union, waarin de president de ,,As van het Kwaad'' ontmaskerde. Als historische metafoor een gedurfde stap. Hoe gevaarlijk ze ook mogen zijn, Osama bin Laden en zijn volgelingen zijn van een ander type dan Hitler, Mussolini en Hirohito. De oorlog die nu wordt gevoerd valt ook niet te vergelijken met de Tweede Wereldoorlog, die in ieder geval door Europa heel anders is ervaren. Wilde Bush zich met de mantel van Ronald Reagan tooien? Al-Qaeda verslaan, zoals zijn voorganger dat met de Sovjet-Unie heeft gedaan? De vergelijking gaat aan alle kanten deerniswekkend mank. Intussen is de onbruikbaarheid van de As van het Kwaad als politiek begrip bewezen. Aan Noord-Korea is laten weten dat het anders was bedoeld; in Iran is de door het Amerikaanse bewind gekoesterde oppositie in verlegenheid gebracht. Blijft over de oude boosdoener Saddam Hussein.

Irak is een geval apart. Verreweg het beste zou het zijn, als Saddams regime zo snel mogelijk werd opgeheven. Maar hoe? Hier verschilt Amerika met al zijn bondgenoten, de Arabische, de Aziatische en de Europese, diep van mening. Een directe aanval draagt drie risico's: dat de nog altijd bestaande coalitie tegen het terrorisme het zal begeven; dat op de aanval een landoorlog van langere duur zal volgen; en dat Saddam het zal verkiezen met zijn wapens voor massavernietiging een kamikaze-actie te ondernemen. Niet de solidariteit met de Amerikanen is hier aan de orde, maar de vraag op welke manier de wereld zich van Saddam moet ontdoen. Behalve in Washington is men het er globaal over eens dat een kruistocht niet de aangewezen manier is.

Een probleem van bijkomende, maar politiek niet onbelangrijke orde was het plan van het Pentagon, om de vijand op het verkeerde been te zetten door het verspreiden van strategische leugens. Het doet wat denken aan plannen van de CIA, destijds, om Fidel Castro een sigaar met explosieve lading te laten roken, of hem te vergiftigen. Net als dit sigarenplan is nu de voorgenomen leugenstrategie bijtijds afgelast. Zoals toen gaat het ook nu niet om het gehalte van dit soort krijgskunde, maar om de breinen die het verzinnen.

Het ernstigste van alles, in vergelijking waarmee de genoemde kwesties van ondergeschikt belang zijn, is de oorlog tussen Israël en Palestina. De politiek van Sharon, de poging om zich in de strijd tegen het internationaal terrorisme naast Bush te scharen en Arafat de rol van de plaatselijke Bin Laden te laten spelen, is mislukt. In plaats daarvan is er een uitzichtloze reeks van bloedbaden gevolgd, met daarbij een stelselmatige vernedering van het Palestijnse volk en een diep conflict in Israël.

In de Arabische wereld heeft deze oorlog zijn eigen effect. De oorlog van Sharon verzwakt Israël en is uit het oogpunt van de strijd tegen het terrorisme contraproductief. In tegenstelling tot al zijn voorgangers heeft Bush zich, op een zwakke poging na, zorgvuldig op de vlakte gehouden. Terwijl als het zou gaan om het herstel van een internationale orde juist hier de laatste wereldmacht de grootste verantwoordelijkheid heeft. Laat Bush aan Sharon weten wat er moet gebeuren, of is het andersom? Tot verontschuldiging van Washington mag dan dienen dat ook de Europeanen wie het evenmin aan machtsmiddelen ontbreekt, al zijn het dan andere het Amerikaanse voorbeeld hier zorgvuldig hebben gevolgd.

De Atlantische agenda heeft nog meer punten waarover de vrienden van weleer een flink verschil van mening hebben. We hebben nu het stadium bereikt waarin de partijen hun ruzie eerder koesteren dan overwegen hoe ze deze kunnen bijleggen. Van het ogenblik waarop deze president aan zijn bewind begon, is dat alles bedekt aanwezig geweest. Na een korte periode van solidariteit zijn de verschillen snel dieper en duidelijker geworden. De diepste oorzaak is dat de hypermacht met Bush een regering heeft die hyperconservatief is. Europa is dat niet, en daarom is er meer kans dat de ruzie groter wordt dan dat een en ander wordt bijgelegd. Daarop moet Europa rekenen.