Criminaliteitsbestrijding is zowel preventie als repressie

Ad Melkert vindt de kritiek op zijn pleidooi voor een strengere aanpak van de criminaliteit en vooral van de zogeheten veelplegers onterecht. Het is geen uit Amerika overgewaaide spierballentaal, maar volgens hem gebaseerd op het Wetboek van Strafrecht.

De criminologe Josine Junger-Tas heeft een belangrijke staat van dienst. Als autoriteit op het terrein van de jeugdcriminologie wordt zij terecht als een internationaal deskundige beschouwd. Daarom is het des te meer te betreuren dat zij – blijkens haar artikel in deze krant van zaterdag – mijn verhaal over de aanpak van de onveiligheid uit zijn verband haalt om er vervolgens het etiket `demagogie' op te plakken.

Ter gelegenheid van de start van de campagne van de gemeenteraadsverkiezingen heb ik gepleit voor een strengere aanpak van de harde kern van de zogeheten veelplegers. In Nederland zijn dat er zo'n tienduizend die voortdurend via de draaideur van justitie terugvallen in recidive. Tezamen nemen ze bijna de helft van alle misdrijven in Nederland voor hun rekening. Ik heb dat onacceptabel genoemd. Onveiligheid gaat ten koste van kwetsbare groepen in de samenleving. Ouderen die 's avonds de straat niet meer op durven, ouders die hun kinderen binnenhouden. Hoge hekken om de tuinen op het Utrechtse Kanaleneiland: daar mogen we niet aan gewend raken. Daar strenger tegen optreden past bij uitstek in de traditie van de PvdA om op te komen voor kwaliteit van de samenleving en zeker voor hen die niet voor zichzelf kunnen opkomen.

Mijn uitspraak om in geval van herhaald crimineel gedrag de straf(vordering) met eenderde te verhogen, zou ik hebben ontleend aan de bekende Amerikaanse kreet `three strikes and you're out'. Dit is een onjuiste veronderstelling. De reden van die uitspraak moet dichter bij huis worden gezocht. Het Wetboek van Strafrecht kent een uitgebreide recidiveregeling. Deze biedt de mogelijkheid om in veel gevallen de strafbedreiging met een derde te verhogen indien een dader in herhaling valt. Waar ik voor pleit is dat er vaker en consequenter van die regeling gebruik wordt gemaakt, zodat de maatschappij duidelijker aan een veelpleger laat blijken dat dit gedrag niet wordt getolereerd.

Het is altijd goed om je af te vragen of strafrechtelijke sancties zin hebben. Er is veel te zeggen voor het zoeken naar alternatieven voor detentie. Er zijn helaas ook te veel gevallen waarop nog alleen dit uiterste middel past, wil er geen peilloze frustratie of erger optreden bij bewoners of politie.

Er kan echter geen misverstand over bestaan dat de PvdA voortdurend aandacht heeft gevraagd voor een bredere aanpak van de criminaliteit. Daarbij gaat het primair om de rol van ouders en opvoeders. Daar begint het voorkomen van jeugdcriminaliteit. Het Amerikaanse preventiemodel `communities that care' biedt perspectief. Juist met een integrale aanpak op buurt- en wijkniveau kan via bestaande buurtvoorzieningen worden voorkomen dat jongeren afglijden naar crimineel gedrag. Maar ook een verscherpte handhaving van de leerplicht, justitie in de buurt en het HALT-project zijn voorbeelden van een aanpak die erop gericht is te voorkomen dat jongeren in de cel terechtkomen.

Terzijde moet ik daarbij opmerken dat een politieman uit Almere mij onlangs toevertrouwde dat deelname aan HALT regelmatig stuit op de onwil van ouders die geen toestemming verlenen. Dan is het dus terug bij af. Staatssecretaris Kalsbeek heeft een nota jeugdcriminaliteit in voorbereiding die de urgentie van een brede aanpak onderstreept.

Daartoe behoort uitdrukkelijk de wil ook te blijven investeren in de harde kern van veelplegers. Ik heb voorgesteld om elke veelpleger te volgen, ook als hij – want het zijn vooral jonge mannen – vrij is. Daarom ook wil de PvdA dat elke jongere met problemen een eigen mentor krijgt. Zo maak je de kans zo klein mogelijk dat hij weer een vergrijp pleegt.

We moeten ook sneller zien waar de problemen ontstaan en daarop inspelen.

Regelmatige politiecontroles, de aanwezigheid van politieagenten in uitgaanscentra en lik-op-stuk-beleid dragen bij aan een grotere veiligheid van de burgers. Duizenden stadswachten hebben in de afgelopen jaren bijgedragen aan de herovering van soms verloren geraakt publiek domein.

Deze kabinetsperiode zijn er 3.400 agenten bijgekomen en er is een aanzienlijke verdere toename met circa zesduizend petten nodig – ook in vergelijking met omringende landen. De politie moet worden ingezet voor meer toezicht, voor versneld optreden, dicht bij de mensen. De PvdA dringt bij voortduring aan op capaciteitsverhoging bij justitie, zodat de tijd tussen delict en voorgeleiding aanzienlijk wordt verkort.

Tegen die achtergrond is het zinvol dat de criminaliteit per wijk systematisch èn in openbaarheid wordt geïnventariseerd, zeker in de grotere steden. Zowel uit Nederlands als uit buitenlands onderzoek blijkt dat het in kaart brengen van plaatsen met een hoog risico, van tijdstippen waarop een verhoogd risico bestaat dat er misdrijven plaatsvinden en van slachtoffers die een verhoogd risico lopen ertoe doet. Crime mapping, zoals dit soort onderzoek in de Angelsaksische landen genoemd wordt, is een effectieve methodiek om onveiligheid aan te pakken. In Nederland zijn bij de aanpak van woninginbraken, autodiefstal en roofovervallen successen met deze aanpak geboekt. En wat is er tegen als de politie verantwoording aflegt over de geleverde prestaties?

Anders dan mevrouw Junger-Tas suggereert, is er de laatste jaren flink geïnvesteerd in veiligheid. Justitie kwam `in de buurt', de buurtagent kreeg weer een vaste plaats. Er zijn goede mogelijkheden gekomen om aan te dringen op afkicken. We hebben gepleit voor een acceptatieplicht bij hulpverleningsinstellingen voor jongeren met een verstandelijke handicap en gedragsproblemen. Het aantal ontmoetingsplaatsen voor jongeren groeit, zij het dat in veel wijken de klachten van jongeren zelf niet van de lucht zijn; daar is nog veel te doen.

Al met al is na een voortdurende stijging van de misdaadcijfers sinds de jaren zestig, in de laatste jaren sprake van een zekere trendbreuk ten goede. Het investeren in het beheer en onderhoud van de buurten heeft bijgedragen aan het tegengaan van criminaliteit. Het voorkwam op heel wat plaatsen verloedering, het vergrootte de leefbaarheid en het verhoogde de gemeenschapszin. Op andere plekken dreigen verharding en hardnekkige overlast. Vaak precies daar waar mensen met bescheiden inkomens, woningen en kansen verblijven. Om die sociale kant gaat het uiteindelijk in de sociaal-democratie, of met de Britse premier Blair te spreken: ,,Tough on crime, tough on the causes of crime.''

Een sociaal land is een veilig land.

Ad Melkert is lijsttrekker van de PvdA bij de Tweede Kamerverkiezingen.