Ambtenaren: onderbouwing JSF-deal zwak

Het kabinetsbesluit om mee te doen aan de ontwikkeling van de Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF) als vervanger van het F-16 gevechtsvliegtuig is op veel punten onduidelijk. Bovendien is een aantal veronderstellingen niet goed onderbouwd.

Dat concludeert de staf van de Commissie voor de Rijksuitgaven, in een interne notitie voor de Tweede Kamer waarin het kabinetsvoornemen wordt doorgelicht. Deze Kamercommissie, die eigen ambtelijke ondersteuning heeft, volgt het opstellen en uitvoeren van begrotingen voor het parlement. De notitie is gemaakt op verzoek van de vaste Kamercommissie voor Defensie.

In het stuk, dat deze week naar de Kamer is gezonden, wordt de kabinetsbrief over het JSF-besluit bekritiseerd. Volgens het rapport kunnen ,,de veronderstellingen voor de bepaling van de investering (...) op basis van de brief niet worden achterhaald''. Ook zijn er vragen over de bijdrage van het bedrijfsleven, de invloed van Nederland op het JSF-programma en de `operationele behoefte' voor 85 aan te schaffen JSF's.

Het parlement beslist begin april of het akkoord gaat met het kabinetsvoorstel om voor 858 miljoen euro mee te doen aan de ontwikkeling van de JSF. In ruil daarvoor, zo verwacht het kabinet, zal een deel van de Nederlandse luchtvaartindustrie voor miljarden kunnen meebouwen aan het vliegtuig. Het bedrijfsleven heeft toegezegd om bij een succesvol JSF-project in termijnen 3,5 procent van de omzet terug te storten in de kas van de overheid, zodat die zo een deel van het geïnvesteerde geld terugkrijgt. Volgens de staf van de Commissie voor de Rijksuitgaven gaat het kabinet onvoldoende in op de vraag wat er gebeurt als het JSF-programma minder gunstig uitpakt voor de industrie dan aangenomen. ,,Onduidelijk is wat dit betekent voor de afdracht van het bedrijfsleven aan de overheid in het geval dat er geen of een minimale participatie-omzet wordt gerealiseerd.''

In de notitie wordt er verder op gewezen dat er in de kabinetsvoorstellen ,,niets wordt gezegd over de mogelijke invloed van wet- en regelgeving in de VS op de prijsontwikkeling. Tevens blijft onduidelijk hoeveel invloed Nederland in werkelijkheid kan uitoefenen op de kostenbeheersing (van de ontwikkeling van de JSF, red.), bijvoorbeeld door beslissingsbevoegdheid te verkrijgen op onderdelen van het proces'', aldus de notitie. Daarin wordt ook geconcludeerd dat de werkelijke investering van overheidsgeld hoger zal zijn dan nu in de brief staat. Dat komt doordat het kabinet volgens de ambtelijke staf van de commissie met een te laag inflatiepercentage rekent. De ambtenaren missen op dit punt ,,inzicht in de onderliggende aannames van het kabinet''.

In de notitie wordt een aantal vragen gesteld over de bijdrage van het bedrijfsleven. Zo is onduidelijk of de industrie gemaakte kosten voor het genereren van winst mag aftrekken van de belasting. Als dat zo zou zijn, levert dat een belastingderving van ruim 122 miljoen euro op, aldus de notitie. [Vervolg JSF: pagina 6]

JSF

'Industrie moet wel rente betalen'

[Vervolg van pagina 1] Een woordvoerder van Financiën zegt desgevraagd dat ,,het normale fiscale regime'' zal gelden. Of dat betekent dat het bedrijfsleven een verlaging van de winstgrondslag voor de vennootschapsbelasting mag creëren, kan hij niet zeggen. Wel bevestigt hij dat de industrie de rente (van ruim 131 miljoen euro) over 300 miljoen euro, die de staat moet lenen om het `financiële plaatje' van het JSF-project sluitend te krijgen, geheel moet terugbetalen. De ambtelijke staf stelt vast dat dit niet uit de toelichting van het kabinet blijkt.

De Commissie voor de Rijksuitgaven vraagt zich verder af welke afspraken er staan in de zogeheten letter of intent tussen industrie en het ministerie van Economische Zaken. In deze overeenkomst, die nog niet klaar is, moeten details zijn uitgewerkt over de afspraken tussen overheid en bedrijfsleven. Zo is het onduidelijk of alle deelnemende ondernemingen aan het JSF-project wel 3,5 procent van hun omzet aan de staat willen afstaan, zoals het kabinet zegt te zijn overeengekomen.

In de notitie wordt ook een vraagteken gezet bij de `operationele behoefte' van de luchtmacht voor 85 JSF's, om 138 F-16's te vervangen. Mocht de JSF duurder worden, dan kunnen minder nieuwe toestellen worden gekocht, volgens het kabinet. De ambtenaren vragen zich af ,,wat leidend is in de behoeftestelling: het beschikbare budget of de militair-operationele noodzaak voor een bepaalde hoeveelheid toestellen?''

Het CDA heeft gisteren het kabinet gevraagd om het Centraal Planbureau een second opinion te laten geven. Woordvoerder Van Ardenne noemt de kabinetsbrief ,,erg onvolledig. Ik heb twijfels over de financiële verantwoording van dit project.'' Het verzoek van het CDA is ondersteund door de vaste Kamercommissie voor Defensie. De Kamer moet deze week al haar vragen schriftelijk indienen bij de betrokken departementen. Op 11 maart volgt een hoorzitting. Het Kamerdebat is gepland op 2 april.