Telecom met staatsvrienden

Als de Europese Commissie besluit om ondernemingsbestuur (corporate governance) onder de loep te nemen, doet zij er goed aan met France Telecom en Deutsche Telekom (DT) te beginnen. De bestuurders van deze twee telecomgiganten hebben hun aandeelhouders de afgelopen jaren een slechte dienst bewezen.

Tussen 1999 en 2001 heeft France Telecom (FT) onder leiding van topman Michel Bon 65 miljard euro geld geleend om aan overnames te besteden. Die bezittingen zijn vandaag de dag nog maar de helft waard. De schuld van Deutsche Telekom (DT) nam onder verantwoordelijkheid van topman Ron Sommer aanzienlijk toe door de overname van het Amerikaanse mobieletelefoniebedrijf Voicestream. Vandaag de dag is dat bedrijf nog maar een derde waard van wat Deutsche ervoor betaalde.

Aandeelhouders van andere Europese telecomconcerns hebben deze ondernemingen gedwongen te breken met hun expansieve verleden. Bij British Telecom, KPN en het Spaanse Telefonica zijn nieuwe bestuurders aangetreden. Vodafone blaast ook duidelijk een toontje lager. Maar afgezien van het feit dat Bon en Sommer mogen blijven, lijken ze ook hun lesje nog steeds niet geleerd te hebben. Weliswaar hebben ze zichzelf strenge schuldsaneringsdoelstellingen opgelegd, maar Bon heeft de zijne herhaaldelijk afgezwakt, terwijl de trots van Sommer ertoe leidt dat de beursgang van DT's mobiele dochter T-Mobile wordt uitgesteld. Die brengt namelijk alleen geld op als wordt toegegeven hoe weinig T-Mobile nu nog maar waard is. Ook zijn de heren nog niet genezen van hun overnamekoorts: beiden hebben ze het oog laten vallen op het Tsjechische Cesky Telekom.

Het ongebruikelijke gedrag van de bestuurders van DT en FT hangt samen met hun ongebruikelijke positie – of, nauwkeuriger geformuleerd, met de identiteit van hun voornaamste aandeelhouders. 55,5 Procent van France Telecom is in handen van het Franse ministerie van Financiën en 43 procent van Deutsche Telekom is eigendom van haar Duitse evenknie. Dat zorgt ervoor dat de bedrijfsbestuurders in dubbel opzicht geen verantwoording verschuldigd zijn. In de eerste plaats omdat hun grootste aandeelhouder onder politieke druk staat om zich niet met commerciële beslissingen te bemoeien. In de tweede plaats omdat de directe financiële belangen van de ministeries gebaat zijn bij een gezonde dividendstroom. Tenzij de ministeries van plan zijn hun belang op korte termijn af te bouwen, zijn schulden, verwatering van het aandelenkapitaal en de aandelenkoers voor hen van secundair belang.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Bon ongestraft vrijwel zijn hele schuldsaneringsdoelstelling heeft kunnen opdoeken. Gefrustreerde minderheidsaandeelhouders hebben er weinig aan op een bestuurswisseling aan te dringen. Want zelfs als deze individuen zouden worden opgeofferd, is er voor opvolgers geen enkele reden om zich anders te gedragen. Deze ondernemingen hebben wel behoefte aan nieuw bloed, maar ze kunnen beter beginnen op zoek te gaan naar nieuwe (meerderheids-)aandeelhouders.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld