PvdA en `geheim' JSF-rapport

Bij hun post vonden het PvdA-bestuur, de PvdA-ministers en de Tweede-Kamerfractie van de grootste regeringspartij begin november vorig jaar een vertrouwelijk rapport dat tot vandaag ongepubliceerd gebleven is. In dat rapport werd met een reeks van militair-strategische, politieke, economische en financiële argumenten beredeneerd dat voor de vervanging van de F-16 de Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF) in alle opzichten de beste keus is. Want in alle genoemde opzichten is de JSF volgens dat rapport superieur aan zijn concurrenten: de Franse Rafale en de Brits-Duits-Italiaans-Spaanse Tyfoon (voorheen EFA: European Fighter Aircraft).

Drie maanden voor het kabinet na een moeizaam debat ten slotte dezelfde keuze maakte (8 februari) wond dat vertrouwelijke rapport 3 pagina's aanbevelingen en 38 pagina's uitwerking er geen doekjes om. Zijn slotparagraaf `Een verantwoorde keuze' luidde: ,,De kwaliteiten van de Eurofighter en de Rafale niettegenstaande, is de JSF naar verwachting een beter, veelzijdiger, goedkoper, internationaal gezien nuttiger en industrieel gezien interessanter alternatief. Met de huidige stand van zaken zal nationaal gezien de JSF zowel operationeel als financieel de beste kandidaat zijn voor de vervanging van de F-16, maar de Rafale en de Eurofighter voldoen in beginsel ook, hoewel het (nadelige, j.m.b.) kostenverschil aanzienlijk is. Vanuit het perspectief van de NAVO en de EU geniet de JSF de voorkeur vanwege de operationele capaciteiten en vanwege de logistieke aspecten van het ontwerp. De geschiktheid voor deelname aan een breed en divers spectrum aan taken en operationele omstandigheden is, mede bezien in het licht van de lijst van Europese tekortkomingen op het gebied van de luchtstrijdkrachten, belangrijk.''

Kwam dat rapport van de Amerikaanse ambassade? Lockheed-Martin, de Amerikaanse JSF-producent? De luchtmachtstaf? Nee, dat rapport, gedateerd 7 november 2001, kwam van de commissie-Veiligheid en Defensie van de PvdA. Die commissie, geleid door het vroegere Tweede-Kamerlid Harry van den Bergh, had zich voor de operationeel-technische aspecten van het vervangingsvraagstuk, laten bijstaan door externe deskundigen. Het rapport acht de JSF als participatiemodel zowel technologisch als financieel te prefereren boven zijn concurrenten, maar gaat primair uit van veiligheidspolitieke en militair-operationele aspecten. Dus van de noodzaak om de F-16 na zo'n 30 jaar of 6.500 vlieguren te vervangen door het beste toestel voor de beste prijs (inclusief onderhoudskosten en avionics). Een rol speelt ook de ,,situationele omgeving'' waarin dat toestel moet opereren. Dat wil zeggen: qua gebruik van precisiewapens, waarneming en radaronderdrukking met ,,flankerende (Amerikaanse) technologie'', zoals de F-16 van de Nederlandse luchtmacht dat alleen en als een van de weinige Europese toestellen kon in zijn upgraded versie in de Kosovo-crisis. In dat verband herinnert het rapport aan de lange lijst van tekorten die Europese NAVO-leden juist op dit gebied kennen. Dat tekort houdt nu in dat van de 4.200 Europese gevechtsvliegtuigen (NAVO/EU) er maar 400 echt geschikt zijn om met de VS samen te werken en daaraan lijkt op afzienbare termijn weinig te veranderen. Dat kan ertoe leiden dat de VS straks alleen al op technologische gronden voor luchtoperaties liever geen samenwerking zoeken met Europese partners. Wat dat betreft zou de JSF misschien nog wel de beste keus zijn om de Europese afhankelijkheid te beperken, de asymmetrie met de VS en het gebrek aan interoperabiliteit worden dan tenminste niet groter, stelt het rapport. Dat klinkt bitter, al zal dat niet zo bedoeld zijn.

Procedureel is het in de PvdA zó geregeld dat de Tweede-Kamerfractie over de publicatie van zo'n advies beslist. Twee jaar geleden, na de Kosovo-crisis en de oproep van EU-regeringsleiders om tot meer Europese defensiesamenwerking te komen, wilde de PvdA-fractie graag bevrijd raken van de opvattingen waarmee zij de formatie-1998 was ingegaan (bezuinigen, bezuinigen). Toen werd een fors corrigerende nota van Van den Bergh c.s. (meer nadruk op crisisbeheersing en géén bezuinigingsdoel) dan ook snel gepubliceerd. Ja, meer nog: zij werd tot fractiestandpunt bevorderd en zelfs ondertekend door dezelfde parlementariërs die eerder zo met het kapmes hadden gewerkt.

Maar deze keer werd een advies van die interne PvdA-commissie dus niet aan de openbaarheid prijsgegeven. Laat staan dat het direct zou zijn overgenomen. Want de PvdA mag dan alweer dertien jaar regeren, en acht jaar daarvan als grootste coalitiepartij, haar gevoeligheid voor een vraagstuk van dit type blijft groot. Je hoort de noties botsen: we schijnen meer aan defensie te moeten doen, maar zóveel geld voor een Amerikaans wapensysteem, dat is weer zoiets, al schijnt de vakbeweging te voelen voor het werk dat eraan vastzit, maar wat gaan onze linkervleugel, GroenLinks, de SP en zelfs D66 er allemaal over roepen in campagnetijd, kunnen we op uitstel mikken, wie verzint er een list?

Kortom: met dat adviesrapport met zijn heldere maar politiek zo moeilijke aanbevelingen gebeurde niet veel. Integendeel, er klonken tot kort voor de recente beslissing van het kabinet uit de PvdA-fractie over de JSF eigenlijk alleen maar kribbig-kritische geluiden. Althans tot premier Kok ruim een maand geleden fractieleider Melkert in een goed gesprek uitlegde dat hij inmiddels met een meerderheid van het kabinet, inclusief de meeste PvdA-ministers, naar de opvatting neigde dat de JSF militair én economisch de beste keuze was en dat het daarom kort voor de verkiezingen verstandig zou zijn om de positie van de PvdA-fractie wat te nuanceren. Zoals Melkert meteen deed, zó snel zelfs dat hij zijn fractiespecialisten eventjes op het verkeerde perron achterliet.

Over omstreeks een maand bespreekt de Tweede Kamer het kabinetsbesluit ten gunste van de JSF. Wat let de PvdA-fractie dat advies van de commissie-Van den Bergh alsnog te publiceren, desnoods met de toevoeging dat het slechts om `een mening' gaat? Zij zou er haar koudwatervrees mee afleggen en het Kamerdebat zou er niet slechter van worden.