Prijsgeld

De Amerikaanse advocaten die de grote schikking tussen de tabaksindustrie en de overheid in het vat goten, streken voor hun tussenkomst acht miljard dollar op. Het ging weliswaar om tussen de twee- en vijfhonderd advocaten, maar het kwam neer op een honorarium in de orde van 16 miljoen dollar per persoon. Een mooi vak die advocatuur, wat je noemt een `nobile officium' (edel ambt).

De technische term voor dit soort beloningsarrangementen is `contingency fee' (aandeel in de opbrengst) of, zoals het chic in het Latijn heet, `quota pars litis'. Het venijn zit in de staart, want hierbij geldt wel het oude beginsel `no cure, no pay'. Dat is overigens niet uitgevonden door de balie, maar door de zeesleepvaart.

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wil naar dit oer-Hollandse voorbeeld ook een vorm van prijsgeld invoeren voor de rechtspraktijk. Dat gebeurde naar aanleiding van een klacht van een letselschadeadvocaat. Dat is ook typisch een gebied waarop het beginsel no cure, no pay een functie heeft. Met ernstige en vaak blijvende persoonsschade zijn zelfs in de sociale verzorgingsstaat Nederland grote financiële belangen gemoeid, terwijl het doorsnee advocatentarief bij dergelijke bewerkelijke zaken voor de getroffenen al gauw een onoverkomelijke barrière vormt.

Toch heeft dit beginsel een keerzijde, want hoe men het ook wendt of keert: de advocaat krijgt daarmee een direct financieel belang bij de afloop van de zaak. Dat kan leiden tot een extra inspanning voor de cliënt, maar ook tot risicomijdend gedrag in zijn nadeel, zowel bij de selectie van zaken (het zogeheten `cherry picking') als in de schikkingspraktijk. Het hoort niet dat een advocaat 20 tot 30 procent opstrijkt van een schadevergoeding als de uitkomst van de procedure vrijwel zeker is of als de verzekeraar toch wel met een goed schikkingsaanbod komt.

Het is niet duidelijk hoe de NMa de onmiskenbare complicaties denkt te ondervangen. Er is nog alleen een persbericht over de beslissing voorhanden, de volledige tekst volgt later. Het echte antwoord op de vragen die het no cure, no pay-beginsel oproept, ligt overigens niet bij de mededingingsautoriteit maar bij de Nederlandse Orde van Advocaten. Deze heeft al een verordening aangekondigd waarop het kartelverbod niet van toepassing is.

De balie heeft enkele jaren geleden een opening gemaakt voor resultaatafhankelijke beloning. Er is alle aanleiding nog eens goed te kijken naar de gaten in de rechtshulp. De NMa-uitspraak vormt een nuttige stimulans, maar deze valt niet los te zien van de toetsing van onredelijke declaratiepraktijken.