Politiek is toe aan grote schoonmaak

Politici moeten meer een beroep doen op fundamentele waarden en minder op het eigenbelang van de burger, vindt Andries Hoogerwerf.

Wat is er in de Nederlandse politiek aan de hand, vragen zittende politici zich vertwijfeld af als zij de snelle opkomst van nieuwe politieke partijen waarnemen. Deze brede vraag kan hier vanzelfsprekend niet afdoende worden beantwoord, maar een begin van een discussie is wel mogelijk.

Het beeld van politici en bestuurders, maar ook dat van het politieke stelsel als geheel, is sinds de jaren tachtig bij vele burgers ernstig geschaad. Dit heeft te maken met een toegenomen onzekerheid over een aantal moeizaam verworven en eens onwankelbaar lijkende elementen van het politieke bestel.

Er is een erosie opgetreden van de verzorgingsstaat, de rechtsstaat, de politieke democratie en de politiek-bestuurlijke elite. Onder invloed van het politieke marktdenken, met zijn leus `Meer markt, minder overheid', is de verzorgingsstaat sinds de jaren tachtig gedeeltelijk onttakeld. De sociale zekerheid is aanzienlijk verschraald. De gezondheidszorg, het onderwijs en het openbaar vervoer functioneren in het rijke Nederland verre van optimaal.

De rechtsstaat wankelt als een flatgebouw bij een lichte aardbeving. De gedoogcultuur heeft de rechtsstaat ondermijnd. Sinds het begin van de jaren tachtig is het aantal geweldsmisdrijven volgens de politiestatistiek meer dan verdubbeld. Het openbaar ministerie wordt herhaaldelijk op vormfouten en andere blunders betrapt. Grote ondernemingen die de wet overtreden, komen weg met een schikking. Drugssmokkelaars en andere criminelen worden meer dan eens wegens gebrek aan celruimte vrijgelaten.

De politieke democratie functioneert volgens vele burgers niet zoals een hedendaagse democratie dat behoort te doen. Nederlandse politici hebben hun macht bij bakken tegelijk aan democratisch zwakke Europese organen afgestaan. Maar velen van hen tonen een onoverkomelijke weerstand tegen het overdragen van een deel van hun macht aan de eigen burgers via invoering van een toegankelijk en beslissend referendum. De parlementaire controle op de kwaliteit van wetgeving en bestuur schiet tekort. Ernstig falende ministers en staatssecretarissen worden gehandhaafd, terwille van het partij- en coalitiebelang en in strijd met het algemeen belang.

De interne partijdemocratie stelt in de meeste politieke partijen weinig voor. Partijleden hebben op het programma, de kandidatenlijst en de deelname aan het kabinet weinig of geen invloed. Het is mede daarom niet onbegrijpelijk dat het aantal partijleden is gedaald van meer dan tien tot minder dan drie procent van de kiesgerechtigden. Daar komt bij dat de grote partijen in ideologisch opzicht minder herkenbaar zijn geworden, doordat zij zich allemaal hebben aangepast aan het modieuze marktdenken. Mede daardoor is de binding aan de partijen verminderd en het aantal zwevende kiezers toegenomen.

Het functioneren van de politieke en bestuurlijke elite stuit op een groeiende kritiek. Door vele affaires, enquêtes en rampen is duidelijk geworden dat het overheidsbeleid vaak onvoldoende wordt voorbereid, vastgesteld, uitgevoerd, gehandhaafd, geëvalueerd en bijgestuurd. Niet alleen de doeltreffendheid en de doelmatigheid, maar ook de rechtmatigheid van overheidshandelen is dikwijls ver beneden de maat gebleken.

De gesignaleerde gebreken in het politieke systeem roepen bij burgers ergernis en woede op en ook een gevoel van onzekerheid. Dit is temeer het geval bij mensen die toch al onzeker zijn door allerlei maatschappelijke veranderingen. Daartoe behoren de gang van de economische conjunctuur, de beurskoersen, de dreiging van terrorisme sinds 11 september en de steeds meer multi-etnische en multiculturele samenstelling van de Nederlandse bevolking.

In een situatie van politieke en maatschappelijke onzekerheid groeit de neiging van burgers zich te wenden tot nieuwe partijen die het politieke establishment aanvallen. Een politieke kwakzalver die meer uitmunt door arrogantie dan door argumentatie, kan dan plotseling in de opiniepeilingen omhoogschieten. Dit geldt in het bijzonder nu het publiek onder invloed van de populaire media eraan gewend is geraakt meeslepende slagzinnen voor oplossingen van maatschappelijke problemen aan te zien.

Waar is de uitweg? De grote politieke partijen kunnen niet volstaan met zich te beroemen op wat wel bereikt is: de gegroeide werkgelegenheid en de sluitende begroting.

Er is een grote schoonmaak nodig. Er moet nu een beleid komen waarin het streven naar de kwaliteit van de samenleving centraal staat. De dans van de kabinetten-Lubbers en -Kok om het Gouden Kalf van lagere belastingen, lagere overheidsuitgaven en meer marktwerking heeft te lang geduurd.

Politici moeten in de toekomst meer een beroep doen op fundamentele waarden en minder op het eigenbelang van de burgers. Zij moeten het accent sterker leggen op rechtvaardigheid en solidariteit en minder eenzijdig op vrijheid en doelmatigheid. Ook moeten zij bereid zijn tot zelfkritiek. Parlementaire enquêtes zijn geen uiting van een inquisitiegeest, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een gezonde democratie.

Prof.dr. A. Hoogerwerf is politicoloog en emeritus hoogleraar aan de Universiteit Twente.