Kinderarbeid voor luxe bonbons

Tachtig miljoen kinderen verrichten zware kinderarbeid. Bij ondernemingen groeit het bewustzijn om daar iets aan te doen, zegt de directeur-generaal van de internationale vakbondsfederatie ILO. Het zou de verkoop van luxe chocola kunnen schaden.

In de Indiase deelstaat Andhra Pradesh was kinderarbeid wijdverbreid. Totdat tijdens een grootscheepse actie ter bestrijding van de armoede zo'n 150.000 werkende kinderen naar school werden gestuurd. Waarna het inkomen van hun ouders verviervoudigde.

Het voorbeeld laat zien hoe kinderarbeid de arbeidsmarkt dempt, zegt directeur-generaal J. Somavia van de International Labour Organisation (ILO), een onderdeel van de Verenigde Naties dat is gevestigd in Genève. Kinderen zijn goedkope krachten. Als zíj het werk doen in plaats van hun ouders, drukt dat de lonen. Zijn de kinderen niet langer beschikbaar, dan gaan de lonen vanzelf omhoog en wordt de vicieuze cirkel doorbroken.

In het Kurhaus-hotel in Scheveningen is Somavia spreker op een driedaags congres over kinderarbeid, dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdt in samenwerking met de ILO en en de International Association of Labour Inspection. De organisaties willen naleving stimuleren van het ILO-verdrag van 1999, dat onmiddellijke uitbanning van de zwaarste vormen van kinderarbeid voorstaat. Van de 250 miljoen kinderen die arbeid verrichten, zijn er naar schatting zo'n 80 miljoen onderworpen aan de zware vorm: gevaarlijk, zwaar werk, slavernij, prostitutie en de daaruit voortvloeiende kinderhandel.

In nog geen twee jaar tijd hebben 116 landen het verdrag geratificeerd, waarmee ze instemmen met een tweejaarlijkse toetsing door de ILO. Een verrassend hoge score, vindt de ILO-voorman. Maar is er daardoor ook daadwerkelijk iets veranderd voor kinderarbeiders? Somavia vindt van wel. Het geeft aan dat de politieke wil bestaat, zegt hij, om het probleem aan te pakken. Drie ontwikkelingslanden – El Salvador, Tanzania en Nepal – hebben zich bovendien gecommitteerd aan een nationaal programma om het probleem bij de wortel aan te pakken, met hulp van de ILO.

Kinderarbeid kan alleen worden uitgebannen als werkgevers, werknemersorganisaties en de overheid samenwerken, zegt Somavia. Met hulp van het Internationale Monetaire Fonds (IMF). Doet het IMF dat niet voldoende? ,,Nee'', zegt Somavia, ,,Het IMF realiseert zich niet genoeg dat je het probleem alleen kunt aanpakken als je het inbedt in economisch beleid. Als je niet alleen de kinderen scholing biedt, maar de ouders tegelijkertijd aan werk helpt. Het IMF heeft daarin nog een lange weg te gaan.''

Bij grote ondernemingen daarentegen, ziet Somavia het bewustzijn over kinderarbeid groeien. Het beeld van de multinationals die zich willens en wetens schuldig maken aan kinderarbeid klopt niet helemaal, zegt hij. Het probleem is complex. Slechts vijf procent van de kinderarbeid heeft plaats in de exportindustrie. Het overgrote deel voltrekt zich in de informele, lokale economie en de landbouw – veelal in de verborgenheid. Vaak zijn het de onderaannemers die landbouwproducten leveren aan de bedrijven, die kinderen inhuren. Daardoor onttrekt kinderarbeid zich aan het zicht.

Dat neemt niet weg dat ondernemingen gevoelig zijn voor negatieve publiciteit. De media en de consumenten worden daarbij steeds machtiger, en window dressing voldoet niet meer, zegt Somavia. Sportconcern Nike is het beste voorbeeld van een merk dat zijn omzet zag teruglopen door negatieve publiciteit over kinderarbeid. Doordat het bedrijf zich liet certificeren door zelfgekozen controleurs, is het wantrouwen bij de consumenten nooit helemaal verdwenen.

In Pakistan werden alle 7.000 kinderen uit naaiateliers gehaald die daar voetballen moesten stikken, nadat bekend werd dat ze de ballen maakten voor het Europees Kampioenschap in 1996 en het Wereldkampioenschap in 1998. Ze gaan nu naar school. En op dit moment verricht de ILO onderzoek op verzoek van de chocolade-industrie, die nerveus werd door publiciteit over kinderslavernij op de cacaoplantages in Ivoorkust. Het zou de afzet van bonbons kunnen schaden. Het geld dat de industrie voor het onderzoek bood, heeft de ILO geweigerd.

Dat kinderarbeid nog niet is uitgeroeid, zegt Somavia, komt doordat de Westerse wereld het armoedeprobleem nog niet heeft opgelost. Somavia: ,,Dat is geen kwestie van ontwikkeling maar van bewustzijn.'' Maar het probleem speelt niet alleen in ontwikkelingslanden. Hier zijn kinderen die aan school en bijbaantjes samen meer dan 60 uur per week besteden, weet Somavia. ,,Die zijn overbelast. Ofwel omdat ze leven onder de armoedegrens, of omdat ze willen voldoen aan het hoge, westerse comsumptieniveau.''