In de sauna

Behalve namens mezelf heb ik nooit beweerd namens wie dan ook te schrijven. Dit probeerde ik duidelijk te maken aan een mij onbekende vrouw, die onverwachts was binnengekomen terwijl we met een paar vrouwen zaten te eten. Op het moment dat ze binnenkwam, gierde iedereen van het lachen. Ik had de vrouwen net verteld van mijn avonturen in een sauna, hoe kwetsbaar ik de mens in zijn naaktheid vond en hoe eerlijk. Zelfs de vervallen billen en de gerimpelde buiken waaraan niets meer te corrigeren viel vond ik aandoenlijk mooi.

De onverwachte bezoekster, een intelligente jonge vrouw met een hoofddoek die een HBO-opleiding deed, was niet bepaald het type voor onze gewaagde gesprekken. Toch vond ik het flauw om van onderwerp te veranderen en vertelde gewoon verder.

Eerst lachte ze beleefd mee, maar toen het tot haar doordrong waar we het over hadden was haar schrik duidelijk zichtbaar. ,,Bedoel je dat je in die cabine helemaal bloot was, in aanwezigheid van vreemde mannen?''

Dit was inderdaad het geval.

,,Schaam je je dan niet en ben je eigenlijk nog wel een moslim als je zoiets doet?'', was haar volgende vraag.

Mijn antwoord luidde dat ik me absoluut niet voor mijn lichaam schaamde – daar heb ik allerminst reden toe – dat ik het als een geschenk van Allah beschouw dat goed dient te worden verzorgd. Verder maak ik zelf uit of ik een moslim ben en hoe.

Dit moet onze gast erg vreemd in de oren hebben geklonken. Ze scheen veel over mij te weten en was juist langsgekomen om met mij te praten. Doodserieus vroeg ze hoe ik van plan was Pim Fortuyn met zijn aanvallen op de islam van repliek te voorzien?

Niet, zei ik eenvoudig. Bovendien vind ik dat iedereen recht heeft op zijn eigen mening. Al is het niet echt slim voor een politicus om zich zo bloot te geven.

De bezoekster was zichtbaar teleurgesteld in mijn antwoorden. Ze had kennelijk een heldhaftiger gedrag verwacht. Weldra stond ze op om weg te gaan, maar ze kon toch niet laten te vertellen dat ze het eigenlijk schandelijk vond dat, in een tijd waarin ons geloof van alle kanten wordt aangevallen, iemand als ik haar tijd verdoet met saunabezoek. Volgens haar moesten we allemaal nu opkomen voor ons geloof.

Dat doe ik ook wel, zei ik, door in harmonie met mijn omgeving te leven. Door mijn verantwoordelijkheden in het leven serieus te nemen. Dat is mijn manier om voor mijn geloof op te komen. Maar mijn geloof is misschien wel niet het jouwe, al zijn we allebei moslim.

Terwijl ik dit zei, vond ik het jammer dat wij, twee geëmancipeerde vrouwen, zo tegenover elkaar stonden. In mijn optiek is iedere vrouw die zichzelf ontwikkelt geëmancipeerd. Of althans, ze doet er een poging toe. Maar het weglopen voor confrontatie, wat het culturele klimaat in Nederland in de afgelopen decennia kenmerkte, kan nu niet voortduren. Op een gegeven moment moet iedereen kleur bekennen.

Binnen de islam is ruimte voor kritiek en zelfkritiek. Ik hang een geloof aan dat in staat is de schijnbare onverenigbaarheid tussen religie en moderniteit op te heffen. Maar ik verwacht niet dat iedereen mij erin gelijk geeft en ook daarmee kan ik vrede hebben.

Na haar vertrek was de sfeer grondig bedorven. Het was gedaan met de grappen en het gegiechel. We vroegen ons af, zoals we dit telkens na ophef doen, of we niet een comité voor moderne islamitische vrouwen moesten oprichten.

Thuisgekomen vergat ik alle politieke opschudding. Het was tijd om met mijn kinderen een appeltaart te bakken.