Het is buigen of barsten in Moldavië

Tienduizenden Moldaviërs eisten zondag het vertrek van de regerende communisten. Incidenten bleven uit, maar Moldavië blijft balanceren op de rand van geweld.

De bom explodeerde zondag net niet, in de Moldavische hoofdstad Chisinau. De 80.000, of zelfs 100.000 demonstranten die naar het plein bij het parlement waren gekomen schreeuwden leuzen, droegen doodkisten mee voor de regerende communisten, werden door hun eigen leiders opgeroepen tot een algemene staking, burgerlijke ongehoorzaamheid en dagelijkse demonstraties tegen ,,de bolsjewistische tirannie'' en ,,de rode terreur''. Maar anders dan eind vorige week werd geen poging ondernomen het parlement te bestormen. En omdat de politie strikte bevelen had geen geweld te gebruiken, bleef het zondag in Chisinau bij veel heel kwade woorden.

Niettemin: de leiders van de twee kampen, de communistische president Vladimir Voronin, de communistiche regering en de communistische partij aan de ene kant en oppositieleider Iurie Rosca aan de andere kant, hebben retorisch de remmen volledig losgegooid. Zaterdag noemde Voronin Rosca ,,een terrorist'' die bereid is ,,het bloed van kinderen'' (demonstrerende scholieren en studenten namelijk) te vergieten om aan de macht te raken. Rosca heeft, aldus Voronin, ,,een golf van extremisme en nationalisme'' door Moldavië gejaagd, het land ,,verlamd door nationalistische, extremistische gekte.'' ,,Rosca heeft bloed nodig. Hij heeft kinderen nodig om hun bloed te vergieten en de samenleving doodsbang te maken.'' Rosca van zijn kant maakt de communisten uit voor terroristen en dictators, die het sovjet-verleden willen herstellen en het land willen uitleveren aan Rusland.

Aanleiding tot de crisis is het plan van de regering, het Russisch weer verplicht te stellen op de scholen en een nieuw geschiedenisboek in te voeren. Sinds 9 januari demonstreren nationalisten onder leiding van Rosca – leider van de Christen-Democratische Volkspartij PPCD – tegen die besluiten. Die demonstraties zijn geleidelijk uitgegroeid, van tweeduizend deelnemers tot dertig- en zelfs vijftigduizend vorige week. Zondag, op de eerste verjaardag van de communistische verkiezingsoverwinning, had Rosca gehoopt op 50.000 betogers; er kwamen er veel meer. Het eisenpakket van Rosca groeide mee. Aanvankelijk werd slechts intrekking geëist van het besluit het Russisch op scholen verplicht te stellen. Sinds vorige week eist Rosca het vertrek van de communistische president, de communistische regering en het voor negentig procent door de communisten beheerste parlement, en aansluiting van Moldavië bij Roemenië.

De regering weet niet goed hoe ze moet reageren en zwalkt heen en weer tussen het verlangen de betogers uiteen te jagen en de noodzaak het democratisch fatsoen te bewaren. Op 22 januari verbood ze de PPCD voor een periode van een maand. Maar nauwelijks was ze op de vingers getikt door de Raad van Europa, of het verbod werd ongedaan gemaakt ,,omdat we democraten zijn''. Op de ene dag roept premier Vasile Târlev dat de politie niet zal ingrijpen ('we zijn democraten'), de dag daarna zegt president Voronin dat de politie zal ingrijpen omdat de betogingen het land destabiliseren.

Vorige week – één dag nadat de leider van de communistische partij had gezworen dat de regering geen concessies zou doen – ging de regering alsnog door de knieën: het Russisch wordt géén verplicht leervak op school; ouders mogen zelf bepalen of hun kinderen Russisch moeten leren; en het controversiële geschiedenisboek gaat in de ijskast. Gisteren bood de minister van Onderwijs zelfs publiekelijk zijn excuses aan voor zijn onvermogen ,,zaken die ons heilig zijn: onze taal en geschiedenis'' te beschermen. ,,Ik heb een fout gemaakt.''

Het omstreden leerboek is voor elke Moldavische nationalist een vreselijke steen des aanstoots omdat het de sovjet-versie van de Moldavische geschiedenis (en identiteit) in ere herstelt. Het vreemde is dat het boek nog moet worden geschreven. Voronin wees vorig jaar zes auteurs aan, allen met Russische of Oekraïense namen. Het Roemeense blad România Libera vatte vorige week samen wat zij in het leerboek zetten: dat al in de 12de eeuw sprake was van een Moldavische identiteit; dat de regio Bessarabië (waarvan het huidige Moldavië deel uitmaakt) ,,met geweld'' van Rusland werd losgescheurd toen midden negentiende eeuw Walachije en Moldavië zich verenigden en Roemenië ontstond; dat de Roemeense heerschappij over Moldavië ,,een bezetting'' was; dat Moldavië in sovjet-tijden ,,een werkelijke soevereiniteit'' genoot; en dat de onafhankelijkheid van 1991 dus ,,onnodig'' was.

Elk van deze beweringen is voor Moldavische nationalisten een vloek: Moldaviërs zijn Roemenen, ze spreken Roemeens en hun geschiedenis maakt deel uit van die van het Moldavische vorstendom dat in de 19de eeuw deel ging uitmaken van Roemenië. Bessarabië, waarvan de huidige republiek Moldavië deel uitmaakt, is alleen door grillen van het noodlot – het Hitler-Stalin-pact van 1939 – losgeraakt van Roemenië.

De regering mag zijn gezwicht voor de betogingen, de geest lijkt uit de fles. Als Rosca zijn dagelijkse betogingen voortzet en blijft roepen om stakingen en burgerlijke ongehoorzaamheid, kunnen de tegenstellingen drastisch escaleren. Gisteren werd weer betoogd, door vierduizend mensen.

De regering bevindt zich in een allengs moeilijker parket. Roemenië ziet knarsetandend toe vanaf de zijlijn. Eind januari heeft het bij herhaling de Moldavische regering de les gelezen, maar sindsdien doet het grote moeite zich te beheersen. Met het separatistische Transnistrië lopen de spanningen ook op; daar werd vorige week zelfs met oorlog gedreigd. En ook economisch wordt de toestand steeds nijpender. Eerder deze maand traden de ministers van Financiën en Economie af, na ruzies met de collega-ministers. Een van hen, minister van Financiën Mihai Manoli, was de enige internationaal hooggeachte financieel-economische specialist in het kabinet. Hij en zijn collega van Economie waren uitsluitend in de regering opgenomen om de internationale donors en investeerders ervan te overtuigen dat ook communisten kunnen hervormen. Het aftreden van de twee leidde tot tot een conflict met de Wereldbank, die Moldavië dreigt nieuwe kredieten te onthouden nu de internationale donors hun gesprekspartners kwijt zijn. Premier Târlev reageerde pinnig dat het personeelsbeleid een interne zaak is waarmee de Wereldbank zich niet moet bemoeien en waarover ze ook geen verklaringen moet afleggen. Maar teruggekeerd zijn de twee ministers na drie weken nog steeds niet. Ze zijn zelfs niet vervangen.