Grootse Duitse plannen met N274

De N274, een stukje Nederlands grondgebied dat op Duitsland werd veroverd, werd gisteren plechtig aan de oosterburen gegeven. De Duitse rijkswaterstaat heeft er grootse plannen mee.

Het lijkt een gewone weg. Auto's met Nederlandse en Duitse nummerplaten rijden snel over de iets verhoogde N274 van 6,5 kilometer tussen de Limburgse plaatsen Koningsbosch en Schinveld.

Minder normaal is dat afritten ontbreken. Op de weg zelf mag niet gestopt worden. Het gebied eromheen bereiken lijkt onmogelijk, al zie je vanaf de N274 andere wegen ernaast lopen.

Tot gisteren was de N274 het laatste stukje Nederlands grondgebied in Duitsland. Het loopt dwars door de Duitse gemeente Selfkant, een gebied van 41 vierkante kilometer dat tot 1963 ook bij Nederland hoorde. Op 23 april 1949 werd het als compensatie voor oorlogsleed geconfisqueerd en ingelijfd. Onderhandelingen over teruggave begonnen in maart 1957. Per referendum koos 61 procent van de toenmalige bevolking voor teruggave. Geen onverwachte uitslag, want ook nu nog bezitten van de 9.500 inwoners slechts 1700 à 1800 de Nederlandse identiteit.

Onder Nederlands beheer, werden in Selfkant vrijwel alle Duitse elementen weggenomen. De wetgeving werd Nederlands en ook de gemeentelijke administratie werd voortaan in het Nederlands bijgehouden. Selfkanters betaalden met Nederlandse valuta en de Nederlandse politie had het voor het zeggen. Volgens A. Stelten, ambtenaar ruimtelijke ordening bij de gemeente Selfkant bleef alleen het schoolsysteem Duits en viel de katholieke bevolking onder het Bisdom Aken.

De teruggave aan Duitsland vond plaats op 1 augustus 1963. De tussen 1957 en 1959 gebouwde en in 1959 in gebruik genomen N274 werd behouden als verbinding voor Nederlands woon- en werkverkeer. Met het opener worden van de grenzen in Europa verloor de Nederlandse weg haar noodzakelijkheid.

De Duitse tegenhanger van rijkswaterstaat presenteerde gisteren grootse plannen voor vernieuwing van het wegennet in het gebied. Zo worden de afritten weer aangesloten, met een bijna grootstedelijk aandoend ingewikkeld wegenstelsel.

Nu heeft het gebied meer iets van een niemandsland. Vanaf de weg is niets anders zichtbaar dan schijnbaar oneindige en verlaten graslanden en omgeploegde akkervelden. De enige afwisseling vormt de spitse top van een barokke Duitse kerk aan de verre horizon.

Volgens Stelten is Selfkant buitengebied met een agrarische bestemming. ,,Er is een beetje natuur en dat blijft ook zo. Daar mogen we niets aan veranderen.''