Geld en recht

De belangstelling van het westen voor Joegoslavië is wispelturig. Drie jaar geleden was de Balkan de navel van de wereld. De oorlog om Kosovo moest Joegoslavië de kans bieden zich te bevrijden van zijn kwelgeest Miloševic en de weg naar Europa in te slaan. Toen Kosovo in handen was van de internationale gemeenschap, nam de Europese Unie het initiatief tot een Stabiliteitspact om de regio financieel te ondersteunen. Maar er moest nog wel een randvoorwaarde worden geregeld: de uitlevering van Miloševic aan het Joegoslavië-tribunaal. Precies op het moment dat de donorlanden eind juni vorig jaar bij elkaar waren om te praten over een injectie van 1,2 miljard euro, voldeed de Servische regering van premier Djindjic daaraan.

Miloševic zit nu in Scheveningen. Het proces tegen hem is begonnen. Maar het westen heeft zijn aandacht intussen verlegd: naar de oorlog tegen terrorisme in het algemeen en de stabilisatie van Afghanistan in het bijzonder.

In Belgrado voelt Zoran Djindjic zich verlaten. Van het toegezegde miljard heeft Servië tot nu toe de helft zien arriveren. In een vraaggesprek met het Duitse weekblad Der Spiegel heeft Djindjic daarom de druk opgevoerd. Hij is niet meer bereid ook generaal Ratko Mladic aan het Joegoslavië-tribunaal uit te leveren. Mladic en Radovan Karadzic waren de architecten van de etnische zuiveringen in Bosnië en staan hoog op de opsporingslijst van aanklager Del Ponte in Den Haag. De generaal bivakkeert regelmatig in Servië, valt zodoende onder de jurisdictie van de regering-Djindjic en krijgt steun van revanchistische vluchtelingen uit Bosnië. Djindjic wil het leven van politiemannen niet riskeren door hem op te sporen, aan te houden en uit te leveren. ,,Wat als daarop een burgeroorlog uitbreekt'', aldus de premier. ,,De prijs is te hoog.''

Djindjic bedoelt dat de prijs te laag is. Met de uitlevering van Miloševic is hij bijna een jaar geleden tot het uiterste gegaan. Hij wist dat hij daarmee een gevoelig sentiment in eigen land tartte. Nu de zaak tegen Miloševic daadwerkelijk is begonnen, blijkt hij dit nationalisme zelfs nog te hebben onderschat. Als advocaat van zichzelf spreekt Miloševic zijn eigen volk bijna dagelijks uitdagend toe en ondermijnt hij de toch al zwakke positie van de huidige regering, die er afgelopen anderhalf jaar onvoldoende in geslaagd is Servië weer in rustiger vaarwater te voeren. Premier Djindjic moet nu dus leveren. Hij heeft weinig tijd en, kortom, geld nodig. De voormalige chef belast met de uitvoering van het Stabiliteitspact, de Duitser Hombach, heeft eind vorig jaar ook al gewaarschuwd. ,,De mensen op de Balkan willen bouwputten zien'', aldus Hombach.

Via Der Spiegel probeert Djindjic vooral de EU te chanteren. Hij gaat daarmee voorbij aan het feit dat het zinloos is die 1,2 miljard euro simpelweg naar een bankrekening in Belgrado over te maken. Dat levert niets op. Maar de Servische premier heeft wel gelijk als hij vaststelt dat de EU haar pretenties van afgelopen jaren onvoldoende serieus neemt en zodoende ook de noden van het Servische volk, waartegen de NAVO nadrukkelijk nooit oorlog heeft gevoerd.