D66 stelt voor tbs-beleid flink aan te scherpen

D66 wil aanzienlijke aanscherping van het tbs-beleid voor gewelddadige delinquenten. Gedetineerden met een persoonlijkheidsstoornis mogen niet meer voor opvang in een tbs-inrichting in aanmerking komen omdat die ziekte niet middels behandeling te genezen is. Proefverloven, voorwaardelijk ontslag en andere vrijheden moeten door een onafhankelijke commissie worden beoordeeld en niet meer door de behandelaars zelf.

Dat bepleit B. Dittrich, Tweede-Kamerlid voor D66, in het voorstel `Naar een nieuw tbs-beleid'. Twintig procent van alle tbs-cliënten vervalt na vrijlating weer in herhaling, is de gedachte achter de aanscherping van de wetgeving. Dittrich wil een lijst met psychiatrische stoornissen die voor tbs-behandeling in aanmerking komen. Onbehandelbare aandoeningen moeten van die lijst geweerd worden. Volgens Dittrich hanteren ook andere landen dergelijke criteria voor tbs-detentie.

Indien de rechter oordeelt dat een geweldspleger op het moment van zijn misdrijf ontoerekeningsvatbaar is, moet tbs-behandeling zo snel mogelijk beginnen. De combinatie van lange gevangenisstraffen en pas daarna tbs-behandeling moet uitzondering worden. Nederland is volgens Dittrich het enige land ter wereld waar de combinatie van gevangenisstraf met aansluitend tbs-verpleging bestaat. Bij gedeeltelijke ontoerekingsvatbaarheid dient volgens D66 uitsluitend gevangenisstraf te worden opgelegd. Wel moet de psychiatrische behandeling in het reguliere gevangeniscircuit worden uitgebreid.

Tbs'ers wier behandeling in een kliniek mislukt, moeten het recht krijgen om overplaatsing te vragen naar een andere kliniek. Mislukt daar de behandeling opnieuw, dan moet de tbs-opvang worden beëindigd en wordt de patiënt overgeplaatst naar een `long-stay-afdeling' waar psychiatrische behandeling op minimaal niveau plaats vindt.

Pas als later redelijkerwijs succesvolle behandeling te verwachten is, kan terugkeer naar een tbs-afdeling overwogen worden.

D66 bepleit verder in het voorstel het onderbrengen van een speciaal register bij de onafhankelijke commissie waarin de woonplaats van alle (ex-)tbs'ers vermeld staan. Politie en justitie moeten de bevoegdheid krijgen om in het kader van opsporingsactiviteiten informatie bij die commissie op te vragen.

Ook het DNA-materiaal van tbs-patiënten moet worden opgeslagen en geraadpleegd als strafrechtelijk onderzoek dat noodzakelijk maakt.