Aftocht dreigt voor trotse Indiërs

Slechts een klein wonder kan India nog helpen aan een plaats in de halve finales van het WK hockey. De ploeg van bondscoach Cedric D'Souza ging vandaag met 2-1 ten onder tegen het uitgekookte Zuid-Korea.

India's kopzorgen zijn dezer dagen af te lezen aan de mismoedige oogopslag van Vasudevan Baskaran. Als een aangeslagen bokser sjokt de oud-bondscoach sinds zondag, de openingsdag van het wereldkampioenschap hockey in Maleisië, door de catacomben van het imposante Bukit Jalil-stadion. Een lach kon er niet af bij de grimmig ogende oud-aanvoerder van de nationale ploeg. Vandaag betrok zijn gezicht verder, na de 2-1 nederlaag tegen Zuid-Korea waardoor India de halve finales zo goed als zeker kan vergeten in een poule met verder onder meer Australië, Engeland en Maleisië.

Oude spoken doemden zondag al op, toen India zich bijna verslikte in een van de dwergen van het internationale hockey, Japan. Was de achtvoudig (!) olympisch kampioen bijna dertig jaar geleden, bij het WK in Amstelveen (1973), nog heer en meester tegen Japan (5-0), zondag leed de ploeg gezichtsverlies door op 2-2 te blijven steken tegen een tegenstander, die voor het eerst sinds 1973 weer mag opdraven bij een WK.

For heaven's sake, are we a bunch of rookies? (vrij vertaald: In hemelsnaam, zijn wij een stel beginnelingen?) kopte het Indiase dagblad The Asian Age daags na de remise in een venijnig commentaar. `Als kinderen bij hun eerste keer in de bioscoop, popcorn en cola morsend op het tapijt.' Zo speelde de ploeg volgens de krant. Oftewel: India onwaardig, en dat nota bene in een duel met het land dat eveneens de hegemonie in Azië claimt. Vergeten werd gemakshalve dat niet India maar Japan het eerste Aziatische land was dat de stick ter hand nam (1906), na te zijn ingewijd in de geheimen van de sport door Britse kolonisten.

Bondscoach Cedric D'Souza stond na de nederlaag tegen het uitgekookte Korea opnieuw voor de weinig benijdenswaardige taak het legertje meegereisde journalisten (38 in totaal) bij te praten over het falen van zijn selectie. Nadat hij zondag al ,,vervelende vlinders in de buik van mijn spelers'' had geconstateerd, smeekte hij nu om genade. ,,Houd vertrouwen in dit team'', luidde zijn bijna wanhopige oproep. ,,Niemand is gebaat bij negativisme.''

Het schlemielige puntenverlies was des te pijnlijker omdat India in vrijwel alle voorbeschouwingen tot titelkandidaat was gebombardeerd. Hoop putten de Indiërs daarbij vooral uit de geschiedenis. Hun eerste en tot dusverre enige wereldtitel kwam 27 jaar geleden tot stand, eveneens in Maleisië, na een zij het omstreden zege op de gezworen erfvijand Pakistan: 2-1. ,,Maleisië is ons gunstig gezind'', zo sprak D'Souza de natie de afgelopen weken hoop in.

Maar sinds 1975 verging het India van kwaad tot erger, al bood de olympische titel, vijf jaar later bij de gedevalueerde Spelen van Moskou, nog wel enige troost. Vier jaar geleden bij het WK in Utrecht ging India zowel bij de latere winnaar Nederland (5-0) als Duitsland (4-1) over de knie, en eindigde de ploeg op de beschamende negende plaats. Bij de Olympische Spelen in Sydney (2000) ging het al niet veel beter: uitgeschakeld door laagvlieger Polen waardoor Zuid-Korea de halve finales bereikte.

Vorig jaar kwam de omslag. Het Indiase juniorenteam waarvan veel spelers de toegestane leeftijd (21 jaar) overigens hadden overschreden volgens de meeste volgers won afgelopen najaar op Tasmanië de wereldtitel. Een golf van euforie overspoelde de grootste democratie ter wereld, waar hockey het in populariteit allang heeft moeten afleggen tegen cricket. ,,Het ijs is gebroken, India speelt tegenwoordig modern hockey, we tellen internationaal weer mee'', straalde D'Souza, wiens A-ploeg kort daarop ook de Champions Challenge won. Daardoor keert India eind augustus in Keulen, na een afwezigheid van zes jaar, terug bij het jaarlijkse toernooi tussen de zes sterkste hockeynaties ter wereld, de Champions Trophy. Ironisch genoeg als vervanger van het vorig najaar in Rotterdam gedegradeerde Korea.

Vraag is wat het jeugdige India daar te zoeken heeft. Zuid-Korea, tot afgrijzen van de trotse Indiërs en Pakistanen een van de rijzende sterren in het Aziatische hockey, legde vandaag andermaal de kwetsbare plekken bloot van de ploeg die maar niet kan scoren. Met gevaar voor eigen leven wierp de winnaar van olympisch zilver (Sydney 2000) een muur van verdedigers op, waarop India zich te pletter liep. Enkele geraffineerde uitvallen bleken voldoende om de zege veilig te stellen.

Veteraan Dhanray Pillay (364 interlands) zag het schouderophalend aan. De inmiddels 33-jarige hockeyavonturier die tot voor kort zijn brood in Frankrijk en Duitsland verdiende, geldt als de evenknie van Pakistans balvirtuoos Shahbaz Ahmad (35). Maar ook Pillay is op zijn retour. Onbedoeld staat het boegbeeld van de nationale ploeg daarmee symbool voor de teloorgang van wat eens een hockeygrootmacht was.

Pijnlijk voor de Indiërs is vooral het gemak waarmee aartsrivaal Pakistan zich door het toernooi beweegt. Zonder noemenswaardige krachtsinspanningen werden Zuid-Afrika (5-0) en België (3-2) opzij gezet. De Pakistaanse chef d'equipe, brigadier Khalid Sajjid Khokhar, en de zijnen ogen met de dag zelfverzekerder.

D'Souza daarentegen moet vrezen voor het ergste. Hij was het immers die India van een Europese speelstijl voorzag. Na slechts één punt uit twee wedstrijden zal de roep om de eigen, aanvallende huisstijl in ere te herstellen aanzwellen, zijn oproep van vandaag ten spijt. En Vasudevan Baskaran? Die stapt wellicht morgen met een chagrijnige tronie op het vliegtuig naar New Delhi.