Politiek moet `vergrijzingsgat' in de zorg dichten

De vergrijzing maakt het onvermijdelijk dat er meer geld nodig is voor de gezondheidszorg. Alleen de politiek ziet dit nog niet, meent Marc Wortmann.

Flip de Kam heeft gelijk met zijn betoog dat de gevolgen van de geleidelijke vergrijzing in Nederland ten onrechte een ondergeschikte rol spelen in de komende verkiezingscampagne (NRC Handelsblad, 14 februari). Helaas gaat bijna het gehele artikel alleen maar over de pensioenen en de AOW, terwijl dat een redelijk simpel en oplosbaar probleem is.

Er zijn zeker drie redenen om ons veel meer zorgen te maken over de gevolgen van de vergrijzing voor de zorg.

Ten eerste wordt de gezondheidszorg nog steeds gezien als een lastige kostenpost waar al genoeg geld naar toe gaat. Zoals De Kam aangeeft zullen de uitgaven voor de zorg als percentage van het nationaal inkomen moeten stijgen door de vergrijzing. Nu er meer tachtigjarigen komen en minder twintigjarigen, moeten de uitgaven meer stijgen dan alleen met het inflatieniveau om aan iedereen een gelijkblijvende zorg te kunnen verlenen. Dan hebben we het nog niet eens over betere en duurdere behandelmethoden voor acute en chronische ziekten.

Een logische redenering? Kennelijk niet voor iedereen. De laatste twee kabinetten hebben de zorg aan een vast stijgingspercentage gebonden dat lager was dan de inflatie. Met hangen en wurgen is uit de meevallers zoveel geld voor de zorg vrijgekomen dat de uitgaven nog net de stijging van het nationaal inkomen konden bijhouden. Dat betekent dat de normale loon- en prijsstijgingen gemiddeld genomen konden worden gecompenseerd, maar niet dat kon worden ingespeeld op de grotere zorgbehoefte die ook nu al van jaar tot jaar ontstaat. Want de vergrijzing is niet iets dat pas in 2040 zal gebeuren, ze is allang bezig. Vandaar steeds meer wachtlijsten voor allerlei vormen van zorg. Vandaar ook dat die wachtlijsten niet zijn opgelost met het extra geld.

De tweede reden dat de problemen in de zorg moeilijker opgelost kunnen worden, is dat de sector groot en onoverzichtelijk is met veel verschillende aanbieders, een wonderlijk mengsel van profit- en non-profitinstellingen. De overheid stelt een maximumbedrag vast dat de sector met elkaar mag uitgeven, ongeacht de `vraag' naar zorg. Overheid, verzekeraars en aanbieders houden elkaar in een ondoorzichtige houdgreep en de patiënt heeft weinig invloed, tenzij deze naar de rechter stapt.

Alom wordt ingezien dat het zo niet langer kan en de afgelopen jaren zijn er vele rapporten opgesteld over een betere organisatie. De rode draad is duidelijk: meer `vraagsturing'. Het kabinet heeft zichzelf echter al bij het regeerakkoord de mogelijkheid ontnomen een krachtige stap te zetten en die is er dan ook niet gekomen.

Een nog groter probleem is echter het stilzwijgend vertrouwen op voortgaande mantelzorg. Daarmee wordt de zorg bedoeld die verleend wordt door de naaste omgeving van de patiënt, meestal de partner of de kinderen. Deze zorg lijkt heel goedkoop en wordt nergens in rekening gebracht (behalve in enkele gevallen als een persoonsgebonden budget wordt verleend). De indirecte kosten van de mantelzorg zijn nog nooit echt in kaart gebracht. Hoeveel mensen zijn bijvoorbeeld in de WAO beland als gevolg van de overbelasting die de zorg voor een familielid met zich meebrengt?

Bij de vergrijzing is vooral van belang dat er tegenover een groeiend aantal ouderen steeds minder jongeren komen die hen als mantelzorger kunnen bijstaan.

Een belangrijk deel van de vergrijzingsproblematiek heeft te maken met dementie. Boven de 65 jaar lijdt ongeveer 6 procent van de bevolking aan deze ziekte. Nu is al bij een kleine 200.000 mensen de diagnose gesteld en het werkelijke aantal patiënten zal waarschijnlijk hoger liggen. Als er geen middel wordt gevonden om dementie te stoppen of te voorkomen, zal het aantal patiënten de komende decennia meer dan verdubbelen. Een belangrijk deel van de stijgende uitgaven voor de zorg zal hiervoor nodig zijn. Er is evenwel nog nauwelijks een begin gemaakt met het inspelen op deze groei.

Als we niks doen, ontstaat er in de zorg niet pas een probleem als gevolg van de vergrijzing in 2040 of 2050. Nee, al in 2003 en 2004 en 2005 zal dat zich steeds meer voordoen. Het is hoog tijd dat de politiek hoge prioriteit geeft aan dit vergrijzingsgat.

Marc Wortmann is directeur van de Stichting Alzheimer Nederland.