Padvinderstaal

Omdat onze bossen niet volstaan met wc's met waterspoeling, en omdat padvinders en verkenners nog al eens in bossen kamperen, heeft dit geleid tot de uitvinding van de hudo. De hudo is, simpel gezegd, een kuil in de grond (met zeilen erom heen) waar je in kunt poepen.

De vraag is natuurlijk waarom je een kuil in de grond een hudo noemt. Duizenden ex-padvinders kunnen u daar zo het antwoord op geven: omdat hudo een afkorting is van `Houd Uw Darmen Open'. Zo hebben zij dat geleerd van hun hopman of hopvrouw.

Omdat er onder de lezers van NRC Handelsblad nogal wat voormalige padvinders en verkenners rondlopen, kreeg ik het woord hudo vele malen aangeleverd, plus bovenstaande verklaring. Maar er waren twijfelaars. Eén lezer vermoedde dat het eigenlijk om een samentrekking van `hurkdoos' gaat, een ander meende dat hudo geen afkorting is van `Houd Uw Darmen Open', maar van `Hier Uw Dagelijkse Ontlasting'.

De vraag is: wie heeft er gelijk? Het antwoord is een beetje onthutsend, want het maakt duidelijk dat duizenden, zo niet tienduizenden padvinders en verkenners de laatste eeuw in het ootje zijn genomen. Als we het Etymologisch woordenboek van Van Dale mogen geloven, is hudo namelijk afkomstig uit het Urdu, een dialect van het Hindi. In het Urdu werd hawda gebruikt voor `gestoelte dat door kamelen of olifanten wordt gedragen'. Het is ook in het Engels terechtgekomen, in de vorm howdah.

Hoe de padvinders ertoe zijn gekomen een Urdu-woord voor `olifantgestoelte' te gaan gebruiken voor een primitieve, omheinde plee in het bos, vertelt Van Dale niet, maar het lijkt me dat we dit te danken hebben aan Baden-Powell, de Britse grondlegger van de padvinderij. Zoals bekend diende Baden-Powell als militair in Brits-Indië (en Zuid-Afrika), en door hem kent de padvinderstaal nogal wat buitenlandse woorden, zoals rally, jamboree, rowan (voor `boyscout tussen veertien en zeventien jaar'), koempoelan (voor `jaarlijkse bijeenkomst van padvindersleiders en -leidsters') en oubaas (een Afrikaans woord dat in de padvinderij wordt gebruikt voor `leider van de voortrekkers').

Ik had graag, voor je weet maar nooit, nog bij hudo gekeken in het Grote Nederlandse padvinderswoordenboek, maar dat blijkt niet te bestaan. Althans, ik heb geen boek of artikel over de padvinderstaal kunnen vinden. Als er lezers zijn die zo'n publicatie kennen, hoor ik het graag, want ze hebben een heel eigen taaltje, die padvinders, dat weet ik nog uit het jaartje dat ik zelf lid ben geweest.

Eén padvinderswoord wil ik u alvast meegeven en dat is okkendollen. Ik vond het in de Grote Van Dale, met als toelichting `(scouting) purken wegschieten'. Wellicht ben ik te kort padvinder geweest, maar ik weet niet wat een purk is. Van Dale geeft drie mogelijkheden: 1. `onderblijfsel, uk'; 2. `niet-veredelde perzik', en 3. `(informeel) hard stuk snot uit de neus'. Een onderblijfsel blijkt te zijn een `persoon of vrucht die, dier dat niet groeit, klein en achterlijk blijft'.

Ik vind het er allemaal steeds spannender op worden: kennelijk worden er bij de padvinderij purken weggeschoten en dat zouden harde snotresten kunnen zijn, ukkies, perziken of kleine dieren of personen, waardoor okkendollen opeens de scoutingvariant is geworden van dwergwerpen. Hoe dan ook, volgens een lezer trokken padvinders zingend ter hudo. Op de wijs van `Julia zo schoon' zongen zij: `Het mooiste hier in 't kamp/ De hudo is een goeie/ Het is een zespersoons / Dus gaan we per patrouille.'

Behalve door padvinders werd er veel gekampeerd door leden van de NJN, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. En ook die moesten in het bos een plek maken om zich te kunnen ontlasten. Diverse lezers bleken daar nog scherpe herinneringen aan te hebben. ,,Elk kamp had twee zelfgeconstrueerde latrines'', schreef een van hen, ,,een voor de jongens en een voor de meisjes: de tijgerval. Naar de wc gaan noemde je tijgeren, de balk waar je op zat was de tijgerbalk en wc-papier heette tijgerfilm.''

Wie weet er meer over padvinderstaal? Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl. Voor een samenvatting zie op vrijdag www.nrc.nl