Nieuw soort EPO snel opgespoord

De dopingspeurders van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) hebben voor het eerst het nieuwe bloedgroeimiddel Aranesp aangetoond in het bloed van de langlaufers Mühlegg, Lasoetina en Danilova. Aranesp is de merknaam voor darbepoëtine, een nieuw soort erytropoëtine (EPO).

EPO is een door de nieren geproduceerd lichaamseigen hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert. Wanneer sporters het inspuiten, krijgen ze meer rode bloedcellen en daardoor kunnen ze meer zuurstof van longen naar spieren transporteren. Voor de langlaufers, wielrenners en langebaanschaatsers werkt dat prestatieverhogend.

Aranesp is een aangepaste vorm van het gewone EPO. Het is chemisch veranderd, zodat het niet zo snel in het lichaam wordt afgebroken en daardoor in lagere dosering langer actief is. Aranesp is vorig jaar door fabrikant Amgen ook in Nederland op de markt gebracht voor de behandeling van nierpatiënten met bloedarmoede. De BBC heeft in een rapportage laten zien, dat sporters het via internet illegaal kunnen verkrijgen. Tests om Aranesp in urine aan te tonen waren voor de Olympische Winterspelen, volgens toen gepubliceerde berichten, nog in ontwikkeling. Maar de dopingcontroleurs zijn er toch in geslaagd om de test nog tijdens de Spelen beschikbaar te hebben.

Erytropoëtine staat op de dopinglijst, maar kon sinds de introductie in 1987 ongestoord door duursporters worden gebruikt, omdat een goede urine- of bloedtest niet beschikbaar was. Het probleem met de opsporing was dat erytropoëtine ook door het menselijk lichaam zelf wordt gemaakt en dat was in de test niet te onderscheiden van gespoten EPO. Om sporters tegen te hoge doseringen te beschermen, werd besloten om gezondheidstests in te voeren. Skiërs en wielrenners met `te dik bloed' mochten niet aan een wedstrijd deelnemen. Op de Olympische Spelen van Sydney in 2000 is een urinetest voor EPO ingevoerd en sinds die tijd wordt EPO-gebruik bestraft.