Misplaatste messias

Jonas Savimbi, leider van de bevrijdingsbeweging Unita (Nationale Unie voor de Totale Onafhankelijkheid van Angola), is gestorven zoals hij geleefd heeft: strijdend, gewelddadig, compromisloos. Hij was een van de drijvers achter de burgeroorlog die Angola al meer dan een kwart eeuw verscheurt.

Tegen een Amerikaanse diplomaat heeft Savimbi ooit gezegd dat hij in het leven maar twee keuzes had: of de leider worden van zijn land, of eindigen in een poel van bloed. Het kon alleen maar het laatste worden sinds hij in 1992 naast de macht greep door zelfoverschatting en de laatste maanden door de bush moest trekken als een opgejaagd beest.

Jonas Savimbi werd op 3 augustus 1934 geboren in Munhango in de centrale provincie Bié, vlak naast de internationale spoorweg die hij later liet vernietigen. Zijn vader combineerde de functie van stationschef met die van evangelisch predikant. Savimbi ging in Lissabon naar de middelbare school, brak daar een studie medicijnen na twee jaar af om in Lausanne politiek en recht te studeren. Of hij daar werkelijk gepromoveerd is, zoals hij later claimde Savimbi liet zich door diplomaten en journalisten graag aanspreken met `doctor' is niet zeker.

Vast staat wel dat hij in Europa voor het eerst in aanraking kwam met het opkomende Afrikaanse nationalisme. Na een flirt met de bevrijdingsbeweging FNLA en een guerrillatraining aan de militaire academie van Nanking in het China van Mao richtte hij in 1966 zijn eigen bevrijdingsbeweging op.

Unita was geworteld in de Ovimbundu, de grootste bevolkingsgroep van Angola die vooral het midden en het zuiden van het land bevolkt. Ze richtte zich tijdens de onafhankelijkheidsstrijd net zozeer tegen de Portugese overheersers als tegen de MPLA, de oudste Angolese bevrijdingsbeweging. Ze beschouwde de MPLA als partij van bewoners uit de kuststreek, de Mbundu, vertegenwoordigers van de stedelijke elite die de Portugezen imiteerden. Unita wierp zich op als verdediger van de plattelandsbevolking, partij van de `echte' Afrikanen.

Samen met de leiders van de MPLA en de FNLA, Augostinho Neto en Roberto Holden, tekende Savimbi in januari 1975 het akkoord dat Angola nog hetzelfde jaar onafhankelijk maakte. Maar de bevrijdingsbewegingen waren niet bereid om samen te regeren en zo ontstond een strijd om de absolute macht. De MPLA kreeg steun van de Sovjet-Unie en Cuba, Unita en de FNLA van Zuid-Afrika, Zaïre en de CIA.

Toen Unita maart 1976 door bombardementen bijna was vernietigd, begon Savimbi aan wat de geschiedenis zou ingaan als `de lange mars', een barre tocht van vijf maanden door de bush die maar 79 van zijn manschappen overleefden. Met die mars vestigde hij zijn reputatie als moedige, meedogenloze leider. Onderweg transformeerde hij zich van maoïst tot anti-communist. Deze berekenende bekering bezorgde hem de steun van de VS en het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime waardoor Unita uit de as kon herrijzen. Zij stelden hem in staat om vlakbij de Namibische grens het Potemkin-dorp Jamba te bouwen waarmee hij op buitenlandse gasten grote indruk maakte: met een jungle-ziekenhuis, scholen, een stadion, verkeerslichten en een vliegveld met Unita-douane.

Wat de bezoekers niet zagen, was de goedgeoliede terreurmachine waarmee de wantrouwige Savimbi onbeperkte loyaliteit en kadaverdiscipline afdwong. Wie werd verdacht van dissidente dromen, zag zijn familieleden `plotseling verdwijnen' of werd zelf vermoord. In het stadion presideerde Savimbi over middeleeuwse terechtstellingen waarbij vermeende `heksen' met benzine werden overgoten en in brand werden gestoken. De Amerikaanse president Ronald Reagon ontving hem in 1986 als `vrijheidsstrijder' in het de Oval Room van het Witte Huis.

Onder grote internationale druk tekenden Savimbi en de Angolese MPLA-president José Eduardo dos Santos in 1991 een vredesakkoord dat de Unita-leider de absolute macht moest brengen waarvoor hij meende te zijn voorbestemd. Het verdrag voorzag in verkiezingen, die Unita wel moest winnen omdat de MPLA zich door wanbeleid niet alleen op het platteland maar ook in de stad steeds meer gehaat had gemaakt. Maar Savimbi maakte de kapitale fout door in zijn verkiezingstoespraken over ,,de afrekening'' te beginnen. Op het beslissende moment gaf het volk toch de voorkeur aan `de dief' boven `de moordenaar'.

Dos Santos behaalde net geen absolute meerderheid waardoor een tweede ronde noodzakelijk werd. Maar Savimbi wachtte die niet af. Hij zei dat hij door verkiezingsfraude had verloren en pakte de wapens weer op. In korte tijd beheerste hij meer dan de helft van het land, omdat hij uit voorzorg een deel van zijn troepen achter de hand had gehouden, in strijd met het vredesverdrag.

In 1994 sloot Savimbi opnieuw een vredesakkkoord, nadat hij toch weer in het defensief was gedrongen. De Unita-leider zou vice-president worden. Maar het spelen van de tweede viool paste niet bij de messiasachtige rol die hij zich in de Afrikaanse geschiedenis had toegedacht.

Tijdens het overleg over de uitvoering van het akkoord kreeg de Britse leider van de VN-vredesmissie in Angola, Margaret Anstee, met alle facetten van Savimbi's grillige karakter te maken. Zijn charme, zijn charisma, zijn eruditie. Maar ook zijn duistere, paranoïde, psychotische kanten. In haar boek Orphan of the Cold War beschrijft ze een nachtelijke sessie met Savimbi, die omringd door zijn topadviseurs, zittend onder planken met allemaal blonde plastic poppen, urenlang geschiedenisles geeft, van Perzië en het Romeinse Rijk tot Churchill, afgewisseld met racistische uitvallen naar de ,,mulatten van de MPLA''.

Eind 1998 als allang duidelijk is dat van het vredesakkkoord niks terechtkomt, lanceert de regering een ,,oorlog die voorgoed een einde moet maken aan de oorlog''. Een jaar later wordt Unita als conventionele legermacht verslagen. Zijn laatste jaren slijt Savimbi als guerrilla, beroofd van zijn inkomsten uit diamanten, internationaal geïsoleerd.

Jonas Savimbi is medeverantwoordelijk voor ruim een kwart eeuw burgeroorlog in Angola, die een miljoen doden heeft gevergd, zeker eenderde van de bevolking heeft verdreven en het land sociaal en economisch heeft verwoest. De man die zichzelf zag als een van de grote Afrikaanse nationalisten, zal worden herinnerd als een Angolese Pol Pot.