LN presenteert `virtuele' fractie

Leefbaar Nederland presenteerde de kandidaat-Kamerleden die het bestuur het meest kansrijk acht. Nu moeten de leden hen nog kiezen.

Dat hij de zaak bij elkaar heeft weten te houden, daarop is Jan Nagel, partijvoorzitter van Leefbaar Nederland, eigenlijk nog het meest trots. ,,In menig huisgezin was immers al een flesje opengetrokken, omdat de peilingen lieten zien dat vader Kamerlid werd. Totdat we afscheid namen van Pim Fortuyn'', zegt Nagel, kort nadat hij de meest kansrijke Kamer-kandidaten van zijn partij in Hilversum heeft voorgesteld. Correcties van het landelijk partijbestuur op de kandidatenlijsten in de kiesdistricten moeten ervoor zorgen dat ze ook daadwerkelijk worden verkozen.

Er is, zegt Nagel, niemand van betekenis bij Leefbaar Nederland weggelopen, ook niet naar de nieuwe partij van Fortuyn. Of het zou varkensboerenleider Wien van den Brink moeten zijn. Die wil niet langer kandidaat-Kamerlid zijn voor Leefbaar Nederland, nadat het landelijk partijbestuur niet bereid was een verkiesbare plaats voor hem in te ruimen.

Op de gisteren door Leefbaar Nederland gepubliceerde kandidatenlijsten voor de Tweede-Kamerverkiezingen, één voor elk van de negentien kiesdistricten in Nederland, ontbreekt overal de nummer één. Als gevolg daarvan droeg de zwaar door politie en veiligheidsdienst bewaakte presentatie een minder triomfantelijk karakter dan eerdere LN-bijeenkomsten.

Een opvolger voor Fortuyn zal pas op 7 maart, daags na de gemeenteraadsverkiezingen, door het bestuur worden voorgesteld. Voorzitter Nagel blijft liever wethouder in Hilversum, maar sluit niet uit zichzelf alsnog voor het landelijk lijsttrekkerschap te kandideren. Ook heeft het partijbestuur de hoop niet opgegeven dat er alsnog een goede kandidaat van buiten wordt gevonden.

In principe mochten in elk van de negentien kiesdistricten de leden zelf bepalen wie er, afgezien van de lijsttrekker, kandidaat voor de Kamer zou zijn. Maar omdat het bestuur wel graag wil bepalen wie daadwerkelijk in de Kamer komt, grijpt het soms diep in de lokale voorstellen in. Bepalend daarbij is wie in welk district nummer twee op de lijst staat. In grote kiesdistricten (zoals Arnhem) haalt een aspirant-Kamerlid bij een gelijk stemmenpercentage veel makkelijker de landelijke kiesdeler (het aantal uitgebrachte stemmen gedeeld door 150) dan in kleine (zoals Den Haag).

Het LN-bestuur hanteert bij zijn voorstellen een fictieve landelijke lijst die er zo uitziet: 1. nog onbekend (komt in de Kamer als hij in district Arnhem de kiesdeler haalt); 2. ex-KVP-minister Westerterp (woonachtig in Tilburg, haalt de kiesdeler als nummer twee in het district Den Bosch); 3. de Rijswijkse lokale politicus Dick Jense (nummer twee in het district Dordrecht); 4. Jef Burger, lokaal politicus uit Pijnacker-Nootdorp (nummer twee in district Leiden); 5. de Deventerse lokale politica Margriet de Jager (twee in district Zwolle); 6. de Amersfoortse lokale politicus Maurice Koopman (twee in district Utrecht); 7. het Sittardse raadslid Peter Boudewijn (twee in district Maastricht); 8. de docent Presley Bergen uit Bladel (drie in district Tilburg – daar is nummer twee Westerterp voor de zekerheid ook in Den Bosch op nummer twee gezet); 9. de Amsterdamse officier van justitie Fred Teeven (twee in district Den Helder).

Opvallend is dat de meesten die het LN-bestuur graag in de Kamer ziet, landelijk nog onbekende lokale politici zijn, en niet zozeer `bekende namen'. Zo is de Amsterdamse hoogleraar David Pinto door het landelijk bestuur aangemoedigd zich tegenkandidaat te stellen voor het lijsttrekkerschap in district Amsterdam niet op een verkiesbare plaats gezet. Naar eigen zeggen verkiest hij een carrière als europarlementariër, al heeft LN geen plannen in die richting.

Twee vrouwen, Rabella de Faria en Lenneke van Brakel, zijn door het LN-bestuur in alle districten op respectievelijk plaats vijf en zeven geplaatst (tenzij ze al ergens hoger stonden). Dat zijn in principe onverkiesbare plaatsen, maar het LN-bestuur moedigt beiden aan voorkeursacties te voeren.