Kans op einde burgeroorlog in Angola

De dood van Unita-leider Savimbi betekent niet automatisch het einde van de burgeroorlog. De kans op vrede neemt wel toe.

Verenigde Staten, Europese Unie en Verenigde Naties hebben steeds gezegd dat de burgeroorlog in Angola door geen van de partijen valt te winnen. Niet door president José Eduardo dos Santos, leider van de regeringspartij MPLA. En al helemaal niet door Jonas Savimbi, leider van de bevrijdingsbeweging Unita. Ze bleven ijveren voor vredesoverleg, al hadden twee eerdere akkoorden – in 1991 en 1994 – alleen tot adempauzes in een kwart eeuw oorlog geleid.

De Angolese regering trok zich daar ruim drie jaar geleden niks van aan. Ze stuurde de vredesmissie van de VN het land uit en koos voor een oorlog die vrede moest brengen. Twee keer had Savimbi laten zien dat er met hem geen afspraken waren te maken, was de redenering. Tot twee keer toe was duidelijk geworden dat Savimbi niet zou rusten voor hij de brandende ambitie had verwezenlijkt om de absolute leider van zijn land te worden. De enige manier om vrede te brengen in de natie was hem te vernietigen.

De laatste jaren slaagden de regeringstroepen erin om Unita steeds verder in het defensief te dringen. De laatste maanden kregen de guerrillastrijders klap na klap. Steeds meer officieren liepen over naar de regering, gelokt door de premies uit het speciaal in het leven geroepen Fonds voor Vrede en Nationale Verzoening. Vermaarde commandanten vonden de dood in confrontaties met het leger. Unita-strijders deserteerden massaal omdat ze honger leden. Ze getuigden van een verzwakte organisatie met tanende moreel.

President Dos Santos rook de overwinning toen hij op 11 november vorig jaar zijn traditionele toespraak hield ter gelegenheid van onafhankelijkheidsdag. Hij noemde zijn aartsrivaal ,,een loser'', iemand die dat heel zijn leven was geweest. En hij kondigde aan dat Savimbi binnenkort uit zijn lijden zou worden verlost.

Maar betekent het einde van Savimbi ook het einde van de oorlog? Niet noodzakelijk, al is met de liquidatie van de Unita-leider wel een belangrijk obstakel uit de weg geruimd. Voorzichtige pogingen van meer gematigde Unita-vertegenwoordigers uit de politieke tak, zoals het parlementslid Abel Civukuvuku, om tot een vergelijk te komen, stuitten steeds weer op de onverzettelijkheid van Savimbi.

Veel hangt af van de grootmoedigheid en verzoeningsbereidheid van de regering. Weet ze haar triomfalistische tendensen te onderdrukken? Kan ze de verleiding van het publiekelijk vernederen van de tegenstander weerstaan? Het valt moeilijk voor te stellen hoe Unita als militaire organisatie de slag van Savimbi's dood te boven kan komen. Maar de resterende eenheden kunnen zich makkelijk transformeren tot voor eigen rekening opererende milities of bendes als de vrede hun niets te bieden heeft. De strijd zou dan alleen maar van karakter veranderen en nog steeds verwoestend zijn.

De dood van Savimbi betekent misschien het einde van Unita als oorlogsmachine, niet het einde van Unita als politieke partij. Bij de enige min of meer vrije parlementsverkiezingen in de Angolese geschiedenis kwam de MPLA uit de bus als winnaar met 129 zetels. Unita bleef steken op zeventig. De resterende 21 zetels werden over tien partijtjes verdeeld.

Die Unita-fractie opereert allang niet meer als eenheid. Een deel keerde zich in 1998 al af van Savimbi en noemde zich Unita Renovada. Dat deel werd destijds door de regering doodgeknuffeld en financieel gecorrumpeerd. Inmiddels bestaan er tenminste drie Unita-facties, die zich de komende weken zullen herenigen of doodvechten met het oog op Savimbi's politieke erfenis.

De MPLA vertegenwoordigt de absolute macht, maar ze heeft Unita nodig als geloofwaardige oppositie om zichzelf de schijn van legitimiteit te geven. De regering heeft aangekondigd dat ze volgend jaar verkiezingen wil houden en Unita is daarbij de enige serieuze tegenstrever van de MPLA. Maar die partij kon al niet omgaan met oppositie toen ze zich nog marxistisch noemde. Inmiddels fungeert ze als façade voor een presidentieel patronagesysteem dat de rijkdom aan olie en diamanten van de natie over een bevoorrechte elite verdeelt. Die elite heeft de oorlog jarenlang als excuus voor het verval en de verwaarlozing van Angola gebruikt.

Unita-denkers als Abel Chivukuvuku en Jaka Jamba hebben recent gepleit voor een proces van nationale verzoening, niet alleen tussen MPLA en Unita, maar verbreed ,,tot alle lagen van de samenleving die onder de oorlog hebben geleden''. Dat sluit aan bij oproepen van traditionele leiders en van de door de kerken geleide vredesbeweging om nieuw vredesoverleg niet tot de twee grootste politieke partijen te beperken.

Chivukuvuku en Jamba drongen ook aan op een nationaal debat over het soort staat dat Angola wil zijn. Centralistisch zoals nu, met provinciale gouverneurs die door de president worden aangewezen, zonder regionale of lokale volksvertegenwoordiging? Gericht op een zichzelf verrijkende stedelijke elite ten koste van de rest van de bevolking?

Pas als de regering die dialoog durft aan te gaan, komt er een einde aan de burgeroorlog. Pas dan kan Angola, 26 jaar na de onafhankelijkheid, met de opbouw van het land beginnen.