Geniaal maker van animatiefilms

De Amerikaanse tekenfilmmaker Chuck Jones is vrijdag in zijn woonplaats Corona del Mar in Californië aan een hartstilstand overleden. Hij was 89. Jones was een van de tekenaars van bekende animatiefiguren als Bugs Bunny en Daffy Duck en bedenker van onder meer Road Runner, Wile E. Coyote en het oversekste stinkdier Pepe le Pew.

,,We moeten ons werk, maar niet onszelf, serieus nemen'', was een van de motto's van Jones, die er niet van uitging dat tekenfilms alleen voor kinderen waren. Het motto gaat in ieder geval op voor What's Opera, Doc? (1957), een cartoon die in zes minuten Wagners operacyclus Der Ring des Nibelungen samenvatte en door velen wordt gezien als de beste tekenfilm aller tijden. Jones was een groot liefhebber van klassieke muziek, maar hij stak er net zo lief de draak mee. Hij was een kunstenaar, een genie, voor wie het onderscheid tussen hoge en lage cultuur futiel is. Het meesterwerk Duck Amuck (1953) is een even hilarische als diepzinnige verhandeling over zijn eigen vak en dat van alle verhalenvertellers, waarin de egomane eend Daffy Duck na een reeks verbluffende vondsten zijn maker ontmoet.

Charles M. Jones groeide op in Hollywood, ging naar een kunstacademie, was portrettekenaar, matroos en marionettenspeler voor hij in de animatie terechtkwam en zich eerst langzaam en toen snel naar de top werkte. In de jaren dertig, veertig én vijftig was hij een van de tekenaars die op Termite Terrace voor Warner Brothers `Looney Tunes' maakten, tekenfilms met een anarchistischer inslag dan de brave schoonheid van Disney. Ook na het instorten van de markt voor korte tekenfilms bleef Jones actief, eerst vooral op televisie, waarvoor hij onder meer een verfilming van Dr. Seuss: How the Crinch stole Christmas regisseerde, en op het laatst zelfs op internet, waarvoor hij nog een nieuwe figuur, Timber Wolf, creëerde. Jones, wiens films veel Oscars wonnen, kreeg in 1996 een Oscar voor zijn gehele oeuvre.

Jones zou zich in zijn films specialiseren in het in een minimalistische grafische stijl en vaak zonder dialoog steeds opnieuw in scène zetten van het menselijk falen – de dieren van Jones zijn net zo menselijk als die van La Fontaine. In de serie Roadrunner lukt het de coyote nooit om de road runner te pakken. Die wetenschap maakt elke nieuwe aflevering onverdraaglijker.

Jones' exquise wreedheid bereikte waarschijnlijk zijn hoogtepunt in One Froggy Evening (1956), door Steven Spielberg `de Citizen Kane van de tekenfilm' genoemd. In deze film vindt een man een kikker die kan zingen en dansen. De ellende is dat de kikker alleen voor hem optreedt. Iets liever is Feed the Kitten (1950), waarin een boze bulldog een jong katje als huisdier neemt en tot zijn afgrijzen ziet dat het diertje in het deeg voor koekjes terechtkomt en de oven ingaat. De bulldog is ontroostbaar, maar het katje blijkt uiteindelijk nog te leven. Jones is nu dood.