Een omstreden `Terreurhuis'

Het voormalige hoofdkwartier van de fascistische Pijlkruisers en van de stalinistische geheime dienst is gisteren ingewijd als museum, het `Terreurhuis'. Onomstreden is het museum niet.

,,In plaats van terug te slaan, in plaats van wraak hebben we nu een museum.'' Premier Viktor Orbán staat op een podium voor nummer zestig van de statige Andrássy-straat in Boedapest: het huis waar de Hongaarse fascisten, de Pijlkruisers, in 1944 hun hoofdkantoor openden en waar onmiddellijk na de oorlog de geheime dienst van de communisten (ÁVO) zijn intrek nam.

Duizenden Hongaren trotseren de voorjaarsstormen om dit historische moment mee te maken. Lichtstralen dompelen het pand aan de Andrássy-straat in rode en witte kleuren, symbolen van de rode en de witte terreur. De lichteffecten worden op natuurlijke wijze aangevuld door het oranje licht van de ondergaande zon dat boven de hoofden van vele duizenden scherp contrasteert met pikzwarte wolken vol hagel en sneeuw. Uit enorme luidsprekers klinkt gedragen muziek van Beethoven.

Dertien jaar na de val van het communisme heeft Hongarije zijn eigen monument ter nagedachtenis aan de terreur van de twintigste eeuw. In opdracht van de conservatieve regering-Orbán is de voormalige zetel van de fascisten en de communisten in recordtijd omgebouwd tot een modern museum. In de opvallende pui die als een donkere schaduw over het gebouw heen valt staan de woorden `Terror Háza' (Terreurhuis) en de symbolen van de communisten en de Hongaarse nazi's afgebeeld: een ster en de gekruiste pijlen.

Binnen wordt met de modernste museumtechniek een totaalbeeld van de verschrikkingen getoond die de Hongaren onder de beide regimes hebben moeten ondergaan. Een met opzet tergend langzaam afdalende lift voert naar het keldercomplex waar de communistische geheime dienst zijn terreur uitoefende.

Buiten houdt de jonge Hongaarse premier een sober betoog waarin hij nazisme en communisme als twee uitingen van hetzelfde kwaad omschrijft. ,,Het gebouw herbergt een immense kracht in zich, de kracht van de slachtoffers, van de vernederden, van hun families, van iedereen die met hen meevoelt, de kracht van een heel volk.''

Het museumproject is niet onomstreden. In de Hongaarse pers woedt al wekenlang strijd over de vraag waarom de Hongaarse fascisten ondergeschoven zijn in het communistische terreurmuseum. De Pijlkruisers hebben een hoofdrol gespeeld in de Hongaarse jodenvervolging die aan 600.000 mensen het leven heeft gekost. Volgens Maria Smidt, de conservatrice van het Terreurhuis, zou dat deel van de geschiedenis vooral aandacht moeten krijgen in een nog op te richten Holocaust museum in Boedapest.

De Hongaarse socialisten voortgekomen uit de communistische partij noemen de opening van het museum zes weken voor de verkiezingen stemmingmakerij. Partijvoorzitter László Kóvacs heeft al aangekondigd de naam van het museum te zullen veranderen van `Terreurhuis' in `Huis van Herinnering en Verzoening' als hij de verkiezingen wint. De socialisten liggen in de peilingen nek aan nek met Fidesz, de partij van premier Orbán.

Het politieke karakter van de opening van het Terreurhuis wordt nadrukkelijk onderstreept door extreem-rechts dat in een stoet van enkele duizenden van het partijbureau van de socialisten naar het Terreurhuis marcheert. ,,Van een huis van terreur naar hét huis van terreur'', aldus István Csurka, voorzitter van de Partij voor Rechtvaardigheid en Leven.

De duizenden inwoners van Boedapest die naar de opening van het pand aan de Andrássy-straat zijn gekomen lijken zich niet zoveel zorgen te maken om de politieke context. Volgens een fotograaf van een jaar of veertig heeft de politiek de timing van de opening aan zichzelf te danken. ,,Ze hebben twaalf jaar de tijd gehad om een consensus te vinden over de vraag hoe we met het verleden om moeten gaan. De regering heeft nu besloten zelf iets te doen.'' Een vrouw van diep in de zeventig staat met een vriendin vanuit een portiek naar het spektakel te kijken. Ze heeft het allemaal zelf meegemaakt. ,,Voor mij is dit het monument voor de slachtoffers van het communisme. Nee, dat van die Pijlkruisers zegt me niet zoveel.''