Een eigen televisiestation

Sinds enige tijd wonen wij in Trigueros, een agrarisch dorp in het zuiden van Spanje dat als een witte boot in een immense zee van velden, akkers en olijfgaarden is gelegen. We zitten daar omdat mijn vrouw, een Spaanse flamencolerares in Amsterdam, behoefte had haar kennis van de dans op te frissen en ik ging graag mee: ik heb altijd een hang gehad naar een anonieme omgeving met een eigen levensstijl.

Trigueros beantwoordt aan die behoefte. Het merendeel van de bevolking bestaat uit hardwerkende boeren die al lang het dorp uit zijn als ik uit mijn bed kom. Ik zie ze later wel, als ik door de velden ga hardlopen, en in de vooravond, na gedane arbeid, in de wijnkelder van de Onbevlekte Ontvangenis, een schemerige schuur met een vloer van aangestampte aarde. Langs de muren staan de wijntonnen opgestapeld. Een paar lege wijntonnen zijn op hun kant geplaatst en doen dienst als bartafels waaraan de boeren hun wijn drinken en lappen vlees eten die op een houtvuur worden geroosterd.

Op het eerste gezicht onderscheidt Trigueros zich in niets van andere Andalusische dorpen. Een overwegend traditionele bouwstijl, witte huizen met tegeldaken, bruine houten deuren en luiken, met daarin weer een kleine deur en luikje die je apart kunt openen. De deur is hoog genoeg om een tractor of boerenkar door te laten naar de stal en de patio achter het huis. Voor de ramen smeedwerk. Het dorp telt drie pleinen waar oudjes en moeders in de schaduw van citroenbomen en palmen op banken zitten. Aan het ene plein staat het klooster van Maria del Carmen, aan het andere het raadhuis, en aan het derde plein de parochiekerk gewijd aan Sint Antonius, waarvan de betegelde toren als een herkenningsteken in de wijde omtrek zichtbaar is.

De meest romantische plek in het dorp is de met mos overgroeide ruïne van een jezuïetenklooster, zo'n tweehonderd meter achter ons huis waar het ruisen van hoge palmen in de kloostertuin zich vermengt met het geklepper van ooievaars die op het dak hun nest hebben gebouwd. De minst romantische plek in het dorp is het pand tegenover ons huis, met op het dak een batterij antennes en satellietschotels, daar geïnstalleerd door Francisco, van origine een boer, nu de koning van de Triguereense televisiewereld.

Francisco is een kleine gezette man van middelbare leeftijd met borstelige wenkbrauwen en een kordate manier van doen. De vrouw runt de schoenenwinkel beneden, Francisco het lokale televisiestation, Multivisión.

Francisco is een exponent van de koppige wil die het dorp aan de dag legt de eigen boontjes te doppen, en niet afhankelijk te zijn van het mondiale gebeuren. Trigueros is een miniatuurmaatschappij met alle faciliteiten die een grote stad heeft te bieden. Er is een bibliotheek, een concertzaal, een markthal, een hotelletje en museumpje (alles in diminutief) en daar is dan zelfs het televisiestation van Francisco.

Francisco combineert in zijn persoon het behoudzuchtige van de boer en de dynamiek van de stedeling. Dat heeft geleid tot een levensstijl waarbij het nieuwe nooit ten koste gaat van het oude. Hij is derhalve een druk bezet man. Het boerenbedrijf heeft hij, ondanks het energieverslindende televisiestation, nooit aan de kant gedaan. Integendeel, in de loop der jaren heeft hij zijn grondbezit zelfs verdubbeld. Tussen de bedrijven door springt hij op zijn reusachtige tractor waarmee hij door de straten dendert op weg naar zijn landerijen. Onlangs is hij benoemd tot `president van de ondernemersraad van Trigueros'. De juiste man op de juiste plek. Want wie kan nu tippen aan de ondernemingsgeest van Francisco?

Francisco is het levende bewijs dat de moderne tijd de mens niet noodgedwongen van zijn werk vervreemdt. Hij begeleidt het hele productieproces, van de verkoop en aansluiting van televisies tot en met het maken van reportages, het presenteren en de keuze van de programma's. Zijn machtspositie in de dorpse mediawereld is onaantastbaar en dat komt tot uiting in zijn onomwonden stijl van werken. Dagelijks trekt Francisco eropuit voor een reportage. Hij laat daarbij zijn camera nonchalant over zijn onderwerp gaan. Soms vergeet hij het ding uit te zetten, en ziet de kijker minutenlang de stoeptegels aan zich voorbijtrekken waarover Francisco loopt met de draaiende camera in de hand.

Op maandagavond kunnen de abonnees rekenen op drie speelfilms. Hij had er niet aan gedacht dat er speelfilms van verschillende duur zijn. Het probleem werd eenvoudig de wereld uit geholpen door de films abrupt te laten afbreken. Het halve dorp aan de telefoon om te protesteren: ze wilden het einde zien. Sindsdien spoelt Francisco de film een eindje door als de tijd begint te dringen – men wou het einde toch weten? Laatst haalde hij weer een andere streek uit door halverwege de film opeens terug te spoelen. Hijzelf vond een passage dermate interessant dat de kijkers dat ook maar moesten vinden.

In zaken van reclame is hij het ook die de dienst uitmaakt. Iedereen betaalt hetzelfde bedrag, maar de ene reclameboodschap flitst als een raket voorbij, een andere komt letter voor letter op het scherm, alsof Francisco met zijn dikke vingers de tekst ter plekke aan het intypen is.

Op het gebied van timing gaat hij al even eigengereid te werk. Kapper Miguel was het bijna al vergeten, maar kort geleden verscheen alsnog zijn reclameboodschap `Uw kapper Miguel wenst U een prettig kerstfeest en gelukkig nieuwjaar.'

Het principe `small is beautiful' heeft nu eenmaal zijn prijs.