De seksuele hypocrisiegrens

Nooit heb ik zoveel eensgezinde verontwaardiging gezien in Het Lagerhuis. De gast, Frans Verhagen, hoofdredacteur van het maandblad Amerika, vond dat het publiek recht heeft op privé-informatie van politici. Net als in Amerika.

Dapper om dat te verdedigen.

Niemand was het met hem eens en dat heb ik bij geen enkel onderwerp meegemaakt. Het Vara-programma Het Lagerhuis heeft altijd een voorraadje politieke incorrectelingen. Maar zaterdag struikelden de sprekers over elkaar om de privacy van de politici tegen Verhagen te verdedigen. ,,Wij Nederlanders zijn ervoor dat politici worden afgerekend op wat ze doen'', vatte een vrouw de hevige gevoelens samen.

Dagelijks in vrouwenkleren lopen, drieëneenhalve liter bier per dag drinken, allemaal zaken die volgens de sprekers irrelevant zijn. Er was er slechts één bij die wilde weten of een politicus dronken achter het stuur gaat zitten. Maar dat is illegaal en dat wordt al door de media indien bekend – aan de kaak gesteld. We weten allemaal van minister Pronks vroegere alcoholische auto-avonturen en van het paaltje dat door voormalig premier Lubbers was aangereden. Verhagen wil dat ook legaal gedrag wordt onthuld. ,,Ik wil als kiezer weten op wat voor persoon ik stem. Ze vragen mijn persoonlijke vertrouwen. Ze hebben een voorbeeldfunctie'', zei hij.

Ik zou inderdaad willen weten of een politicus zich 's morgens in zijn werkkamer bedrinkt, al is dat niet verboden. En het lijkt me ook nieuws als Paul Rosenmöller in zijn vrije tijd graag op smienten zou jagen. Ik vermoed dat kiezers dat zelfs zouden willen weten van Dijkstal en Balkenende. Want de meeste kiezers zijn tegen de jacht. Maar seksuele vrijheid en daarom seksuele privacy is een lang bevochten, nationaal erfgoed. De gereformeerde leider Abraham Kuyper kwam in moeilijkheden omdat hij naakt gymoefeningen deed voor het raam van een Brussels hotel. Niet meer. De politici moeten het zelf weten, tenzij hun persoonlijke moraal in het partijprogramma staat. Daarom valt de dierenjacht binnen en de niet vrijwillig onthulde seksuele jacht buiten de nieuwsgaring. Daar ben ik het mee eens.

Toch werken politici zelf aan een verschuiving van de grenzen. Ze maken hun eigen persoon steeds meer tot onderwerp. In human interest-programma's zie ik hen vertellen over hun muziekkeuze, hun huishoudelijke werk en hun ruime aandacht voor echtgenoten en kinders. Dat vergroot de druk op de media om het brave propaganda-beeld door te prikken.

In Amerika heeft een politicus voor een doorbraak gezorgd. Presidentskandidaat Gary Hart daagde in 1984 een journalist uit om zijn ,,brandschone'' privé-leven te onderzoeken. Die deed dat en kwam met het nieuws van zijn affaire met het sterretje Donna Rice. Voor die tijd was het seksuele gedrag van een politicus affaires van Kennedy, Johnson – geen nieuws. Maar ook sindsdien is de Amerikaanse pers terughoudender gebleven dan Verhagen zou willen toegeven. Politieke journalisten hebben er vaak geen zin in. Alleen de Britse media kennen geen reserve.

De praatjes die ik vroeger kende over Washingtonse topbestuurders, senatoren en Congresleden werden pas nieuws als er een rechtszaak ontstond, zelfmoord, geweld, seksueel misbruik of meineed. Dat president Clinton zich liet pijpen door een jonge stagiaire moreel dubieus gedrag – werd pas geopenbaard toen de onafhankelijke aanklager Kenneth Starr dat ging onderzoeken. Juridische verwikkelingen die de Nationale Mededingingsautoriteit hier graag onder dwang zou willen invoeren. Het gedoe levert veel tijdverlies op en verlies van bestuurlijke slagkracht. Zelfs de journalist die Clintons seksuele uitspattingen in Arkansas onthulde, zegt achteraf spijt te hebben, want hij werd speelbal van de rechtse lobby.

Volgens Verhagen maken schuinsmarcherende politici zich chantabel. Maar je kunt pas met seks chanteren als de pers en de publieke opinie dat relevant vinden. De hypocrisiegrens verschuift. Van hypocriet niet publiceren naar chantage en hypocriet verzwijgen. Aan schuinsmarcheren komt geen eind.