Colin Powell maakte geen ommezwaai

Europa hoeft niet te schrikken van de harde woorden van Colin Powell tegenover Irak. Het moet de strategie van Amerika's minister van Buitenlandse Zaken juist steunen, vinden Ivo H. Daalder en James M. Lindsay.

Een paar weken geleden bagatelliseerde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, de geruchten over een gewelddadige afzetting van Saddam Hussein. Maar sinds de toespraak van president Bush over de `As van het Kwaad' raakt Powell niet uitgepraat over een wijziging van het Iraakse bewind – zonodig door eenzijdig optreden.

Veel Europeanen zijn geschrokken van Powells ommezwaai. Ze beschouwden hem als hun beste tegenwicht voor de neiging tot eenzijdigheid van de regering. Het maakt hun weinig uit of hij echt van mening is veranderd of gewoon erkent dat hij de interne discussie over Irak heeft verloren. Wat telt is dat Washington nu eensgezind van plan lijkt Saddam ten val te brengen. Vandaar de stroom klachten die Powells Europese tegenhangers de laatste tijd uiten over een `absolutistisch' en `simplistisch' Amerikaans buitenlands beleid.

Maar Europa vergist zich in Powell – en in de stand van zaken binnen de regering. Hij heeft niet opeens het licht gezien inzake Irak en is ook niet bezweken voor de haviken in de regering. Hij is wat hij altijd is geweest: een bestuurlijke slimme rakker die zich bij de stoere retoriek van Bush heeft aangesloten omdat hij wist dat hij geen keus had. Anders had hij onherroepelijk zijn geloofwaardigheid bij de president verspeeld en de inhoud en de toon van het Amerikaanse Irak-beleid helemaal door de haviken laten bepalen.

Door zich bij de stoere praat van Bush aan te sluiten heeft Powell die op wezenlijke punten afgezwakt. Hij heeft zich ook voor een ander bewind uitgesproken, maar heeft beklemtoond dat dit al sinds 1998 het doel van Washington is. Hij heeft erop gewezen dat er tal van manieren zijn om Saddam ten val te brengen, zoals ook hernieuwde sancties. En ook al heeft hij militair geweld niet uitgesloten, hij heeft met nadruk gezegd dat Bush ,,geen aanbeveling voor zich heeft liggen die morgen tot een gewapend treffen leidt''. Kortom: de nieuwe Powell is geen ander dan de oude Powell.

Wat is hij dan van plan met Irak? Zijn strategie draait om het benutten van de cruciale maar verkeerd begrepen druk die uitgaat van de toespraak over de As van het Kwaad. Bush heeft niet beloofd de regimes in Irak, Iran en Noord-Korea met geweld te veranderen. Hij heeft het alleen gehad over de inzet van Washington om een halt toe te roepen aan hun streven naar massavernietigingswapens. Bush heeft zelfs expliciet gezegd wat hem verontrustte: ,,Door hun streven naar massavernietigingswapens vormen deze regimes een ernstig een groeiend gevaar.'' De haviken in de regering beklemtonen dat alleen een ander bewind een eind aan die programma's kan maken. Akkoorden, zelfs als ze voorzien in onbelemmerde inspecties, zijn alleen maar obstakels die door gewetenloze heersers worden omzeild.

Powell denkt anders. In het geval van Irak denkt hij door met een ander bewind te dreigen Bagdad te kunnen beroven van zijn massavernietigingswapens. Hij wil Saddam een eenvoudige boodschap sturen: doe je wapens weg of wij doen jou weg.

Wil die strategie werken, dan moet Powell twee horden nemen. Ten eerste moet hij andere grootmachten overhalen om samen met Washington Bagdad een ultimatum te stellen – laat weer VN-wapeninspecteurs toe en laat ze hun werk doen, of het wordt oorlog. Als de internationale gemeenschap eensgezind deze eis stelt, heeft Saddam een goede reden om te zwichten. Maar als hij een verdeelde internationale gemeenschap tegenover zich vindt – of een die tevreden is met symbolische inspecties – wordt hij eerder gesterkt dan afgeschrikt.

Powell staat voor de zware taak die strategie in Europa en elders te verkopen, niet in de laatste plaats wegens zijn tweede horde – zijn president te bewegen om af te zien van een ander bewind als Irak zich aan doelmatige inspecties onderwerpt. De haviken in de regering zullen blijven aansturen op een ander bewind, wat Bagdad ook doet. Powells sterkste kaart op dit punt zijn de eigen woorden van de president. Bush heeft sinds november gezegd dat Irak wapeninspecteurs moet toelaten. Als andere grootmachten besluiten daaraan mee te werken, moet hij er wel genoegen mee nemen.

Powells strategie is paradoxaal. Hij vertegenwoordigt een unilateralistische regering maar hij biedt Europa in wezen een multilateralistische strategie aan. Of dat multilateralisme bij Europa in de smaak valt, is de vraag. Maar als het er nee op zegt, kan het er zeker van zijn dat Washington de zeer eenzijdige weg zal volgen die Europa meermaals heeft veroordeeld.

Ivo H. Daalder en James M. Lindsay zijn verbonden aan het Brookings Instituut in Washington.