Ciboulette: operette is welbewuste camp

Zoals Marcel Proust in A la recherche du temps perdu op zoek was naar de verloren tijd, zo was componist Reynaldo Hahn, in zijn jongelingsjaren de minnaar van Proust, à la recherche de la musique perdue. Muzikale nostalgie beheerste het voormalige Venezolaanse wonderkind Hahn (1875-1947). Wel zong en speelde de gevierde dandy aan de piano in de Parijse salons zijn eigen liederen op teksten van Verlaine nog op eigentijdse wijze, achteloos met een sigaret op de lip. Mozart was de lievelingscomponist van Hahn, door hem in Mozart (1925) geportretteerd gedurende zijn verblijf in Parijs.

Hahns Parijse operette Ciboulette (1923), die zaterdag bij Opera Zuid in Maastricht zijn Nederlandse première beleefde, dateert uit de tijd waarin Schönberg de grondslagen van de klassieke muziek vernieuwde en de jazz de toegankelijker eigentijdse en amusementsmuziek beïnvloedde. Van die roaring twenties, die ook la ville lumière extra oplichtten, is niets te horen in Ciboulette, een hommage aan de 19de-eeuwer Offenbach. Diens muziek bij raillerende en cabareteske teksten was overigens heel wat directer en aansprekender dan die van Hahn.

Hahn is een zachtaardige estheet pur sang, wars van de goot. Zijn charmante Hallen-operette gaat over het groentenmeisje Ciboulette (bieslook). Het is de zomervariant op het winterse La bohème – dus zonder enig leed en met een zonnig happy end. Het huwelijk met de miljonair Antonin was door de helderziende visvrouw al voorspeld aan Bieslookje, `mijn poontje, mijn zalmpje'.

Hahn speelt met welluidende wuftheid en met subtiele muzikale verwijzingen. Zijn melodieuze muziek bestaat uit vluchtige vleugjes parfum en is alleen maar mooi, in duetten zelfs heel erg mooi. En het opmerkelijke is dat al dat wondermooie wellustige wufte ook weer net niet wee of sentimenteel is.

Ciboulette is camp, maar dan camp zoals deze camp welbewust door Hahn als camp was bedoeld. Dat de slotscène nog even – geheel in het nette – herinnert aan oh la la en de can-can in de Folies Bergère en de Moulin Rouge, is academische musicologie. Ciboulette kan worden vertoond in kloosters en dat heeft ook nadelen. Het verhaal, dat soms een half uur lang geen enkele wending neemt, is minder dan flinterdun en uitzinnig braaf.

Toch, wie de opgeheven Hoofdstad Operette mist, af en toe iets moois wil horen, zich welwillend instelt op een laag tempo, geen hekel heeft aan de typische operettestijl en de lange gesproken dialogen voor lief neemt, kan hier wel wat aardigs beleven. Door een vrijwel geheel Franse cast wordt er goed gezongen in deze geacheveerde, gedetailleerde en kleurige productie. Regisseuse Sandrine Anglade doet, geheel in de stijl van Hahn, geen moeite om Ciboulette ook maar enigszins aan te passen aan de huidige eisen of te actualiseren voor eigentijds publiek. Als men gaat schrappen, blijft er immers niets over. En het verhaal omzetten naar deze tijd kan niet eens.

Verwijzingen naar beeldende kunst kenmerken het toneelbeeld: we herkennen het kubisme van Juan Gris, de folklore van Chagall en de zonnebloemen van Van Gogh, die telkens opkijken als er eens wat gebeurt. Lieflijk is het aardse paradijs met koeien, eenden, konijnen en kalkoenen. En een slak, die een telegram bezorgt. Tóch nog maatschappijkritiek! Zei Reynaldo Hahn daar foei?

Voorstelling: Ciboulette van R. Hahn door Opera Zuid en Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Jean-Luc Tingaud. Regie: Sandrine Anglade. Gezien: 23/2 Theater aan het Vrijthof Maastricht. Herh.: 26/2 Terneuzen; 28/2 Heerlen; 2/3 Den Bosch; 5/3 Eindhoven; 7/3 Utrecht; 9/3 Venlo, 12/3 Breda; 14/3 Sittard; 16/3 Rotterdam. Info: www.operazuid.nl; (043) 3210166.